1. Houd de uren goed bij
Voor een aantal fiscale aftrekposten moet een ondernemer kunnen laten zien dat hij minstens 1.225 uur per jaar aan zijn onderneming heeft besteed. Dit heet het urencriterium. Daarbij moet niet alleen worden bijgehouden hoeveel uren zijn gewerkt, maar ook waaraan die uren zijn besteed.
Alle uren die aan de onderneming worden besteed, mogen meetellen. Denk aan reistijd, de tijd die wordt besteed aan het werven van klanten en het bijhouden van de administratie. Als je klant zijn uren niet goed bijhoudt, kan hij aftrekposten mislopen, zoals de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek.
Start je klant later in het jaar een onderneming? Ook dan moet hij toch minimaal 1.225 uur aan de onderneming hebben besteed.
2. Benut eerder niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek
Als je klant voldoet aan het urencriterium, kan hij als zelfstandig ondernemer gebruikmaken van de zelfstandigenaftrek. Hij mag dan een vast bedrag van de winst aftrekken. De zelfstandigenaftrek is nooit hoger dan de winst. Maakt de ondernemer in een kalenderjaar weinig winst of verlies? Dan kan hij de zelfstandigenaftrek misschien niet helemaal gebruiken.
Heeft je klant in 2025 de zelfstandigenaftrek (€ 2.470) niet volledig benut? Als de winst te laag was om de zelfstandigenaftrek volledig te gebruiken, kan het niet-benutte deel in de volgende 9 jaar worden verrekend, mits er voldoende winst is.
Let op: ook in het jaar waarin de ondernemer de aftrek wil verrekenen, moet hij aan het urencriterium voldoen.
De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 € 1.200 en wordt in 2027 verder verlaagd naar € 900. Daarmee is deze aftrekpost fors lager dan in 2025. Het wordt daarom steeds belangrijker om ook andere fiscale mogelijkheden, zoals investeringsaftrek en lijfrenteaftrek, tijdig te benutten.
3. Benut verrekenbaar verlies
Controleer of je klant verliezen uit het verleden in 2026 nog kan verrekenen. Dit kan met winst van de laatste 3 jaar en de komende 9 jaar. Dreigt een verlies uit het verleden verloren te gaan? Onderzoek dan of de winst in 2026 kan worden verhoogd door uitgaven uit te stellen of omzet naar voren te halen.
4. Benut de investeringsaftrek optimaal
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een aftrekpost op de winst. Je klant heeft recht op de KIA als hij in 2026 meer dan € 2.900 en maximaal € 398.236 investeert in bedrijfsmiddelen die daarvoor in aanmerking komen. Bedrijfsmiddelen onder € 450 tellen niet mee voor de KIA.
De KIA is in 2026 maximaal € 20.072. De aftrek vermindert als meer wordt geïnvesteerd dan € 132.746. Komt je klant in 2026 boven dat bedrag uit? Overweeg dan of het verstandig is investeringen uit te stellen naar 2027. Daarmee kan hij in 2026 en 2027 per saldo een hogere KIA krijgen.
Blijft hij dit jaar met de investeringen onder de drempel van € 2.900? Dan kan het verstandig zijn geplande investeringen voor 2027 al in 2026 te doen. Zeker als hij met de investeringen in 2027 eveneens onder de drempel zou blijven.
5. Investeer duurzaam met MIA en EIA
Bij een investering in nieuwe bedrijfsmiddelen die als milieu-investeringen kwalificeren, kan je klant de milieu-investeringsaftrek (MIA) aanvragen. In 2026 is deze aftrek 27%, 36% en 45%, afhankelijk van de categorie. Dit geldt bij een investering van meer dan € 2.500.
Investeert de ondernemer in bepaalde energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan kan hij mogelijk gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek (EIA). Het aftrekpercentage van de EIA is 40%. Dit percentage wordt mogelijk verhoogd naar 45,5% in 2027.
Het minimale investeringsbedrag is € 2.500 per bedrijfsmiddel.
Let op: de MIA en de EIA kunnen voor dezelfde investering niet samenlopen.
6. Pas op met desinvesteren
Heeft je klant in 2022 of in de jaren daarna investeringsaftrek gekregen voor een bedrijfsmiddel, zoals een machine? Let dan op met het verkopen van dat bedrijfsmiddel in 2026. Er kan dan een desinvesteringsbijtelling ontstaan. Daardoor wordt de belastbare winst in 2026 hoger. Dit geldt als de waarde van die verkochte bedrijfsmiddelen gezamenlijk hoger is dan € 2.900.
Het gaat hierbij om een verkoop binnen 5 jaar waarbij het kalenderjaar van aankoop meetelt. De desinvesteringsbijtelling geldt ook als de ondernemer het bedrijfsmiddel weggeeft, verhuurt of naar het privévermogen verplaatst.
7. Vorm een herinvesteringsreserve en herinvesteer op tijd
Verkoopt je klant in 2026 een bedrijfsmiddel? Dan kan hij de winst opnemen in een herinvesteringsreserve (HIR). Hiermee stelt hij de belastingheffing over die winst uit.
Een van de voorwaarden is dat op de balansdatum kan worden aangetoond dat de ondernemer van plan is opnieuw te investeren. Het is daarom verstandig tijdig maatregelen te nemen waarmee het herinvesteringsvoornemen kan worden bewezen. Denk aan het opvragen van offertes.
De herinvesteringstermijn is maximaal 3 jaar na het jaar van verkoop van het bedrijfsmiddel. De termijn voor een herinvesteringsreserve die in 2023 is gevormd, loopt dus af op 31 december 2026. Om te voorkomen dat de reserve vrijvalt in de winst, moet je klant in 2026 een herinvestering hebben gedaan. Onder voorwaarden kan wel uitstel worden gevraagd. Gebeurt dat niet, dan betaalt hij alsnog belasting over de boekwinst op het bedrijfsmiddel.
8. Innoveer ook in 2026 fiscaal voordelig
Een ondernemer krijgt aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk als hij voldoet aan het urencriterium. Ook is een S&O-verklaring van de RVO nodig. Bovendien moet hij zelf minimaal 500 uren aan erkend speur- en ontwikkelingswerk besteden.
De aftrek is € 15.979. Voor starters geldt een extra aftrek van € 7.996.
9. Werk met hulp van de fiscus aan inkomen voor later
Een ondernemer moet zelf zorgen voor zijn pensioen. Dit kan via een lijfrente. Een lijfrente is vergelijkbaar met een pensioenregeling voor werknemers.
Met belastingvoordeel kan je klant sneller vermogen opbouwen voor later. De storting op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening trekt hij af van zijn inkomen in box 1 tegen maximaal 49,5%. De gestorte bedragen zijn daarnaast vrijgesteld in box 3.
Laat hij het opgebouwde vermogen uitkeren? Dan betaalt hij belasting, maar vaak tegen een lager tarief. Tijdens de looptijd betaalt hij over het rendement geen belasting.
Aftrek in 2026
De ondernemer kan dit jaar tot 30% van zijn premiegrondslag aftrekken. Dat is het inkomen, verminderd met het deel waarover hij later AOW ontvangt. Het maximaal aftrekbare bedrag in 2026 is € 35.589.
10. Inhaalregeling
Heeft je klant in de afgelopen tien jaar niet al zijn jaarruimte benut? Dan kan hij die ruimte mogelijk alsnog gebruiken via de reserveringsruimte, tot maximaal € 42.753 per jaar.
Belangrijk: om in 2026 deze aftrekpost te gebruiken, moet de storting in 2026 worden gedaan. Let er daarbij op dat het inkomen hoog genoeg is om optimaal belastingvoordeel te krijgen.
11. Voorkom belastingrente over 2025
Is de winst van je klant over 2025 hoger dan verwacht, heeft hij nog geen aangifte inkomstenbelasting ingediend en is er geen of een te lage voorlopige aanslag opgelegd? Dan is het verstandig de aangifte zo snel mogelijk in te dienen. De voorlopige aanslag kan worden gewijzigd tot het moment dat de aangifte bij de Belastingdienst binnen had moeten zijn, meestal 1 mei van het jaar volgend op het belastingjaar. Is uitstel voor de aangifte verleend, dan is de uitsteldatum ook de uiterste datum waarop een voorlopige aanslag kan worden aangevraagd of gewijzigd. Zo kan worden voorkomen dat 5% belastingrente moet worden betaald.
Voor ondernemers met een eenmanszaak of vof valt er ook in de tweede helft van 2026 nog veel te sturen. Dit is daarom een goed moment om met klanten te bekijken welke maatregelen voor hun onderneming mogelijk zijn. Zo voorkom je dat fiscale kansen verloren gaan en kun je hun belastingpositie over 2026 en 2027 gericht verbeteren.
Peter Beets is expert vermogensplanning bij ABN AMRO MeesPierson.
Belastingwetgeving verandert voortdurend. Deze blog is bedoeld als algemene informatie en niet als persoonlijk advies. Beoordeel daarom per klant welke keuzes het beste bij zijn of haar situatie passen.


Geef een reactie