Leeferink begon al op jonge leeftijd in de accountancy-ict. Op zijn zestiende kwam hij terecht bij LTB, het huidige Flynth, als assistent-accountant. Vanuit die functie maakte hij, in verschillende rollen en bij meerdere werkgevers binnen de accountancy, de opkomst van accountancysoftware van dichtbij mee. Destijds begon bij Leeferink de frustratie te groeien over de manier waarop softwarecontracten werden ingericht: “Daaruit is ook het idee voor een eigen bedrijf ontstaan, omdat ik vind dat veel administratie- en accountantskantoren niet weten wat voor papieren schaakspel leveranciers met hun spelen.”
Voor een vakantie vertrok hij samen met zijn vrouw naar Zuid-Afrika – het land waar ook zijn roots liggen. Tijdens een nachtsafari kreeg het idee ook een naam. Een ranger wees hem daar op een katachtige: de rooikat (roodkat in het Nederlands). Een slim, onafhankelijk roofdier op de achtergrond. “Hij vertelde dat het misschien wel het moeilijkst te spotten dier van Afrika was”, zegt Leeferink. “Dat vond ik mooi passen bij wat we doen. Niet het grootste dier in de Savanne, maar wel scherp en strategisch opererend tussen al die grote softwarepartijen. Juist op de plekken waar veel kantoren het overzicht verliezen in al die verschillende contracten.”
En over dat overzicht gesproken: accountantskantoren werken met een alsmaar uitdijend ICT-landschap. Boekhoudsoftware, fiscale software, salarissoftware, rapportagetools, CRM, documentmanagement, signing, complianceoplossingen en inmiddels ook losse AI-tools. Volgens Leeferink is die versnippering op zichzelf niet verkeerd. “Die versnippering is een uitdaging, maar ik denk wel dat het een goede uitdaging is. De innovatie komt vaak juist bij kleine, nieuwe partijen vandaan.”
Innovatie vs. zekerheid
Daarmee nuanceert Leeferink direct het idee dat meer software niet goed zou zijn. In de accountancy wordt vaak gesproken over het spanningsveld tussen best-of-breed en best-of-suites: kies je voor één grote leverancier die veel processen afdekt, of voor meerdere gespecialiseerde oplossingen die ieder op hun eigen onderdeel uitblinken? “Kantoren willen eigenlijk best-of-breed, maar dan in de structuur van een best-of-suite”, zegt Leeferink. “Ze willen de innovatie van gespecialiseerde oplossingen, maar ook de zekerheid en eenvoud van één geheel.” Een begrijpelijk verlangen, maar volgens Leeferink schuilt de echte kwetsbaarheid vaak niet in het aantal applicaties: “Veel kantoren hebben geen idee welke verplichtingen en voorwaarden er in al die losse contracten staan. De grip die ze zoeken, begint bij de voorwaarden goed vastleggen. Mét een visie, want nu lijkt het veelal op schieten met hagel.”

Leon Leeferink
Accountantskantoren in België gebruiken gemiddeld acht à negen softwaretoepassingen (Accountancy Benchmark 2025). Leeferink herkent dat beeld voor Nederland. “Als ik naar onze eigen data kijk, kom ik uit op negen tot tien toepassingen.” Veel vindt hij dat niet per se: “Uiteindelijk heb je als kantoor ook veel processen. Boekhouding, scan- en herken, rapportages, fiscaal, salaris, documentmanagement, compliance. Al met al is het best veel wat een accountant moet doen, bezien vanuit ICT-perspectief.”
Eenzijdig wijzigingsbeding
De vraag is dus niet alleen hoeveel pakketten een kantoor gebruikt, maar vooral of het kantoor weet wat er precies is afgesproken. Daar gaat het volgens Leeferink vaak mis. “Accountants tekenen soms zonder echt naar de kleine letters te kijken. Maar een contract is meer dan alleen de prijs en de afname.” Een bepaling waartegen hij zich nadrukkelijk keert, is het eenzijdige wijzigingsbeding. “Stel je voor: wij spelen een voetbalwedstrijd. In minuut tachtig gaat het ineens niet meer om wie de meeste doelpunten maakt, maar om wie de meeste kilometers rent. Dan speel je ineens een heel andere wedstrijd. Dat is wat zo’n beding doet. De leverancier mag eenzijdig de voorwaarden wijzigen.” Met aanzienlijke gevolgen: “Dan lijkt het alsof het er alleen om gaat te voldoen aan nieuwe regels, maar ondertussen teken je voor veel meer of iets heel anders dan oorspronkelijk de bedoeling was.”
Schaakspel op papier
Ook kennisgevingstermijnen en opzegtermijnen spelen een belangrijke rol. Leeferink: “Een contract loopt tot en met december en kent een opzegtermijn van drie maanden. Dan moet een kantoor uiterlijk eind september opzeggen. Maar als de leverancier daarna nog een prijswijziging mag communiceren, is de bewegingsruimte beperkt. Dat is het schaakspel dat op papier wordt gespeeld. Veel kantoren hebben dat niet scherp.”
Daarbij komt dat ‘prijscommunicatie’ volgens hem steeds vaker op ongelukkige momenten plaatsvindt. “Wij zien een trend dat prijsverhogingen verschuiven naar maart of april, het drukste moment van het jaar voor accountants.” Juist dan is de neiging groot om door te gaan en later wel te kijken. Alleen kan ‘later’ betekenen dat een kantoor opnieuw vastzit aan een leverancier of contract dat eigenlijk niet meer past.” Wat je ertegen kunt doen? Leeferink: “Je moet een partij hebben die dat soort zaken voor je in de gaten houdt. Als wij bijvoorbeeld tachtig keer aankloppen bij een softwarepartij dat er iets niet goed zit, dan gebeurt er wel wat hoor.” Hij noemt nog een voorbeeld: “Vroeger was signing nog echt een losse oplossing. Tegenwoordig zit in bijna elke applicatie wel een signingmodule. Als contracten vervolgens verschillende looptijden hebben, kan een kantoor jarenlang betalen voor dubbele functionaliteit.”
Kies strategisch
Toch is de oplossing volgens Leeferink niet simpelweg: minder leveranciers. Sommige kantoren varen wel bij een grote, brede suite. Andere kantoren willen juist vooroplopen en halen innovatie uit gespecialiseerde oplossingen. “Ben je innovatief? Dan zou ik als kleiner kantoor heel erg op de innovatiehoek gaan zitten. Ben je een grote, degelijke organisatie? Dan kun je juist kiezen voor zekerheid. Maar kies. En kies vooral strategisch. Niet ieder kantoor hoeft direct op elke nieuwe AI-tool te springen. Maar kantoren moeten wel weten welke strategie bij hen past.”
Die keuze wordt belangrijker nu het softwarelandschap opnieuw in beweging is. Grote leveranciers consolideren, terwijl kleinere partijen met AI en slimme automatisering nieuwe onderdelen van het werk aanvallen. Volgens ING Research (februari, 2026) zorgen de hoge investeringen in AI en digitalisering ervoor dat schaalgrootte belangrijker wordt, waardoor de consolidatie in de accountancysector nog sneller gaat. Tegelijkertijd ontstaan er juist weer nieuwe gespecialiseerde AI-oplossingen van kleinere spelers. Leeferink verwacht dat de echte vernieuwing ergens anders vandaan komt: “Ik denk dat er nu ergens op een zolderkamer iemand iets zit te bouwen wat de hele markt op zijn kop gaat zetten.”
Innovatiekracht essentieel
Dat betekent volgens hem niet dat kantoren blind achter elke nieuwe tool moeten aanlopen. Wel moeten ze contractueel in staat blijven om te bewegen. “Heb ik een exitstrategie in mijn contract vastgelegd? Kan ik weg bij leverancier A als een nieuwe AI-partij iets beters aanbiedt? Of zit ik nog vijf jaar vast?”
Daar zit volgens Leeferink een belangrijk risico van slecht contractbeheer. “Als je nog vijf jaar vastzit aan een contract en je moet dat voor tonnen afkopen, terwijl je ook nog moet investeren in een nieuw product, dan mis je de boot.” Contractbeheer gaat daarmee niet alleen over kostenbeheersing, maar ook over innovatiekracht.
Een goede visie op contractbeheer begint volgens hem met evenwicht. “Een contract moet werken voor beide partijen, voor leverancier en kantoor. Niet alleen voor de leverancier.” Dat betekent niet dat prijsverhogingen onmogelijk moeten zijn. “We hebben inflatie, dat is logisch. Maar leg dát dan vast. Bijvoorbeeld met een juiste CPI-index (consumentenprijsindex) of een maximumpercentage.” Het gaat volgens hem mis als leveranciers ruime bevoegdheden krijgen zonder duidelijke tegenprestatie. “Als er echt iets nieuws wordt ontwikkeld, biedt het dan aan als los product. Dan kan een kantoor zelf kiezen.”
De nulmeting
Waar begint een kantoor dat meer grip wil? Volgens Leeferink bij een nulmeting. “Je moet eerst weten waar je staat. Ik kan wel bijvoorbeeld weten dat iemand naar Alphen aan den Rijn moet komen, maar pas na een nulmeting weet ik of hij uit Groningen of Maastricht vertrekt.” In de praktijk betekent dat: contracten verzamelen, algemene voorwaarden analyseren, looptijden naast elkaar leggen, prijsmodellen beoordelen, opzegmomenten vaststellen en risico’s inventariseren.
Zo’n nulmeting maakt zichtbaar waar overlap zit, welke contracten ongunstig zijn, waar prijsverhogingen kunnen ontstaan en waar een kantoor wordt beperkt in toekomstige keuzes. Leeferink: “Ook kan duidelijk worden of een pakket wel duur lijkt, maar in verhouding veel waarde levert, of juist andersom. Je kunt heel efficiënt werken met goede software, maar als je er te veel voor betaalt, wordt de prijs-kwaliteitverhouding een probleem.”
Een strategisch thema
Volgens Leeferink draait het uiteindelijk om regie. Leeferink: “AI kan bestaande software verbeteren, maar ook nieuwe versnippering veroorzaken. Nieuwe tools zullen specifieke taken sneller, slimmer of goedkoper uitvoeren. Sommige verdwijnen weer, andere worden overgenomen door grotere spelers.” Voor kantoren betekent dat volgens Leeferink: “Wacht niet af, maar kies bewust en houd contractueel ruimte. Het is geen administratieve bijzaak, maar een fundamenteel strategisch vraagstuk geworden.”
De eerste beste stap die je kunt zetten? Leeferink heeft wel een suggestie: “Teken niet zomaar een contract zonder te weten wat erin staat. Want wie grip heeft op contracten, heeft niet alleen grip op kosten, maar ook op de mogelijkheid om te vernieuwen. Grip op je contracten houdt je innovatiekracht overeind.”
Tekst: Sander Voortman
Deze bijdrage komt uit het AV-magazine met als thema ICT & AI. Dit magazine is verschenen in juli 2026: https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av-2-2026-ict-ai/


Geef een reactie