Dat oordeelt het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. De werknemer was waarnemend directeur van Arbo Consult, een stichting met gemiddeld 12 werknemers die arbodiensten aanbiedt in Curaçao en in diverse andere (ei)landen. Het vierkoppige bestuur opereerde op afstand, de directeur was verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding op de werkvloer. Hij verdiende 12.604 Caribische gulden per maand exclusief emolumenten, bij een werkweek van veertig uur. Als waarnemend directeur beschikte hij bovendien zelfstandig over de bankrekeningen van de stichting en had hij een zakelijke creditcard.
Vertrek naar Nederland
In februari 2024 liet de directeur een bestuurslid weten voor twee weken naar Nederland te vertrekken. Op de vraag of het om verlof of een dienstreis ging, antwoordde hij dat hij om persoonlijke redenen naar Nederland ging, gecombineerd met enkele gesprekken en een beursbezoek. Voor zijn vertrek maakte hij vanaf de rekening van Arbo Consult geld naar zichzelf over voor zijn vliegticket en daggeldvergoedingen.
De man vertelde echter niet dat hij op dat moment al een nieuwe arbeidsovereenkomst had getekend. Op 23 januari 2024 was hij met het UMC in Amsterdam overeengekomen dat hij daar vanaf 1 maart 36 uur per week als stafadviseur zou gaan werken. Arbo Consult ontdekte dat pas achteraf. Ook bleek de man zich later al op 10 april uit het bevolkingsregister van Curaçao te hebben uitgeschreven.
Verblijf steeds verlengd
De aanvankelijk aangekondigde twee weken in Nederland werden ondertussen steeds langer. Begin en halverwege maart liet de werknemer weten wegens persoonlijke omstandigheden langer te moeten blijven. Tijdens een bestuursvergadering sprak hij over ‘dringende persoonlijke omstandigheden’. Dat hij inmiddels een tweede fulltimebaan had, meldde hij niet.
Ook toen het bestuur later meer duidelijkheid vroeg en aandrong op terugkeer naar Curaçao speelde hij geen open kaart, blijkt uit de uitspraak van het Hof. Pas op 8 juni 2024 zegde hij zijn arbeidsovereenkomst op per 31 juli. Op 21 juni meldde hij zich ziek. Naar Curaçao keerde hij niet meer terug.
Hof: slecht werknemerschap
Het oordeel van het Hof over dat handelen is uiteraard niet mild. Er is sprake van ernstige strijd met de eisen van goed werknemerschap en van grove wanprestatie:
Vast staat dat de werknemer eind februari 2024 naar Nederland is vertrokken, volgens zijn zeggen voor twee weken. Op een gerichte vraag van één van de bestuursleden of sprake was van verlof of een dienstreis heeft de werknemer geantwoord dat hij in Nederland was om persoonlijke redenen, gecombineerd met het houden van enkele werkgerelateerde gesprekken en het bezoeken van een beurs. Op dat moment had hij echter al (op 23 januari 2024) de tweede arbeidsovereenkomst gesloten, met indiensttreding op 1 maart 2024. Dit heeft de werknemer niet gemeld aan het bestuur en hij heeft dus ook geen toestemming gevraagd voor het verrichten van deze werkzaamheden (terwijl het hem op grond van artikel 4 van het geldende personeelsreglement niet was toegestaan nevenwerkzaamheden te verrichten die in strijd konden zijn met de belangen van Arbo Consult, hetgeen in elk geval een meldingsplicht impliceert).
Deze verzwijging levert al ernstige strijd op met hetgeen een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort te doen (artikel 7A:1615d BW). Maar vervolgens heeft de werknemer vier maanden lang twee arbeidsovereenkomsten naast elkaar trachten te vervullen en heeft daarbij tijd gerekt door zijn verblijf in Nederland steeds te verlengen. Tijdens een bestuursvergadering medio maart 2024, waar hij per videoverbinding aan deelnam, heeft de werknemer meegedeeld dat het nodig was dat hij naar verwachting nog twee weken in Nederland zou moeten blijven wegens “dringende persoonlijke omstandigheden”, die hij niet verder heeft toegelicht (zie citaat notulen van deze vergadering in r.ov 2.19 tussenbeschikking). Hij is eind maart 2024 echter niet teruggekeerd en was dat kennelijk ook niet meer van plan, want hij heeft zich op 10 april 2024 uitgeschreven uit het bevolkingsregister in Curaçao.
Ook toen het bestuur medio 2024 meer duidelijkheid vroeg over de reden en duur van zijn langdurige afwezigheid en daarna aandrong op zijn terugkeer heeft de werknemer geen aanleiding gezien om open kaart te spelen en te melden dat hij al vanaf 1 maart 2024 ander fulltime werk had. Arbo Consult is daar volgens haar pas achter gekomen eind 2024/begin 2025 toen zij in de zakelijke mailbox van de werknemer zocht naar facturen van een bedrijf die diensten had verricht voor Arbo Consult en die al vanaf januari 2024 onbetaald waren gebleven. Pas ter zitting bij het Gerecht (op 10 juni 2025, zie proces-verbaal p.4) heeft de werknemer voor het eerst de tweede arbeidsovereenkomst erkend.
Gelet op al deze feiten en omstandigheden is het Hof van oordeel dat de werknemer in strijd heeft gehandeld met de eisen van goed werknemerschap en daarmee ernstige wanprestatie heeft gepleegd. Daarbij is van belang dat de werknemer als waarnemend directeur in een relatief kleine organisatie met een bestuur op afstand een vertrouwensfunctie had. Arbo Consult mocht er als werkgever niet alleen op vertrouwen dat hij zich voor 100% zou inzetten voor zijn werk, maar ook dat hij een aankomend vertrek tijdig zou bespreken, zodat de organisatie zijn waarneming en een ordentelijke overdracht aan zijn opvolger zou kunnen regelen. Doordat de werknemer zijn tweede arbeidsovereenkomst heeft verzwegen heeft hij het vertrouwen dat het bestuur in hem stelde op grove wijze beschaamd. Door pas ruim vier maanden nadat hij de tweede arbeidsovereenkomst was aangegaan de arbeidsovereenkomst op te zeggen heeft de werknemer zijn eigen persoonlijke belangen voorop gesteld, met verwaarlozing van de belangen van zijn werkgever en heeft hij de organisatie zes maanden laten zitten zonder dagelijkse leiding op de fysieke werkvloer. Arbo Consult kan vergoeding vorderen van de schade die zij heeft geleden als gevolg van deze grove wanprestatie en het Hof zal die schade hierna begroten.
Vrije arbeidskeuze
De werknemer beriep zich in hoger beroep onder meer op zijn grondrecht van vrije arbeidskeuze. Volgens hem bestond geen verplichting om de tweede arbeidsovereenkomst te melden.
Dat verweer gaat niet op. Het recht om van werk te wisselen betekent volgens het Hof niet dat een werknemer de belangen van zijn oude werkgever volledig ondergeschikt mag maken aan zijn eigen belangen. Daarbij ging het hier niet om enkele uren nevenwerk per week, maar om twee volledige functies op leidinggevend niveau, op twee verschillende continenten, gedurende vier maanden.
Het Hof noemt het evident dat zo’n combinatie gevolgen heeft voor de inzetbaarheid en belastbaarheid van de werknemer en voor de kwaliteit van zijn werk. Hij had daarom moeten melden dat hij een andere arbeidsovereenkomst wilde aangaan, waarna overleg had kunnen plaatsvinden over beëindiging van zijn dienstverband. Ook het personeelsreglement, dat nevenwerkzaamheden verbood die met de belangen van Arbo Consult in strijd konden zijn, bracht in dit geval een meldingsplicht mee.
Rechtsverwerking
Ook het beroep op rechtsverwerking faalt. Arbo Consult stelde voldoende om aan te nemen dat de stichting pas eind 2024 of begin 2025 van de Nederlandse arbeidsovereenkomst op de hoogte raakte en daarna snel actie ondernam. Enkel tijdsverloop is bovendien onvoldoende voor rechtsverwerking.
Het Hof ziet evenmin aanleiding om het bewijs van de tweede arbeidsovereenkomst buiten beschouwing te laten omdat Arbo Consult daarvoor de zakelijke mailbox van de werknemer had doorzocht. Het neemt op dat punt het oordeel van het Gerecht in eerste aanleg over.
Nauwelijks bewijs van werkzaamheden
Arbo Consult stelde dat de werknemer vanuit Nederland zijn werk als waarnemend directeur feitelijk niet kon uitvoeren. De dagelijkse leiding van de organisatie vergde volgens de stichting fysieke aanwezigheid. De huidige directeur verklaarde ongeveer zestig uur per week aan haar functie te besteden, waarvan een aanzienlijk deel bestond uit persoonlijke interactie.
Ook waren taken aan andere medewerkers gedelegeerd en bleek volgens de Financial Manager veel werk in de financiële administratie te zijn blijven liggen. Zo waren over 2023 nog veel facturen niet verstuurd en bestond een lange lijst met onbetaalde rekeningen, waaronder bedragen aan de Belastingdienst met boetes en incassokosten.
De werknemer stelde daar tegenover dat hij vanuit Nederland wel degelijk doorwerkte. Volgens zijn eigen verklaring werkte hij ’s ochtends voor zijn Nederlandse werkgever en vervolgens ongeveer van twaalf uur ’s middags tot negen uur ’s avonds voor Arbo Consult. Hij wees onder meer op appjes en e-mails met medewerkers.
Daaruit kan volgens het Hof hooguit worden afgeleid dat hij e-mails ontving en op enkele daarvan reageerde. Dat hij zijn overeengekomen werkzaamheden behoorlijk vervulde en dat de organisatie onder zijn leiding normaal functioneerde, blijkt er niet uit. Het Hof concludeert dat hij vanaf 1 maart tot het einde van zijn dienstverband zijn werkzaamheden niet of ‘volstrekt onvoldoende’ heeft vervuld.
Schade gelijk aan loonwaarde
Dat heeft ook financiële gevolgen. Arbo Consult vorderde onder meer 70.207,13 Caribische gulden aan betaald salaris terug. Het Gerecht kende daarvan eerder 29.085,16 gulden toe, maar het Hof gaat verder.
Voor de periode van 1 maart tot de ziekmelding op 21 juni staat volgens het Hof voldoende vast dat de werknemer zijn overeengekomen werkzaamheden niet of volstrekt onvoldoende heeft verricht. De daardoor geleden schade wordt begroot op de loonwaarde van de arbeid die hij had moeten verrichten. Het in die periode ontvangen salaris moet hij daarom terugbetalen.
Ook het loon over de periode na zijn ziekmelding blijft uiteindelijk niet buiten schot. Het Hof vindt de ziekmelding onvoldoende onderbouwd. De werknemer had alleen een brief van een huisarts overgelegd waarin stond dat hij wegens chronische sinusitis niet in staat was een geplande vliegreis te maken. Kort daarvoor had een door Arbo Consult ingeschakelde arts juist geconcludeerd dat er geen medische reden was waarom hij niet naar Curaçao kon reizen.
Maar ook als de werknemer daadwerkelijk ziek was, komt de uitval volgens het Hof voor zijn rekening. Hij had er bewust voor gekozen twee fulltimebanen te combineren, met bovendien een tijdsverschil tussen Nederland en Curaçao. Volgens zijn eigen verklaring maakte hij werkdagen van twaalf uur. Het Hof noemt het evident dat zo’n werkschema ‘vroeg of later tot uitval leidt’.
Als de werknemer zijn tweede arbeidsovereenkomst wel had gemeld, had Arbo Consult maatregelen kunnen nemen, bijvoorbeeld door die werkzaamheden te verbieden, loonbetalingen te staken of de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Die mogelijkheden heeft hij zijn werkgever onthouden. Ook het loon dat tussen 21 juni en 31 juli is doorbetaald, wordt daarom als schade wegens wanprestatie aangemerkt. Daarmee wordt de salarisvordering van 70.207,13 gulden volledig toegewezen.
Daarnaast moet de werknemer onder meer de kosten van zijn vliegticket, daggeldvergoedingen en 12.713,01 gulden aan door hemzelf teruggestorte sociale premies aan Arbo Consult betalen.
De procedure is nog niet helemaal afgerond. Over een gestelde dubbele uitbetaling van 18.905,36 gulden voor 260 niet-genoten vakantie-uren mag de werknemer nog reageren op stukken van Arbo Consult. Het Hof heeft de zaak daarvoor verwezen naar 8 september en houdt iedere verdere beslissing aan.


Geef een reactie