De Europese Unie heeft in december 2025 een Harmonisatierichtlijn Insolventierecht aangenomen. Daarmee wordt beoogd de insolventieregels van de lidstaten meer op één lijn te brengen. Nederland heeft tot 22 januari 2029 om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.
Opvallend onderdeel van de richtlijn is de zogeheten duty to file: een wettelijke verplichting voor bestuurders om tijdig te handelen wanneer hun onderneming insolvent is. Concreet betekent dit dat bestuurders binnen drie maanden nadat zij weten (of redelijkerwijs hadden moeten weten) dat de onderneming insolvent is, een verzoek tot opening van een insolventieprocedure moeten indienen. Doen zij dat niet, dan kunnen zij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die schuldeisers daardoor lijden.
De huidige Nederlandse wetgeving kent geen insolventieaangifteplicht voor bestuurders. Waar de nadruk in ons rechtssysteem nu nog ligt op de vrijheid van het bestuur om nog reddingspogingen te doen, introduceert de richtlijn een concrete termijn waarbinnen bestuurders moeten handelen.
Minimumharmonisatie: ruimte voor eigen invulling
De richtlijn beoogt minimumharmonisatie, waardoor de lidstaten bij de implementatie de vrijheid hebben om op nationaal niveau strengere normen te hanteren. Zo mogen lidstaten bijvoorbeeld zelf bepalen wat onder ‘insolventie’ wordt verstaan, en dus wanneer de verplichting tot aangifte ontstaat. Ook biedt de richtlijn alternatieven voor de harde duty to file. Bestuurders kunnen mogelijk volstaan met een openbare kennisgeving van insolventie in een register (de zogeheten duty to notify), in plaats van een formeel faillissementsverzoek. Daarnaast kunnen bestuurders de aanvraag uitstellen als zij aantoonbare stappen zetten om de belangen van schuldeisers op een andere manier te beschermen, bijvoorbeeld door het inschakelen van externe deskundigheid of het opstarten van een formeel herstructureringstraject.
De minimumharmonisatie biedt de Nederlandse wetgever de ruimte om zelf keuzes te maken. Hoe die keuzes zullen uitpakken voor de positie van bestuurders, is nog niet duidelijk.
Wat betekent dit in de praktijk?
Het is van belang om deze ontwikkeling in het achterhoofd te houden. Een aantal praktische aandachtspunten:
- Vroegtijdige signalering van financiële moeilijkheden wordt nóg belangrijker. Hoe eerder bestuurders zich bewust zijn van de ernst van de situatie, hoe meer tijd er is om de juiste stappen te zetten.
- Documentatie is cruciaal. Bestuurders zullen moeten kunnen aantonen wanneer zij op de hoogte raakten van de financiële problemen en welke maatregelen zij vervolgens hebben genomen. Een goede vastlegging van beslissingen en overwegingen is relevant.
- De keuze voor de juiste aanpak. De richtlijn biedt ruimte voor alternatieven, maar die ruimte moet actief benut en onderbouwd worden.
Conclusie
De insolventieaangifteplicht is een fundamentele wijziging die de verplichtingen van bestuurders bij financiële problemen aanscherpt. Hoewel de Nederlandse wetgever nog keuzes moet maken over de exacte invulling, is de richting duidelijk: bestuurders krijgen een wettelijke verplichting om tijdig actie te ondernemen. De accountant kan een waardevolle rol spelen door cliënten hierop voor te bereiden en de aangifteplicht ter sprake te brengen.
Wieke Verberne is advocaat Insolventierecht & Herstructurering bij act legal Netherlands.


Geef een reactie