In de eerdere RJ-Uiting 2026-3 Ontwerp-Richtlijn 217 Consolidatie stelde de RJ voor om de structuur van hoofdstuk 217 ‘Consolidatie’ te verbeteren om de toegankelijkheid van de richtlijn te vergroten. Daarnaast stelde de RJ voor om enkele onderwerpen te verduidelijken.
Indirecte zeggenschap
Die voorstellen zijn nu definitief gemaakt. Naar aanleiding van commentaar zijn enkele punten aanvullend verduidelijkt. Een aanpassing is onder meer dat het feitelijk uitoefenen van overheersende zeggenschap in een maatschappij ook indirect kan worden uitgeoefend. Al is daar geen algemene regel voor te geven” “De RJ benadrukt nogmaals dat voor de vaststelling of sprake is van een groepsrelatie het geheel van feitelijke omstandigheden en contractuele relaties in aanmerking moeten worden genomen.”
Bestuursautonomie
Verder is in de richtlijn verduidelijkt dat het bestaan van centrale leiding niet uitsluit dat bij de maatschappij zelf een bepaalde mate van bestuursautonomie bestaat ten aanzien van het voeren van eigen beleid. “Dit is afhankelijk van de mate van integratie en (de)centrale aansturing van de verbonden maatschappijen. Het groepsbeleid moet in dat geval worden beschouwd als een kader waarbinnen de groepsmaatschappijen in meer of mindere mate ruimte hebben om een eigen beleid te voeren.” Maar centrale leiding vereist wel dat het groepsbeleid, indien nodig, uiteindelijk kan worden opgelegd aan de betreffende groepsmaatschappij.


Geef een reactie