1. Betaal op tijd en voorkom 5 procent rente
Heeft de bv van een cliënt in 2025 meer winst gemaakt dan verwacht en is nog geen aangifte vennootschapsbelasting ingediend? Controleer dan of de voorlopige aanslag nog moet worden aangepast. De voorlopige aanslag kan worden gewijzigd tot het moment dat de aangifte bij de Belastingdienst binnen had moeten zijn (meestal 1 juni van het jaar volgend op het belastingjaar). Als de bv uitstel voor de aangifte heeft gekregen, is de uitsteldatum ook de uiterste datum dat er een voorlopige aanslag kan worden aangevraagd of gewijzigd. Zo voorkom je dat de bv belastingrente van 5 procent moet betalen.
2. Zet box 2-verlies om in een belastingkorting
Bij het opheffen van een bv of de verkoop van aandelen kan bij een dga een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaan. Hebben de dga en partner geen aanmerkelijk belang meer en is er nog een onverrekend verlies uit box 2? Dan kun je de Belastingdienst vragen dit verlies om te zetten in een belastingkorting voor box 1. In 2026 bedraagt de korting 24,5 procent van het onverrekende box 2-verlies. Vraag op tijd belastingkorting aan. Dit wordt nog wel eens vergeten.
3. Stort nog dit jaar aftrekbare bedragen op een lijfrenterekening
Als de dga geen onvoldoende pensioen opbouwt via een werkgever, dan kan er fiscaal aantrekkelijk worden gespaard of belegt via een lijfrente.
Belastingvoordeel
De storting op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening kan worden afgetrokken van het inkomen in box 1 tegen maximaal 49,5 procent. De gestorte bedragen zijn daarnaast vrijgesteld in box 3. Over de toekomstige uitkering betaalt de dga belasting, mogelijk tegen een (veel) lager tarief.
Aftrek in 2026
Je kunt dit jaar tot 30 procent van de premiegrondslag aftrekken. Dat is het inkomen verminderd met het deel waarover de dga later AOW ontvangt. Het maximaal aftrekbare bedrag in 2026 is € 35.589.
Inhaalregeling
Heeft de dga in de afgelopen tien jaar niet alle jaarruimte benut? Dan kan deze ruimte mogelijk alsnog worden gebruikt tot maximaal € 42.753 per jaar.
Maximale aftrek
In 2026 kun je dus in totaal € 78.342 aftrekken (het normale maximum plus het inhaalbedrag).
4. Laat de dividenduitkering niet ten koste gaan van de heffingskortingen
Bespreek bij een voorgenomen dividenduitkering niet alleen het box 2-tarief, maar ook de mogelijke gevolgen voor de heffingskortingen van de dga en diens fiscale partner. Dan worden dividenduitkeringen belast in box 2. Er zijn twee schijven: 24,5 procent tot € 68.843 (of het dubbele bij fiscale partners) en 31procent daarboven.
Maar let op: het dividend telt mee voor de afbouw van heffingskortingen. In bepaalde situaties kan de effectieve belastingdruk daardoor aanzienlijk oplopen (soms wel tot 42 procent). Laat daarom vooraf doorrekenen wat een dividenduitkering betekent voor je totale belastingpositie.
5. Leen niet te veel van je bv
Controleer vóór het einde van het jaar hoe hoog de totale schuld van de dga en diens fiscale partner aan de bv is. Dan betaalt de dga belasting in box 2 als de schuld meer is dan € 500.000. Schulden van een fiscale partner tellen mee en schulden en vorderingen worden niet zomaar gesaldeerd. Eigenwoningschulden zijn onder voorwaarden uitgezonderd. Belastingheffing kan worden voorkomen door bijvoorbeeld de schuld met privé-middelen af te lossen of de lening bij een bank over te sluiten.
6. Overleg wat voordeliger is: beleggen in de bv of privé
Het is een vraag die veel dga’s bezighoudt. Door een nieuwe wet mogen belastingplichtigen in box 3 kiezen voor belastingheffing over hun werkelijk rendement als dat lager is dan het forfaitair rendement (6 procent in 2026 voor bezittingen anders dan bank- en spaartegoeden). Voor de bv bestaat een dergelijke keuzemogelijkheid niet.
Veel bv-beleggers vragen zich nu af of zij niet beter af zijn in box 3. Die vraag is echter niet zonder meer met ja of nee te beantwoorden. Om in box 3 te kunnen beleggen, moet het vermogen eerst worden overgeboekt naar privé. Als daarvoor de winstreserves worden uitgekeerd aan de aandeelhouder, moet daarover in box 2 met de Belastingdienst worden afgerekend. Het bedrag waarmee kan worden belegd in privé is zo veel kleiner dan in de bv. Om dat verschil goed te maken, moeten zeer hoge rendementen worden behaald.
De uitkomsten zijn anders als het te beleggen bedrag zonder afrekening met de fiscus uit de bv kan worden gehaald. Bijvoorbeeld door een vordering op de bv te innen of door de bv onbelast terug te laten betalen op het aandelenkapitaal. Het te beleggen bedrag in box 3 is in deze gevallen hetzelfde als in de bv.
7. Vastgoed slim positioneren
Vastgoedbeleggers in box 3 hebben het de laatste jaren door de veranderde wetgeving steeds zwaarder te verduren gehad. In veel gevallen kan het daarom fiscaal aantrekkelijk zijn om vastgoed in de bv te houden. Overhevelen van bestaand vastgoed naar de bv kan echter overdrachtsbelasting kosten. In 2026 bedraagt het tarief 8 procent voor woningen die niet als eigen woning worden gebruikt en 10,4 procent voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden. Bij de aankoop van nieuw vastgoed kan het juist verstandig zijn om de bv als koper te laten optreden. Denk daarom vooruit en laat verschillende scenario’s doorrekenen.
8. Schenk via de bv
Heeft een dga het voornemen om aan een erkend goed doel te schenken, vergelijk dan een schenking in privé met een schenking via de bv. Schenkingen aan erkende goede doelen zijn aftrekbaar. Via de bv kan een dga tot 50 procent van de winst schenken, met een maximum van € 100.000. Het tarief van de vennootschapsbelasting voor de bv is 19 procent over de eerste € 200.000 van de belastbare winst, daarboven is het tarief 25,8 procent. In combinatie met de besparing van box 2-belasting kan het totale fiscale voordeel oplopen. Afhankelijk van het toepasselijke box 2-tarief bedraagt dit voordeel afgerond minimaal 39 procent en maximaal 49 procent.
9. Een holdingstructuur: de basis voor rust
Ga bij cliënten met één bv na of ondernemingsrisico’s en opgebouwd vermogen voldoende van elkaar zijn gescheiden. Een holdingstructuur kan het vermogen beschermen en biedt flexibiliteit bij verkoop of overdracht. Bij een holdingstructuur is de dga aandeelhouder van de holding, terwijl de holding aandeelhouder is van de werkmaatschappij.
Voor accountants en adviseurs is de tweede helft van het jaar een geschikt moment om deze onderwerpen met dga-cliënten te bespreken. Kijk daarbij onder meer naar de voorlopige aanslag, dividendplanning, schulden aan de bv, pensioenopbouw en vermogensstructuur. Welke maatregelen passend zijn, hangt steeds af van de persoonlijke en zakelijke situatie van de cliënt.
Belastingwetgeving verandert voortdurend. Deze blog bevat algemene informatie en is niet bedoeld als persoonlijk advies.
Peter Beets is expert vermogensplanning bij ABN AMRO MeesPierson.


Geef een reactie