De nu 34-jarige man kwam per 1 mei vorig jaar in dienst bij Pompstation BV. Dat is anders dan de naam doet vermoeden een restaurant. Hij kreeg een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die liep tot eind januari 2026. In die overeenkomst staat dat overwerk tot 10% van het gemiddelde aantal arbeidsuren in het salaris is inbegrepen. De man krijgt voor een 38-urige werkweek € 3.500 bruto per maand. “De vakantiebijslag bedraagt 8% van het overeengekomen salaris en wordt eenmaal per jaar uitgekeerd”, staat verder in het contract.
Het contract wordt verlengd, maar voor de werknemer is de baan kennelijk toch geen succes, want die zegt zijn dienstverband op per 31 maart 2026. De afrekening na afloop van het contract verloopt niet naar zijn zin: hij claimt nog recht op een aanzegvergoeding van € 3.500 bruto, een kleine € 1.700 bruto aan achterstallig vakantie- en overurensaldo en ruim € 3.000 bruto aan achterstallig vakantiegeld. Die bedragen krijgt hij niet betaald, waarna hij naar de rechter stapt.
Verlenging niet schriftelijk bevestigd
Daar legt hij uit dat hij van zijn werkgever geen schriftelijke bevestiging heeft ontvangen van de verlenging van zijn contract per 1 februari en niet is geïnformeerd over de voorwaarden waaronder zijn contract werd verlengd. Hij stelt daarom op grond van artikel 7:668 lid 2 Burgerlijk Wetboek recht te hebben op een aanzegvergoeding ter hoogte van één brutomaandsalaris.
Volgens Pompstation is de ex-werknemer van de verkeerde arbeidsovereenkomst uitgegaan: hij heeft een foutief concept gekregen dat bewust niet door Pompstation is ondertekend. Onder meer de duur van de overeenkomst en het salaris staan daarin verkeerd vermeld. De bedoeling was om een arbeidsovereenkomst te sluiten tot 1 mei 2026 tegen een brutosalaris van € 3.500 per maand ínclusief 8% vakantiegeld.
De werkgever wijst op de loonstroken, waarop het salaris is gesplitst in brutosalaris en een component vakantiegeld. Het vakantiegeld is daarom al betaald – en de aanzegvergoeding is niet aan de orde omdat de overeenkomst al tot 1 mei liep, aldus het restaurant, dat bovendien stelt bij de eindafrekening al de niet opgenomen vakantie-uren zijn uitbetaald, minus de overuren die binnen de 10%-regeling vallen.
Getekende overeenkomst telt
De rechter overweegt dat de werknemer alleen de door hem ondertekende versie van het arbeidscontract heeft ontvangen. “Niet is gebleken dat aan [de werknemer] is medegedeeld dat de door hem ondertekende versie foutief was. Daarom moet de door hem ondertekende arbeidsovereenkomst als de geldende overeenkomst tussen partijen worden aangemerkt.”
Verzoek te laat
Die overeenkomst liep dus wat de rechter betreft tot 31 januari: daarmee had Pompstation op 31 december aan de aanzegverplichting moeten voldoen. De werknemer heeft recht op een vergoeding, ware het niet dat hij te laat is met zijn verzoek: dat is pas begin april bij de rechtbank binnengekomen, net na het aflopen van de termijn van drie maanden.
Met betrekking tot de vakantie- en overuren krijgt het restaurant de rechter aan zijn kant. Het overzicht van de ex-werknemer is onvolledig en maakt geen onderscheid tussen vakantie-uren en overuren. Daartegenover staat een volledig overzicht van de werkgever waaruit blijkt dat in totaal 174,86 vakantie-uren zijn opgebouwd, waarvan er 168 zijn opgenomen. De resterende 6,86 vakantie-uren zijn uitbetaald bij de eindafrekening. De ruim 56 overuren vallen binnen de regeling van 10% overuren die in het salaris zitten.
Vakantiegeld: nooit bezwaar gemaakt
Maar hoe zit het met het vakantiegeld? De rechter heeft al geoordeeld dat van de eerste versie van het arbeidscontract moet worden uitgegaan, waarin niets staat over het inbegrepen zijn van de vakantietoeslag in het salaris. En het staat niet vast dat hij een andere versie onder ogen heeft gekregen.
Toch krijgt de werkgever gelijk. De gemaakte afspraken hangen niet alleen af van de tekst van de arbeidsovereenkomst, maar ook van wat partijen over en weer redelijkerwijs mochten verwachten. Dat is de bekende Haviltex-maatstaf. Die maatstaf betekent vaak een versterking van de positie van de consument of werknemer, maar in dit geval werkt het andersom. De rechter kijkt namelijk naar hoe beide partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. “Vast staat dat verzoeker gedurende de hele duur van het dienstverband een salaris heeft ontvangen waarin de vakantietoeslag was inbegrepen, zoals te zien op de loonstroken, en dat verzoeker hiertegen nooit bezwaar heeft gemaakt.”
Salaris inclusief vakantiegeld gebruikelijk
Kortom: de werknemer had de loonstrook beter moeten lezen, want hij heeft de hoogte en samenstelling van het loon steeds zonder protest geaccepteerd. “Hij heeft daarover nimmer geklaagd, hetgeen anders wel in de lijn der verwachting had gelegen. Daarbij komt dat Pompstation onweersproken heeft gesteld dat een salaris inclusief vakantietoeslag in de horecabranche, en meer in het bijzonder bij Pompstation, gebruikelijk is.”
Daarom mocht Pompstation erop vertrouwen dat een salaris inclusief 8% vakantietoeslag is afgesproken. ondanks dat het anders in de ondertekende arbeidsovereenkomst staat. Het verzoek tot betaling van vakantietoeslag wordt ook afgewezen.


Geef een reactie