Een AA stelt de jaarrekeningen samen van een bedrijf dat onder meer een recruitmentbureau exploiteert. De relatiebeheerder van het accountantskantoor laat in 2024 via e-mail aan de directeur weten dat het recruitmentbureau over het voorgaande jaar een verlies van zo’n € 165.000 heeft gedraaid, met een uitzeenzetting hoe dat resultaat tot stand is gekomen.
Te kort door de bocht
Drie partners van het recruitmentbureau zijn ondertussen verwikkeld in een gerechtelijke procedure met de BV waar het bureau onder valt. In die zaak brengt het bedrijf onder meer het bericht van de relatiebeheerder in – met succes, want de partners trekken aan het kortste eind bij de rechter.
De verbolgen partners wijzen de AA erop dat de mail van de relatiebeheerder als verklaring is gebruikt in de rechtszaak. De AA reageert daarop: “Deze mailwisseling mag niet als een accountantsverklaring worden gezien, maar betreft onderling mailverkeer over de cijfers waarop nog geen samenstelwerkzaamheden zijn verricht. [De relatiebeheerder] heeft geen accountantstitel en is het te kort door de bocht dat een accountant een verklaring heeft verstrekt.” Bovendien geeft de AA aan dat er geen concrete opdracht is gegeven om een verklaring te verstrekken. “Wij hebben de opdracht verkregen om een jaarrekening samen te stellen.”
In september volgt een samenstellingsverklaring bij de jaarrekening 2023 van de BV, maar in de jaarrekening ontbreken vergelijkende cijfers met het voorgaande jaar: over 2022 is namelijk geen samenstellingsverklaring afgegeven.
Tweeledige klacht
De drie partners dienen een klacht in bij de Accountantskamer. Zij verwijten hem dat hij ten onrechte een samenstellingsverklaring heeft afgegeven over boekjaar 2023. Zonder vergelijkende cijfers voldoet de jaarrekening namelijk niet aan titel 9 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bovendien had de AA moeten optreden tegen het gebruiken van de mail van de relatiebeheerder in de juridische strijd tussen de partners en de BV.
Ook cijfers aangifte vergroten inzicht
De tuchtrechter overweegt dat het zo veel mogelijk toevoegen van de vergelijkende cijfers het inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de resultaten van de onderneming vergroot. In dit geval beschikte de onderneming over jaarcijfers over boekjaar 2022 in de vorm van de aangifte Vpb. “Ook deze cijfers kunnen, onder voorwaarden en mogelijk na nadere bewerking, het inzicht van de gebruiker vergroten. Betrokkene had ze dan ook niet zonder meer achterwege mogen laten, zoals hij zelf ook heeft ingezien. Betrokkene heeft daarom ten onrechte een samenstellingsverklaring afgegeven en daarmee in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld.”
Misleidende lading
De tweede klacht hadden de partners eerder al ingediend tegen de relatiebeheerder, maar die klacht is afgewezen omdat de relatiebeheerder toen nog niet als accountant stond ingeschreven. De Accountantskamer staat toe dat de klacht nu tegen de (niet optredende) AA is gericht en oordeelt dat de advocaat van de BV het mailbericht een onjuiste dan wel misleidende lading heeft gegeven door het te presenteren als een accountantsverklaring. “Betrokkene was met deze wijze van presentatie in een juridische procedure bekend geworden door het telefoongesprek met de gemachtigde van klagers. Het bericht is opgesteld door een medewerker waarvoor betrokkene de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid draagt, zoals betrokkene zelf ook erkent, nu hij zich bezighield met de werkzaamheden in het kader van een samenstellingsopdracht waarvoor betrokkene de opdrachtpartner was. Daarmee is sprake van betrokkenheid van betrokkene bij bepaalde informatie die door een ander onjuist wordt voorgesteld.”
Reikwijdte niet beperkt
Op grond van artikel 10 van de VGBA (het fundamentele beginsel van integriteit) had de AA een maatregel moeten nemen om aan de beoogde gebruikers van de informatie kenbaar te maken waaruit de betrokkenheid van de accountant bij die informatie werkelijk bestaat. “Dat had in dit geval eens te meer op de weg van betrokkene gelegen, nu in het e-mailbericht zeer stellige bewoordingen worden gebruikt, terwijl er geen beperking in de reikwijdte van zijn uitspraken in is opgenomen.”
Weliswaar heeft de AA aangegeven dat op de verstrekte informatie nog geen samenstelwerkzaamheden waren verricht, maar dat de verklaring van de relatiebeheerder geen accountantsverklaring mocht heten, is niet voor elke gebruiker duidelijk, aldus de tuchtrechter. Dat komt door de woordkeuze in de mail en het feit dat de mail van een medewerker van een accountantskantoor afkomstig was. “En betrokkene heeft in deze e-mail, anders dan hij in zijn reactie op het klachtonderdeel stelt, niet specifiek aan de orde gesteld dat het (verdere) gebruik van die informatie (als accountantsverklaring) niet was toegestaan.”
Te passief
Bovendien heeft hij er onvoldoende voor gezorgd dat zijn mededeling aan de gebruikers van de informatie bekend is geworden. “Dat is te passief. Ten minste had van betrokkene verlangd kunnen worden dat hij bijvoorbeeld, als eerste stap, aan [de directeur en de advocaat] expliciet bevestiging had gevraagd dat zij de misleidende/onjuiste informatieverschaffing met betrekking tot de e-mail van [de relatiebeheerder] in de desbetreffende juridische procedure zouden redresseren (zo mogelijk), alsook bevestiging dat verder extern gebruik niet meer zou plaatsvinden.” De AA heeft daarom in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van integriteit.
De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op.


waarom zijn deze uitspraken anoniem? het maatschappelijke dient volledig te worden geinformeerd.