Hoogleraren belastingrecht Jan van de Streek en Jan Vleggeert hebben op een rij gezet wat de impact is van het fiscale Omnibusvoorstel dat de Europese Commissie in juni heeft gepubliceerd. Het voorstel is van de hand van Wopke Hoekstra, die naast klimaat ook fiscaliteit in zijn portefeuille heeft.
Doel van de versoepeling is dat de regels voor bedrijven makkelijker worden en dat het concurrentievermogen van de EU groter wordt. Een schatting van Van de Streek en Vleggeert leert dat het budgettaire verlies voor de Nederlandse schatkist door de aanpassingen structureel maximaal € 3 miljard bedraagt vanaf 2029 en € 8 miljard vanaf 2037, alleen gerekend over dividendbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Andere extra fiscale voordelen voor bedrijven, zoals versnelde afschrijving op vaste R&D-activa, zijn buiten beschouwing gebleven.
Afschaffing dividendbelasting: 4 miljard
Het Omnibusvoorstel zet een streep door de mogelijkheid voor Nederland om dividendbelasting te heffen over het dividend dat Nederlandse beurs-NV’s betalen aan beleggingsvennootschappen die zijn gevestigd in andere EU-lidstaten. Het bestaande verbod op bronheffing op dividenden tussen moeder- en dochterbedrijven (vanaf een 10%-aandelenbelang) in de EU wordt in het voorstel met ingang van 2037 uitgebreid tot alle dividenden tussen bedrijven in de EU. “Dit is een forse hap uit de aandeelhouders die verantwoordelijk zijn voor de netto-dividendbelastingopbrengst.”
Hele opbrengst valt weg
De twee hoogleraren vermoeden dat het Omnibusvoorstel de facto de afschaffing van de dividendbelasting inluidt. “In dit verband roepen wij in herinnering dat het ministerie van Financiën zich decennialang verzette tegen de lobby van olie- en gasconcern Shell om iets te doen aan de Nederlandse dividendbelasting, waaronder de wens van Shell om in het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk een 0%-tarief op te nemen voor beleggingsdividenden. Het ministerie van Financiën vreesde voor een forse budgettaire derving die vér uitging boven de gemiste opbrengst van de dividendbelasting op uitgaand beleggingsdividend naar het Verenigd Koninkrijk. Zo zou de door Shell gewenste verdragsaanpassing volgens het ministerie leiden tot het wereldwijd structureren van beleggingen in Nederlandse aandelen via het Verenigd Koninkrijk om Nederlandse dividendbelasting te ontwijken.”
Een voorbeeld zou kunnen zijn een actief Brits beleggingsfonds met een gespreide landenportefeuille, waaronder Nederlandse aandelen. “Met andere woorden: als er één gaatje wordt gemaakt in de dividendbelasting is het hek van de dam. Dit zou betekenen dat nagenoeg de gehele netto-opbrengst van de dividendbelasting dreigt weg te vallen zodra beleggingsdividend op grond van de Omnibusrichtlijn belastingvrij Nederland uit kan via een beleggingsfonds in een andere lidstaat.” In het buitenland woonachtige natuurlijke personen zullen dan vooral nog in Nederlandse (beurs)vennootschappen beleggen via buitenlandse beleggingsvennootschappen, waartegen antimisbruikbepalingen niet lijken te zijn opgewassen, zo stellen de twee.
Een alternatief zou kunnen zijn een uitdelingsbelasting die van de uitkerende vennootschap zelf wordt geheven. “Voor de invoering van een dergelijke heffing, die boven op de vennootschapsbelasting komt (surtax), lijken – ook na aanname van het Omnibusvoorstel – legio mogelijkheden te bestaan.”
Bom onder box 3: 1 miljard
Het voorstel van Hoekstra omvat ook het afschaffen van vennootschapsbelasting over beleggingsdividenden die een NV of BV ontvangt van bedrijven uit andere EU-lidstaten. De bestaande verplichte dividendvrijstelling bij grensoverschrijdende moeder- en dochterbedrijven wordt volgens de plannen met ingang van 2037 uitgebreid tot alle grensoverschrijdende dividenden tussen bedrijven in de EU. “Dit betekent dat een directeur-grootaandeelhouder die via zijn eigen BV belegt in ‘Europese’ aandelen, het dividendrendement vooralsnog onbelast kan genieten. Pas bij uitkering van het rendement door de BV is inkomstenbelasting in box 2 verschuldigd.”
Dat zal ertoe leiden dat Nederland ook ontvangen dividenden op binnenlandse aandelenpakketten van onder de 5% gaat vrijstellen. “Anders zouden binnenlandse aandelen relatief onaantrekkelijk worden om in te beleggen.” En die vrijstelling zou dan in principe wereldwijd moeten gaan gelden. “Het Omnibusvoorstel zou weleens kunnen uitdraaien op een volledige vrijstelling van vennootschapsbelasting voor inkomen uit beleggingsaandelen.”
En dat zal een aanzuigende werking gaan hebben, voorzien de hoogleraren, ook vanuit box 3. “Als box 3-beleggers in aandelen in 2037 massaal zouden overstappen naar box 2, bedraagt de budgettaire derving in box 3 derhalve € 1 miljard, waartegenover slechts een langdurig uit te stellen box 2-claim staat.”
Een manier om die vlucht tegen te gaan, zou kunnen zijn het belasten van de jaarlijkse aangroei van aandelenbeleggingen bij een BV.
Gat in vennootschapsbelasting: tot 3 miljard
Het Omnibusvoorstel rijdt ook de earningsstrippingmaatregel in de wielen. “De Europese Commissie stelt namelijk voor om het Europese kader van de earningsstrippingmaatregel zó aan te passen dat lidstaten (veel) méér rente in aftrek moeten toestaan.” Zo zou rente vanaf 2029 in principe moeten worden uitgezonderd van de earningsstrippingmaatregel en zou de mkb-drempel vanaf 2032 op € 3 miljoen worden gezet. Alle inkomsten uit de earningstrippingsmaatregel gaan geleidelijk aan opdrogen, verwachten de hoogleraren. “Als flankerende maatregel kan door Nederland worden overwogen om een alternatieve renteaftrekbeperking in te voeren in de vennootschapsbelasting.”
De Universiteit Leiden organiseert op 5 november 2026 een gratis congres over de het fiscale Omnibusvoorstel in het Spui-gebouw van de Campus Den Haag.


Geef een reactie