Het als citaat opnemen van niet bestaande rechtspraak acht de rechtbank namelijk hoe dan ook kwalijk. De proceskostenveroordeling wordt daarom met 2.315,50 euro verhoogd.
Verkoop onderneming
De kwestie speelde in een geschil over de verkoop van een onderneming. Partijen kwamen in 2024 een koopprijs van 2,1 miljoen euro overeen voor alle aandelen, met een mogelijke earn-out tot 2,35 miljoen euro. De aandelen zouden in twee tranches worden geleverd. Nadat de eerste helft was overgedragen, weigerden de kopers de tweede tranche af te nemen. Zij beriepen zich op vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling dan wel bedrog. Volgens hen had de verkoper onjuiste informatie verstrekt over de omzetprognoses en relevante informatie over een belangrijke klant achtergehouden.
De rechtbank gaat daar niet in mee. De prognose waarop de kopers zich beriepen, was pas opgesteld nadat partijen al overeenstemming hadden bereikt over de koopprijs en was bedoeld voor een financieringsaanvraag bij de bank. Uit het mailverkeer en het chronologische verloop blijkt volgens de rechtbank dat de prognose geen harde voorwaarde was voor het aangaan van de koopovereenkomst, “nog los van het feit dat een prognose geen garantie is”. Ook het beroep op verzwegen informatie over een belangrijke klant slaagt niet.
De vorderingen van de kopers worden daarom afgewezen. Zij moeten alsnog meewerken aan de levering van de resterende aandelen, tegen betaling van in totaal 1,05 miljoen euro plus wettelijke rente.
Werkelijke proceskosten te hoge drempel
Bij de proceskosten krijgt de zaak een opvallend vervolg. De verkoper vroeg om vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten. Volgens het bedrijf hadden de kopers onwaarheden aangevoerd, waardoor voor 11.258,25 euro aan aanvullende kosten was gemaakt. Daarbij wees de verkoper onder meer op een e-mail die buiten de producties was gelaten en op een herschreven e-mail van de bedrijfsleider.
De rechtbank ziet daarin geen reden voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten. Daarbij wordt overwogen “dat veroordeling in werkelijk gemaakte kosten slechts voor toewijzing in aanmerking komt, indien er sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanvangen van een procedure. Het gaat aldus om een hoge drempel waarbij terughoudendheid gepast is. De rechtbank is van oordeel dat deze drempel niet is bereikt.” Dat de mail buiten de producties is gelaten is daarvoor onvoldoende. “Daarbij weegt mee dat de betreffende mail geen verschil in de beoordeling teweeg zou hebben gebracht. Voor de herschreven mail van de bedrijfsleider geldt hetzelfde. Een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten zal dan ook worden afgewezen. Wel zullen [gedaagden] worden veroordeeld in de gebruikelijke proceskosten, inclusief nakosten.”
Extra kosten om niet-bestaand citaat
Toch blijft het procesgedrag van de kopers niet geheel zonder financiële gevolgen. Bij de gebruikelijke proceskosten telt de rechtbank een halve punt extra op, omdat in hun conclusie van antwoord “een volledig onjuist citaat” uit het bekende Hoge Raad-arrest DSM/Fox was opgenomen:

“Deze bewoordingen zijn niet in het genoemde arrest te vinden, en ook niet elders in gepubliceerde rechtspraak”, constateert de rechtbank. De verkoper stelde daarom dat voor het opstellen van de conclusie van antwoord gebruik was gemaakt van artificial intelligence, die was gaan hallucineren. De advocaat van de kopers ontkende dat, maar zei niet te kunnen achterhalen hoe de passage dan wel in het processtuk was terechtgekomen.
Of AI daadwerkelijk de bron van het verzonnen citaat was, laat de rechtbank vervolgens in het midden. De verklaring voor het citaat is volgens de rechter namelijk niet beslissend. “Het als citaat opnemen van niet bestaande rechtspraak acht de rechtbank kwalijk”, omdat dit zowel de wederpartij als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht heeft gekost. De daarmee gemoeide kosten begroot de rechtbank op een halve punt in de proceskostenveroordeling: 2.315,50 euro.
Het salaris van de advocaat komt daarmee uit op 13.893 euro, gebaseerd op 3,5 punten van ieder 4.631 euro. Inclusief onder meer het griffierecht en de nakosten bedraagt de totale proceskostenveroordeling 26.100,85 euro. Daarnaast moeten de kopers 7.591 euro aan beslagkosten en 6.775 euro aan buitengerechtelijke incassokosten betalen.
Geef een reactie