Je mag kiezen voor belastingheffing over het werkelijk rendement, mits je kunt aantonen dat dit lager is dan het forfaitaire rendement. Maar let op: het gaat om het rendement op je hele vermogen. Cherry-picking is uitgesloten.
Stel, je hebt een aandelen- én obligatieportefeuille. De aandelen doen het goed, de obligaties niet. Per saldo kun je dan misschien geen beroep doen op de tegenbewijsregeling, waardoor je op obligaties zwaarder wordt belast dan het daarmee werkelijk behaalde rendement.
In de praktijk zien we dat beleggers met de peildatum van 1 januari in zicht creatief worden; vermogensbestanddelen die minder renderen, worden naar een BV verschoven.
Neem Boris als voorbeeld: hij heeft € 1.000.000 verdeeld over aandelen (€ 300.000), obligaties (€ 300.000) en leningen aan zijn kinderen (€ 400.000). In 2025 behaalde hij 15% rendement met zijn aandelenportefeuille en 3% met obligaties en familieleningen. Door de obligaties en leningen in een BV onder te brengen, bespaart hij in 2026 bij gelijke rendementen bijna 35% belasting.

Maar het kan ook verkeerd uitpakken. Als zijn aandelen in 2026 verlies maken, kan de BV-route hem in het ergste geval meer dan € 8.000 extra kosten. Met de tegenbewijsregeling had hij in box 3 dan helemaal geen belasting hoeven betalen. Het voordeel of nadeel hangt dus af van onzekere beursontwikkelingen.
Conclusie
Het selectief onderbrengen van vermogen in een BV kan aantrekkelijk lijken, maar is niet zonder risico. Slim schuiven kan soms lonen, maar ook duur uitpakken. Denk goed na voordat je handelt. Met allerlei slimmigheden, kun je jezelf ook in de voet schieten.
Peter Beets, expert vermogensplanning ABN AMRO MeesPierson.


Dit bericht komt veel te laat.
WIj kijken heel het jaar door naar omvang en samenstelling van het vermogen van onze klanten