De Europese Commissie wil met het Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatiepakket, kortweg KTP, de Europese kapitaalmarkten verder integreren. ESMA moet daardoor verschuiven van een instelling die vooral regels ontwikkelt en toezichtpraktijken op elkaar afstemt naar een toezichthouder met meer uitvoerende taken.
Voor de AFM en AMF is niet langer de vraag óf toezicht op bepaalde terreinen moet worden gecentraliseerd, maar hoe dat doeltreffend en kostenefficiënt kan gebeuren. Centraal toezicht moet in de hele Europese Unie tot consistentere uitkomsten leiden, dubbele nalevingslasten voor grensoverschrijdende ondernemingen voorkomen en toezichtcapaciteit inzetten waar die het meeste effect heeft.
Toezicht richten op grootste risico’s
ESMA moet volgens beide toezichthouders risicogebaseerd en wendbaar werken. De aandacht moet vooral uitgaan naar de grootste risico’s voor ordelijke markten, beleggersbescherming en financiële stabiliteit. Resultaat moet daarbij zwaarder wegen dan proces. Een te formalistische nalevingsaanpak kan veel capaciteit opslokken zonder dat de uitkomsten wezenlijk verbeteren.
Het toezicht moet ook kunnen meebewegen met technologische vernieuwing, nieuwe marktstructuren en veranderend gedrag van beleggers. Vroegtijdig contact met marktpartijen en het gebruik van toezichttechnologie moeten ESMA helpen nieuwe bedrijfsmodellen en risico’s sneller te doorgronden.
Kostenkader moet voorspelbaar zijn
Het toekomstige kostenmodel moet transparant, evenredig en begrensd zijn. In de structurele situatie moet het kostenkader volgens de AFM en AMF ten minste kostenneutraal zijn. Tegelijk moet ESMA voldoende middelen krijgen om haar nieuwe taken uit te voeren.
Nationale toezichthouders blijven binnen het gecentraliseerde model werkzaamheden verrichten, zowel voor ESMA als op nationaal niveau. Voor die taken zijn bindende afspraken nodig over volledige en tijdige vergoeding. Ook moet duidelijk zijn welke gevolgen de inzet van middelen door ESMA heeft voor de nationale toezichtcapaciteit.
Onafhankelijk bestuur en heldere taakverdeling
De onafhankelijkheid van ESMA moet niet alleen juridisch, maar ook in de bestuurlijke inrichting zijn geborgd. Bestuurders moeten worden geselecteerd op ervaring, marktkennis en integriteit. Voldoende lange benoemingstermijnen moeten hen afschermen tegen politieke cycli. Gespreide vervanging van bestuursleden kan helpen kennis en ervaring te behouden.
Daarnaast moet vooraf vaststaan hoe de taken tussen ESMA en nationale toezichthouders zijn verdeeld. Dat is vooral van belang bij ondernemingen met meerdere vergunningen, die onder zowel Europees als nationaal toezicht kunnen vallen. ESMA moet binnen het centrale model de beslissingen nemen. Een onafhankelijke periodieke evaluatie, bijvoorbeeld iedere vijf jaar, moet inzicht geven in de samenwerking, kosten en resultaten.
Realtime toegang tot centrale data
Centrale toezichtdata zijn volgens de AFM en AMF onmisbaar voor het nieuwe stelsel. Gemeenschappelijke gegevenssets, rapportageformaten en definities kunnen de kwaliteit en efficiëntie van het toezicht verbeteren. Op termijn kunnen zij ook dubbele nationale rapportageverplichtingen verminderen.
Nationale toezichthouders moeten wel voortdurend en in realtime toegang houden tot de centrale databases van ESMA. Dat is nodig om nationale taken, zoals het toezicht op marktmisbruik, te kunnen blijven uitvoeren.
De handhaving is in het huidige Commissievoorstel nog onvoldoende uitgewerkt, stellen de toezichthouders. De Europese wetgeving moet duidelijker regelen wie bij overtredingen optreedt, hoe ESMA en nationale autoriteiten samenwerken en hoe de overdracht van taken verloopt. Daarbij moet rekening worden gehouden met het nationale bestuursrecht en met samenwerking met onder meer opsporingsdiensten, belastingautoriteiten en Financial Intelligence Units.


Geef een reactie