De regeling zorgt ervoor dat kleine, zelfstandige brouwerijen per glas bier één tot twee cent minder accijns betalen dan grote brouwers. Volgens het ministerie van Financiën draagt deze fiscale faciliteit inmiddels niet langer bij aan het oorspronkelijke doel, namelijk het stimuleren van kleinschalige productie of het versterken van de concurrentiepositie van kleine brouwers.
Een tot twee cent minder
Het verlaagde tarief bestaat sinds 1992 en werd ingevoerd bij de overgang van accijnsheffing op halffabricaat (wort) naar eindproduct (bier). Destijds was de maatregel bedoeld om kleine brouwers tegemoet te komen bij deze stelselwijziging.
Volgens de evaluatie is dat oorspronkelijke probleem inmiddels verdwenen. Kleine brouwerijen ondervinden geen structurele nadelen meer van de huidige accijnsstructuur. Daarmee is het doel van de regeling volgens de staatssecretaris niet langer helder.
Concurrentieperspectief
Ook vanuit concurrentieperspectief ziet het ministerie geen reden voor overheidsingrijpen. Kleine brouwerijen worden door de accijnsheffing niet benadeeld ten opzichte van grotere brouwerijen die vergelijkbare bieren produceren. Bovendien is sprake van een gelijk speelveld tussen Nederlandse en buitenlandse kleine brouwerijen, omdat accijns in principe wordt geheven in het land waar het bier wordt verkocht.
Op basis van deze bevindingen voldoet het verlaagde accijnstarief niet aan het toetsingskader voor fiscale regelingen. Dat kader schrijft voor dat een fiscale maatregel een duidelijk doel moet hebben en effectief moet bijdragen aan het oplossen van een marktfalen of beleidsprobleem. Aangezien daarvan geen sprake meer is, wordt de regeling aangemerkt als ‘negatief geëvalueerd’.
Geen nieuwe discussie
De discussie over het verlaagde accijnstarief is niet nieuw. Een eerdere poging om de regeling af te schaffen strandde enkele jaren geleden na stevig verzet vanuit de biersector. Kleine brouwers benadrukten daarbij het belang van het tarief voor innovatie, regionale diversiteit en het behoud van ambachtelijke brouwerijen. Tegelijkertijd gaat het budgettaire belang om een relatief beperkt bedrag.
Volgend kabinet bepaalt
Vanwege de demissionaire status van het kabinet laat staatssecretaris van Financiën Eugène Heijnen de politieke afweging over aan een volgend kabinet. Dat zal moeten bepalen of de regeling wordt afgeschaft, aangepast of alsnog wordt gehandhaafd.


Geef een reactie