De zaak kwam aan het rollen na een boekenonderzoek naar de aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting van de advocaat. De Belastingdienst concludeerde onder meer dat sprake was van aansluitverschillen in de administratie en dat ten onrechte voorbelasting was afgetrokken op de huur van een kantoorpand. Voor 2017 legde de fiscus een naheffingsaanslag op van ruim 17.700 euro en voor 2018 een naheffing van ruim 17.500 euro. De eerder opgelegde vergrijpboetes werden in bezwaar vernietigd.
Onderverhuur zonder btw
Centraal in het geschil stond de vraag of de advocaat recht had op aftrek van btw die hem door de verhuurder van het pand in rekening was gebracht. De advocaat huurde sinds 2016 meerdere verdiepingen van een kantoorpand en verhuurde delen daarvan door aan andere professionals. Volgens de rechtbank bleek uit de overgelegde huurovereenkomsten dat over deze onderverhuur geen btw in rekening werd gebracht. Ook kon de advocaat niet aantonen dat later alsnog rechtsgeldig was gekozen voor btw-belaste verhuur.
Daardoor kwalificeerde de onderverhuur als btw-vrijgestelde verhuur. Omdat meer dan 10 procent van het pand op deze manier werd gebruikt, voldeed de advocaat niet aan de voorwaarde dat het pand voor ten minste 90 procent wordt gebruikt voor prestaties die recht geven op aftrek van voorbelasting.
Geen recht
De rechtbank concludeert dat de verhuurder van het pand ten onrechte btw aan de advocaat in rekening heeft gebracht. Omdat de hoofdhuur niet kwalificeerde voor belaste verhuur, had de advocaat geen recht op aftrek van die btw. Ook een beroep op gedeeltelijke aftrek werd afgewezen. Volgens de rechtbank komt in zo’n situatie het volledige bedrag aan voorbelasting niet voor aftrek in aanmerking.
Klacht afgewezen
De advocaat voerde daarnaast aan dat een controleambtenaar hem tijdens het boekenonderzoek zou hebben bedreigd en dat het onderzoek mogelijk was ingegeven door zijn publieke kritiek op de Belastingdienst en Toeslagen. De rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechters blijkt uit de verklaringen hooguit dat sprake was van een meningsverschil tijdens het boekenonderzoek. Van bedreiging was volgens de rechtbank “geenszins sprake”. Ook is niet aannemelijk geworden dat het boekenonderzoek verband hield met negatieve uitlatingen van de advocaat over de overheid.
Beroepen ongegrond
De rechtbank verklaart beide beroepen ongegrond. Daarmee blijven de naheffingsaanslagen en de beschikkingen belastingrente in stand.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie