Volgens Belgische media geldt de verkiezingsuitslag als een duidelijke afrekening met het beleid van de afgelopen jaren, waarin volgens critici te veel rekening werd gehouden met de belangen van grote accountantsorganisaties zoals de Big Four en andere grote netwerkorganisaties. Bij de recente bestuursverkiezingen van de ITAA werden zowel de kandidaat-voorzitter als de kandidaat-ondervoorzitter verslagen door kandidaten die de belangen van kleinere kantoren vertegenwoordigen.
De nieuwe voorzitter Emmanuel Degrève en ondervoorzitter Caroline Meys werden gesteund door de Koninklijke Vereniging van Accountancy en Belastingconsulenten van België (KVABB), die vooral kleinere accountants- en belastingadvieskantoren vertegenwoordigt. Hun campagne stond in het teken van meer aandacht voor de problemen van zelfstandige accountants en kleine kantoren. De ITAA heeft 13.500 leden. Er zijn ruim 9000 bedrijven bij aangesloten.
Verzet tegen consolidatie
Onder veel kleine Belgische accountants leeft al langer de overtuiging dat het ITAA schaalvergroting en consolidatie in de sector indirect stimuleert. Zij wijzen op de toenemende hoeveelheid regelgeving, kwaliteitstoetsingen, rapportageverplichtingen en compliance-eisen. Die lasten drukken volgens hen relatief zwaar op kleine kantoren, terwijl grote organisaties de benodigde investeringen makkelijker kunnen dragen.
Critici vrezen dat dergelijke verplichtingen ertoe leiden dat zelfstandige accountants stoppen of zich laten overnemen door grotere spelers. Volgens voorstanders van schaalvergroting is consolidatie echter deels onvermijdelijk door de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de hoge investeringen die nodig zijn voor digitalisering en automatisering.
Dominante grote spelers
De machtswisseling volgt op een ledenenquête waarin de onvrede over het instituut duidelijk naar voren kwam. Bijna twee derde van de respondenten gaf aan ontevreden te zijn over de werking van het ITAA. Onder kleine kantoren voelde bijna negen op de tien zich onvoldoende vertegenwoordigd. De verkiezingsuitslag lijkt daarmee ook een signaal dat de traditionele invloed van de grote kantoren binnen het instituut afneemt. Sinds de oprichting van het ITAA in 2019, na de fusie van twee beroepsorganisaties, speelden vooral vertegenwoordigers van de grotere accountancy- en belastingadvieskantoren een dominante rol binnen het bestuur.
Ook in Nederland
De ontwikkelingen in België raken aan discussies die ook in Nederland spelen. Binnen de accountancysector klinkt al langer kritiek dat wet- en regelgeving, kwaliteitseisen en toezicht relatief zwaar drukken op kleinere kantoren. Daarnaast wordt geregeld de vraag gesteld in hoeverre beroepsorganisaties voldoende oog hebben voor de belangen van mkb-kantoren naast die van de grote accountantsorganisaties.
De nieuwe ITAA-voorzitter en ondervoorzitter hebben inmiddels aangekondigd de koers te willen verleggen. Verplichtingen rond kwaliteitstoetsing, antiwitwaswetgeving en rapportages zouden volgens hen beter moeten aansluiten bij de omvang van een kantoor. Kwaliteitstoetsingen moeten volgens het nieuwe bestuur vooral een ondersteunend karakter krijgen. “Wie een toetsing ondergaat, moet er beter uitkomen”, schrijven zij in hun eerste boodschap aan de leden.


Dit is waar ik al jaren voor pleit. Er werd veel teweinig rekening gehouden met de kleine kantoren. Dat kon ook niet anders met een voorziiter die zelf een kantoor had met meer dan 20 werknemers en een uitgebreid secretariaat. Kleine kantoren hebben geen (uitgebreid) secretariaat en de beroepsbeoefenaars moeten de steeds maar toenemende bijkomende (en vaak zinloze) formaliteiten zelf doen waardoor het “echte” werk blijf liggen.
Je ziet het zo vaak gebeuren, men komt in de malle molen van bestuurdersfuncties terecht in een organisatie waarvan het ledengeld toch binnenstroomt (en bij een tekort verhoogt men gewoon het ledengeld) en dan verliest men alle realiteit uit het oog. Het gaat niet meer om het belang van de leden, maar het begint steeds meer te gaan om macht en aanzien, en vooral veel regeltjes invoeren en daarna “bestraffen”. Terwijl de champagne rijkelijk vloeit. Er zijn een paar harde werkers en de rest leunt gemakzuchtig aan. Het is schijnbaar heel moeilijk om integer te blijven in die posities. Ik hoop van harte dat Emmanuel DeGreve en Caroline Meys hiertegen bestand zullen blijven.