Alleen vanwege de lange duur van de cassatieprocedure moet zijn gevangenisstraf volgens de A-G worden verminderd.
De strafzaak tegen de registeraccountant maakt deel uit van het omvangrijke onderzoek Tandem IV. Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde hem begin 2024 wegens medeplegen van valsheid in geschrift, feitelijk leidinggeven aan het voorhanden hebben van valse geschriften en medeplegen van gewoontewitwassen. Hij kreeg 22 maanden cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De RA is ook tuchtrechtelijk aangepakt. De Accountantskamer legde hem eerder een lange doorhaling op. In hoger beroep werd de duur van die maatregel iets bekort.
De RA stapte in de strafzaak naar de Hoge Raad. Zijn advocaten voerden twee cassatiemiddelen aan. Het eerste richt zich tegen de veroordeling vanwege tien valse facturen die in de administratie van zijn vennootschappen waren aangetroffen. Het tweede bestrijdt de bewezenverklaring van het gewoontewitwassen. A-G Van Kampen concludeerde eerder deze zomer dat beide middelen falen. De Hoge Raad moet voor zover bekend nog arrest wijzen. Meestal worden conclusies opgevolgd.
Werkzaamheden tegenover facturen
De accountant heeft steeds volgehouden dat tegenover de omstreden facturen wel degelijk werkzaamheden stonden. Zo zouden familieleden commerciële en administratieve ondersteuning hebben geleverd en zou sprake zijn geweest van mondeling overeengekomen lumpsumbetalingen. Een van hen zou onder meer hebben geholpen bij accountantswerk en via TeamViewer werkzaamheden hebben uitgevoerd voor een opdracht van de RA bij ABN Amro.
Het hof geloofde die verklaringen niet. De facturering verliep onregelmatig, de bedragen liepen uiteen en omschrijvingen als ‘Inhuur externe’ en ‘extra weekend en avond werk’ pasten volgens het hof niet bij de gestelde lumpsumafspraken. Ook waren aanvankelijk tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de plaats waar de werkzaamheden zouden zijn uitgevoerd en de computer waarop werd gewerkt. De latere uitleg over het gebruik van TeamViewer achtte het hof ongeloofwaardig.
Volgens de A-G heeft het hof zijn oordeel over de valsheid van de facturen voldoende gemotiveerd. Ook mocht het hof aannemen dat de RA feitelijk leiding gaf aan het voorhanden hebben ervan. Hij was bestuurder van de betrokken vennootschappen en direct betrokken bij het opnemen en gebruiken van de facturen in hun administratie. De cassatieklachten daartegen slagen niet.
Criminele herkomst betalingen
Een belangrijker twistpunt in cassatie is het gewoontewitwassen. Het hof stelde vast dat aan de RA gelieerde vennootschappen op basis van valse facturen in totaal ruim 95.000 euro aan de vennootschap van de ene medeverdachte en ruim 243.000 euro aan die van een andere medeverdachte betaalden. Tegenover die betalingen stonden volgens het hof geen werkzaamheden. Uit onder meer Ennetcom- en iMessage-berichten leidde het hof bovendien af dat de twee medeverdachten zich gedurende langere tijd bezighielden met witwassen voor criminelen.
De verdediging wierp in cassatie tegen dat niet kan worden geconcludeerd dat de door de RA betaalde bedragen uit misdrijf afkomstig waren. Volgens haar kwamen de betalingen juist uit de legale inkomsten van zijn vennootschappen. Ook zou niet zijn gebleken dat de accountant op een andere manier, bijvoorbeeld met contant crimineel geld, voor die betalingen werd gecompenseerd.
A-G Van Kampen volgt die redenering niet. Volgens hem mocht het hof uit de combinatie van omstandigheden een voldoende witwasvermoeden afleiden. Daarbij wijst hij erop dat tegenover de betalingen op de valse facturen geen werkzaamheden stonden, dat de ontvangende vennootschappen waren gelieerd aan medeverdachten die zich volgens het hof langere tijd met witwassen bezighielden en dat aanzienlijke bedragen vrijwel direct na het versturen van de facturen werden overgemaakt. Ook de Ennetcom-berichten, waarin onder meer werd gesproken over ‘witwassen’, ‘legaal maken’ en ‘witwaskosten’, wegen mee. Volgens de A-G zien deze omstandigheden bovendien daadwerkelijk op de herkomst van de gelden.
Dat niet is vastgesteld hoe de RA voor zijn betalingen zou zijn gecompenseerd, maakt dat niet anders. Een dergelijke vaststelling is volgens Van Kampen voor bewezenverklaring niet vereist. De overweging van het hof dat een eventuele herkomst uit legale inkomsten verrekening met criminele gelden niet uitsluit, leest de A-G bovendien slechts als een overweging ten overvloede. Doorslaggevend is dat het hof op basis van het geheel aan omstandigheden heeft geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat de betaalde bedragen van misdrijf afkomstig waren.
Geen afdoende verklaring
Daarmee mocht volgens de A-G ook van de accountant worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gaf voor een niet-criminele herkomst van de bedragen. Het hof vond dat hij daarin niet was geslaagd. De verklaringen over de werkzaamheden die tegenover de facturen zouden hebben gestaan waren al als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Van Kampen noemt dat oordeel, mede gezien de onderschepte Ennetcom-berichten, niet onbegrijpelijk.
Ook de afzonderlijke betaling van 62.500 euro houdt volgens de A-G in cassatie stand. Voor die transactie werd in november 2016 een factuur opgesteld met als omschrijving ‘Overname verplichting’. In een e-mail was om spoed gevraagd omdat het geld al op een rekening stond en via een andere bv naar de RA moest worden overgeboekt. Het hof achtte de factuur vals en zag daarin een constructie om crimineel geld een schijnbaar legale bestemming te geven.
Wel strafvermindering
Van Kampen adviseert de Hoge Raad daarom de inhoudelijke cassatieklachten te verwerpen. Helemaal zonder resultaat blijft het cassatieberoep volgens hem echter niet. Op het moment dat de Hoge Raad uitspraak doet, zijn meer dan twee jaar verstreken sinds het instellen van cassatie. Daarmee is de redelijke termijn van artikel 6 EVRM overschreden.
De conclusie strekt daarom tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de hoogte van de gevangenisstraf en tot vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige kan de veroordeling volgens de A-G in stand blijven.


Geef een reactie