Volgens het rapport Taxing Wages 2026 kwam de gemiddelde belastingwig voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon uit op 35,1 procent, tegen 34,9 procent een jaar eerder. Nederland lag daar net boven. Voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen bedroeg de belastingwig in 2025 35,9 procent. Daarmee stond Nederland op de 14de plaats van de 38 OESO-landen.
De belastingwig laat het verschil zien tussen de totale loonkosten voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer, waarbij inkomstenbelasting, sociale premies van werknemers en werkgevers en eventuele gezinsvoordelen worden meegewogen. In Nederland waren inkomstenbelasting en werkgeverspremies samen goed voor 75 procent van de totale belastingwig.
Nederlandse gezinnen: ook boven het OESO-gemiddelde
Ook voor gezinnen lag de belastingdruk in Nederland boven het OESO-gemiddelde. Voor een eenverdienersgezin met twee kinderen bedroeg de belastingwig 28,5 procent, tegenover 26,2 procent gemiddeld in de OESO. Het verschil tussen de belastingwig van een alleenstaande en die van een gezin met twee kinderen bedroeg in Nederland 7,5 procentpunt, tegen 8,9 procentpunt gemiddeld in de OESO.
Kijk je naar het nettoloon, dan hield een alleenstaande werknemer in Nederland gemiddeld 72,1 procent van het brutoloon over, tegenover 74,9 procent in de OESO als geheel. Voor een eenverdienersgezin met twee kinderen lag dat op 80,6 procent, tegen 85,3 procent gemiddeld in de OESO.
Verschillen tussen landen
De verschillen tussen landen blijven groot. België voerde de ranglijst aan met een belastingwig van 52,5 procent, gevolgd door Duitsland met 49,3 procent en Frankrijk met 47,2 procent. Aan de onderkant stonden Colombia met 0,0 procent en Chili met 7,5 procent.
Ook de ontwikkeling per land liep uiteen. In 24 van de 38 OESO-landen nam de belastingwig in 2025 toe, terwijl die in elf landen daalde en in drie landen gelijk bleef. Het Verenigd Koninkrijk liet met 2,45 procentpunt de grootste stijging zien.


Geef een reactie