Gijs breekt een stuk van een croissant af. ‘Hoe gaan we verder?’ Hij kijkt Marga en Chantal aan.
‘Chantal en ik hebben overlegd, en we hebben besloten dat we ermee stoppen.’ Marga zegt het berustend.
‘Waarmee gaan jullie stoppen?’ vraagt Gijs licht verwonderd.
‘Met alles. Met de aanklacht tegen Joost, met de ronde tafel. Het heeft ons heel veel energie gekost en uiteindelijk niets opgeleverd,’ zegt Chantal. Ze roert de muesli door haar yoghurt.
‘Het ligt niet aan jou,’ zegt Marga verontschuldigend. ‘We snappen heus wel dat het voor jouw onderzoek reuze interessant zou zijn als we doorgaan. Maar zoals Chantal al zegt, er verandert uiteindelijk toch niets.’
Het blijft even stil.
‘Marga en ik hebben onderzocht of het mogelijk is een tuchtklacht bij de Accountantskamer in te dienen. Dat kan. Maar ook daar lopen we tegen de bewijslast aan, en als onze klacht wordt afgewezen, dan weten we niet wat Joost gaat doen.’
‘Die laat het er vast niet bij zitten. En als hij ons aansprakelijk stelt, dan hebben wij het geld niet om een rechtszaak te voeren, laat staan om een schadevergoeding te betalen.’ Gijs ziet een paar tranen in Marga’s ooghoek.
‘Ik snap jullie, maar het voelt als de omgekeerde wereld. De dader wordt niet ter verantwoording geroepen, en jullie blijven als slachtoffers achter. Dat je daar niets aan kunt doen, voelt toch heel onbevredigend,’ zegt Gijs, en hij duwt de helft van zijn croissant in zijn thee.
‘Wij hebben het eerst ook zo beleefd. Maar toch vinden we dat we er sterker uit zijn gekomen. We hebben ons niet laten intimideren. We hebben een brief gestuurd en een gesprek met Joost gehad, en omdat zijn vertrouwenspersoon erbij was, is het niet langer een geheim tussen ons en Joost.’ Er komt een glimlach op Chantals gezicht.
‘Maar er is jullie geen recht gedaan.’ Gijs verheft enigszins zijn stem.
‘Nee. Maar daarin staan we niet alleen. Natuurlijk zou het mooi zijn als dat wel was gebeurd. Maar ook al sta je in je recht, dat wil nog niet zeggen dat dat recht ook gehonoreerd wordt. Je hoeft de media maar een beetje te volgen om dat te zien,’ zegt Marga.
‘En gelukkig biedt jij met jouw onderzoek inzicht in hoe ook de accountancybranche met misstanden te maken heeft,’ zegt Chantal. ‘Wij hopen dat er daardoor meer over gepraat gaat worden. Dat zwijgen over onderwerpen als seksuele intimidatie en discriminatie geen vanzelfsprekendheid meer is, en wegkijken evenmin.’
‘De branche moet ook op dit terrein volwassen worden.’ Ook Marga is strijdvaardig. ‘We moeten niet tevreden zijn als de compliance, de dossiers en de productiviteit op orde zijn. We moeten een slag dieper gaan en de mens die het werk doet centraal stellen.’
‘Ik hoop dat jouw onderzoek daaraan bijdraagt,’ zegt Chantal.
Gijs maakt een licht afwerend gebaar. ‘Dat vind ik heel veel eer. Alsof mijn onderzoek de wereld gaat veranderen. Zoveel invloed heb ik nu ook weer niet.’
‘Maar je onderzoeksresultaten zetten wel iets in beweging. Voordat je je onderzoek presenteert, kunnen mensen nog zeggen: ik wist niet dat dit ook in de accountancy speelde. Daarna kunnen ze er niet meer omheen. Ontkennen kan altijd nog, maar ze kunnen niet meer zeggen dat ze er geen kennis van hebben genomen,’ zegt Marga.
‘Dat is echt veel eer, dames.’ Gijs voelt dat hij een rood hoofd krijgt. Om de aandacht af te leiden vraagt hij snel: ‘Wat doen we met Pascal?’
‘Niets. We heffen de ronde tafel op, en met Pascal heb ik verder niets meer te maken,’ zegt Marga.
‘Hij is een loser, en daar besteed ik geen aandacht meer aan.’ Chantal staat op en geeft Gijs een knuffel. ‘Bedankt, en succes met de afronding.’ Marga geeft hem een schouderklop. ‘Je hebt ons echt verder geholpen. Ik lees het wel wanneer je onderzoek af is.’
Na het afrekenen stapt Gijs op zijn fiets en gaat richting huis. Thuis aangekomen ploft hij neer op de bank, pakt zijn laptop en klapt die open. Hij opent een AI-app, laadt zijn onderzoek in en typt.
Het onderzoek is afgerond. Kun jij er voor mij een samenvatting van maken, in tien zinnen?
Een paar minuten later verschijnt er een bericht.
Vanzelfsprekend. Hier is een samenvatting van je onderzoek in tien zinnen.
1. Vier jaar onderzoek naar de vraag wat Nederland aan zijn accountant heeft, mondt uit in een verrassende conclusie: het beroep wordt niet bepaald door de cijfers, maar door de mensen die ze maken.
2. De accountant is de bewaker van vertrouwen, en juist dat vertrouwen staat onder druk, van binnenuit en van buitenaf.
3. Regeldruk, tuchtrecht en compliance hebben het vak veiliger gemaakt, maar ook menselijker handelen soms in de weg gezet.
4. Technologie en kunstmatige intelligentie nemen het rekenwerk over, maar niet het oordeel, en zeker niet de verantwoordelijkheid.
5. De grootste blinde vlek van het beroep zit niet in de systemen, maar in de omgang met mensen: intimidatie, uitsluiting en machtsmisbruik worden te vaak weggekeken.
6. Wie een misstand aankaart, blijkt kwetsbaarder dan wie hem pleegt, omdat het systeem de machtige beter beschermt dan het slachtoffer.
7. Toch is spreken lonend, niet omdat het altijd recht oplevert, maar omdat het zwijgen doorbreekt en de last verdeelt.
8. Een beroep dat volwassen wil worden, moet zich niet afmeten aan de vraag of de dossiers kloppen, maar aan de vraag of de mensen erachter veilig zijn.
9. Verandering komt zelden door een oordeel van bovenaf, en vaker door het volhouden van gewone mensen die weigeren te wennen aan wat niet deugt.
10. De eindvraag is niet wat Nederland aan zijn accountant heeft, maar wat de accountant durft te zijn, en of hij de mens achter de cijfers even serieus neemt als de cijfers zelf.
Gijs leest de tien zinnen langzaam door. Ze kloppen. Ze zijn helder, en ze vatten precies samen wat er staat. En toch mist er iets.
Hij denkt aan Marga, aan hoe haar stem brak toen ze voor het eerst haar verhaal vertelde. Aan Chantal, die niet week. Aan Jan Spijkers, die er niet meer is. Aan de zes gezichten rond een tafel, ergens in een huiskamer, die iets zeiden wat ze nooit eerder hardop hadden gezegd.
Een samenvatting in tien zinnen. Correct, compleet, en toch…. het zijn niet de zinnen die ertoe doen. Het zijn de mensen.
Als Gijs zijn laptop dichtklapt, kijkt hij op zijn telefoon. Er is een bericht van Pascal. ‘Kunnen wij binnenkort misschien even praten?’
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton.


Geef een reactie