Het begrotingstekort kwam uit op 1,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl de staatsschuld eind 2025 44,4 procent van het bbp bedroeg.
De Nederlandse economie ontwikkelde zich in 2025 gunstiger dan eerder geraamd, blijkt uit het verslag. De economie groeide met 1,8 procent, waar het Centraal Planbureau eerder nog uitging van 1,6 procent groei. De werkloosheid bleef laag op 3,9 procent. Tegelijkertijd stegen de lonen gemiddeld met 5 procent en nam de koopkracht van huishoudens toe.
De inflatie bleef met 3,3 procent wel duidelijk hoger dan het gemiddelde binnen de eurozone, waar de prijsstijgingen gemiddeld op 2,1 procent uitkwamen.
Volgens het ministerie van Financiën droegen de sterkere economische groei en hogere belastinginkomsten eraan bij dat de overheidsfinanciën stabiel bleven. De verschillen met de ramingen uit de Najaarsnota waren beperkt: het begrotingstekort viel uiteindelijk 0,2 procentpunt lager uit dan verwacht, terwijl de staatsschuld juist 0,2 procentpunt hoger uitkwam.
Gezonde overheidsfinanciën
Het kabinet waarschuwt tegelijkertijd dat de schuldquote zonder aanvullend beleid de komende jaren waarschijnlijk verder zal oplopen, mede door de vergrijzing en stijgende uitgaven aan collectieve voorzieningen. Volgens het ministerie zijn gezonde overheidsfinanciën nodig om toekomstige schokken op te kunnen vangen en om te voorkomen dat oplopende rentelasten een groter beslag leggen op belastingmiddelen.
Heinen: “Burgers en bedrijven zien prijzen stijgen als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten. Hoewel Nederland economisch weerbaar is gebleken moeten we ons voorbereiden op scenario’s waarin het slechter gaat met onze economie op korte en op lange termijn. Daarom blijft het kabinet zich inzetten voor gezonde overheidsfinanciën zodat we buffers hebben om klappen op te vangen wanneer dat nodig is.”
Rechtmatigheid
Uit het jaarverslag blijkt verder dat de rijksoverheid voor het grootste deel binnen de normen voor rechtmatigheid van financiële transacties bleef. De Algemene Rekenkamer controleerde over 2025 of uitgaven, ontvangsten en verplichtingen rechtmatig waren verwerkt.
De uitgaven bleven voor 99,46 procent binnen de tolerantiegrens van 1 procent, terwijl de ontvangsten met 99,98 procent vrijwel volledig rechtmatig werden bevonden. Alleen bij de verplichtingen werd de norm niet gehaald: daar kwam het percentage rechtmatige transacties uit op 98,67 procent.


Geef een reactie