Recent is er veel aandacht voor de box-3-heffing, ook met betrekking tot vakantiewoningen. Daarbij raakt een beetje buiten beeld dat ook de schenk- en erfbelasting aandacht behoeft, zeker als het een vakantiewoning betreft die in het buitenland is gelegen. Waar in de inkomstenbelasting in dat geval niet makkelijk sprake zal zijn van een (al dan niet economisch) dubbele heffing, is dat bij de heffing van schenk- en erfbelasting1 heel goed mogelijk. Nederland heft in beginsel erfbelasting over iemands gehele nalatenschap (wereldwijd), als deze erflater ten tijde van het overlijden in Nederland woonachtig is. Als uitgangspunt geldt dus dat de in het buitenland gelegen vakantiewoning gewoon in de heffing van Nederlandse erfbelasting wordt betrokken. Het bronland zal op basis van het situsbeginsel eveneens heffen, als dat land een dergelijke heffing kent.
Verdragen en besluit
Nederland heeft met zeven landen specifieke verdragen inzake erf- en schenkbelasting gesloten. In drie van deze landen is de erfbelasting inmiddels afgeschaft (Zweden, Israël en Oostenrijk). Van dubbele heffing van erfbelasting kan in deze drie landen dus geen sprake meer zijn. In de vier resterende landen (USA, Zwitserland, Finland en Verenigd Koninkrijk) wordt nog wel een erfbelasting geheven. De methode voor aftrek ter voorkoming van dubbele erfbelasting is voor elk land in het betreffende verdrag uitgewerkt.
Voor alle andere landen dan de zeven hiervoor genoemde, wordt de aftrek ter voorkoming geregeld in het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting 2001 2 (hierna: het besluit). In dit besluit is de ‘ordinary credit-methode’ gekozen en uitgewerkt ter voorkoming van dubbele heffing. Deze methode komt op het volgende neer.
Nederland neemt de in het buitenland gelegen onroerende zaak op in de heffingsgrondslag (de gehele nalatenschap), zodat deze naar het marginale tarief met Nederlandse erfbelasting wordt belast. Vervolgens wordt een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting toegepast en wel het laagste van de volgende twee uitkomsten:
- het bedrag van de vanwege het andere land daadwerkelijk geheven erfbelasting;
- het bedrag dat in Nederland is geheven, dat naar evenredigheid van de totale bezittingen aan de buitenlandse onroerende zaak kan worden toegerekend.
Van belang is ook nog het bepaalde in artikel 47, derde lid van het besluit. Daarin is geregeld dat bij de breuk voor de evenredige toerekening van de in Nederland geheven 3erfbelasting ook rekening moet worden gehouden met toe te rekenen schulden, en met alle vrijstellingen die van toepassing zijn.
Economisch dubbele heffing mogelijk
Nu de aftrek ter voorkoming wordt beperkt tot het laagste bedrag, blijft voorkoming achterwege als het land in kwestie in het geheel geen erfbelasting heft. Dat kan bijvoorbeeld, als het betreffende land hoge vrijstellingen hanteert. Spanje en Frankrijk hanteren bijvoorbeeld hoge vrijstellingen voor de gehuwde en geregistreerde partner. In dat geval heft Nederland integraal tegen het marginale tarief, maar is nog geen sprake van economisch dubbele heffing.
Dat is ook niet het geval als Nederland niet heft, en het betreffende bronland wel. Ook dan drukt maar eenmaal erfbelasting op de verkrijging, hetgeen het uitgangspunt zou moeten zijn. De totale heffing kan in dat geval wel hoger uitpakken dan de Nederlandse. Toch zijn er ook mismatches mogelijk, waarbij Nederland en het bronland elk van een andere erflater heffen. Nu de aftrek ter voorkoming per persoon wordt berekend, krijgt in dat geval geen van de erfgenamen aftrek ter voorkoming.
Voorbeeld
Freek (63) en Manon (62) wonen ongehuwd samen en hebben drie kinderen: Anne, Laura en Kevin. Het vermogen van Freek bedraagt € 2.000.000, waarbij een vakantiewoning in Marbella is inbegrepen met een waarde van € 400.000. Freek overlijdt en in zijn testament is een regeling opgenomen, gebaseerd op de wettelijke verdeling met een erfdeel van 1% plus afvullegaat voor Manon. Manon verkrijgt aldus het gehele vermogen, waaronder ook de vakantiewoning in Spanje, en de kinderen krijgen ieder een rentedragende vordering op Manon, groot € 390.000. 4
Nu Manon de woning heeft geërfd, heft Spanje van haar terzake de woning. In Andalusië geldt voor echtgenoten en geregistreerde partners een vrijstelling van € 1.000.000. Niet voor Manon; zij wordt dus belast voor nagenoeg de gehele waarde van € 400.000 (minus een geringe vrijstelling). Het tarief is progressief en loopt op tot bijna 25%, waardoor Manon in Spanje in totaal circa € 80.000 betaalt aan Spaanse erfbelasting.
In Nederland is Manon voor zichzelf geen erfbelasting verschuldigd, aangezien haar erfdeel is afgevuld naar het bedrag van haar partnervrijstelling. Immers, € 2.000.000 – € 1.170.000 – € 828.035 = € 1.965. Haar aftrek ter voorkoming bedraagt de aan de vakantiewoning toe te rekenen erfbelasting, doch maximaal 10% van haar gehele erfdeel, oftewel € 196. Zij betaalt dus in Nederland niets, en in Spanje circa € 80.000. Was zij met Freek getrouwd of geregistreerd geweest, dan betaalde zij ook in Spanje niets.
De kinderen Anne, Laura en Kevin betalen in Nederland erfbelasting over hun gehele vordering en krijgen geen enkele aftrek ter voorkoming. Zij betalen immers in Spanje geen erfbelasting, omdat zij niet de erfgenamen van de Spaanse woning zijn. Dat deze woning wel de tegenwaarde van een deel van de vordering op Manon vertegenwoordigt en dat deze woning in Spanje (bij Manon) volledig wordt belast, doet daar niets aan af.
Zouden de kinderen de woning erven van Freek als alleenstaande (bij een gelijk vermogen), dan zou de totale heffing als volgt verlopen: per kind wordt in Nederland in beginsel een erfdeel van € 666.666 belast. Daarover is ieder kind € 112.120 5verschuldigd. Het evenredige deel wat aan de vakantiewoning kan worden toegerekend, bedraagt dan € 133.333 / (€ 666.666 – € 26.230) = 20,82%.
De aftrek ter voorkoming bedraagt dus maximaal (€ 112.120 * 20,82%) = € 23.342.
Is de daadwerkelijke Spaanse heffing per kind lager dan dat bedrag, dan is de aftrek ter voorkoming eveneens zoveel lager.
Résumé
Nederland heft dus ‘bij’ tot aan het Nederlandse marginale tarief. Is het tarief in het bronland hoger dan het Nederlandse, dan kan de totale heffing dus ook hoger uitpakken. Heft het bronland erfbelasting van een andere persoon dan het woonland doet, dan kan er zelfs sprake zijn van economisch dubbele heffing. En ten slotte: samenwoners zouden nog eens moeten nagaan of alsnog een feestje bouwen niet heel efficiënt zou zijn.
Mr. Erik Tops is verbonden aan Fiscount als fiscalist/estate planner.
- In dit artikel zal ik mij beperken tot de heffing van erfbelasting bij vakantiewoningen. ↩︎
- Zie artikel 47, tweede lid. ↩︎
- Denk aan de kind- en partnervrijstelling, maar ook aan de BOR-vrijstelling als die van toepassing is. ↩︎
- Het erfdeel voor Manon wordt ‘afgevuld’ op ca € 830.000, zodat de kinderen samen € 1.170.000 verdelen. ↩︎
- € 2.000.000 / 3 = (€ 666.666 – € 26.230 – € 158.669) * 0,20 + € 15.867. ↩︎


Geef een reactie