In logistieke ketens groeit de druk op samenwerking, efficiency en innovatie. Bedrijven delen daarom AI-gegenereerde data in om voorraadbeheer en voorspelling van vraag en capaciteit te verbeteren.
In de innovatiemodellen, AI-algoritmen, datamodellen en trainingsdata hiervoor schuilt potentieel intellectuele eigendom (IP). De waarde van IP is evident bij concrete producten, logo’s en dergelijke. Accountants berekenen de financiële waarde. Maar in de backoffice waar planning en forecasting (F&R) wordt uitgevoerd en de logistieke keten wordt bewaakt, is dit onbekend gebied. Wat betekent dit voor de waarde(creatie) van de onderneming? Intangible assets vormen een steeds groter deel van de immateriële activa en AI-oplossingen en data-modellen zijn daar een deel van: ook in “onzichtbare” bedrijfsprocessen als Forecasting en Replenishment (F&R).
Maar het begrip “economische waarde” is vaag. Onder IFRS/IAS-regels geldt dat intern ontwikkelde immateriële activa alleen onder zeer strikte criteria in de balans mogen worden opgenomen (bijvoorbeeld voor softwareontwikkeling). Dat betekent dat een onderneming een waardevol AI-model kan opbouwen dat op papier niet zichtbaar is als actief — wat tot mismatches leidt tussen marktwaardering en boekwaarde. Bovendien bestaat het risico van waardevermindering als technologische ontwikkelingen het model verouderen of het concurrentielandschap verandert. Regelmatig moet worden beoordeeld of de waarde nog gerechtvaardigd is. Dit spanningsveld tussen economische waarde en boekhoudkundige herkenning is een reden dat ondernemingen weinig nadenken over AI-IP als formeel balansitem.
Wat kan kan én moet
In eerdere blogs wees ik op de noodzaak dat accountants zich méér logistieke kennis eigen maken. De IP-component van AI in F&R is een actueel voorbeeld. In mijn ervaring bij Remira denken te veel mensen in termen van “modellen”, “AI” of “data”, zonder te beseffen dat dit fiscale en waarderingsimplicaties heeft. De eerste taak van de accountant is dus informeren: leg uit dat AI-modellen mogelijk intellectuele eigendom zijn; wijs erop dat de waarde vaak niet zichtbaar is in de balans (en dat dat investeerders, overnamekandidaten of kredietverstrekkers opvalt). Hoewel de kern van IP-juridische advisering bij juristen ligt, kan de accountant (die veelal vaker en intensiever klantcontact heeft) als brugfiguur optreden. Hij of zij kan, samen met waarderingsexperts, beoordelen of het als immaterieel actief worden erkend, welke waarderingsmethoden passen en, na opname, regelmatig beoordelen of er aanwijzingen zijn dat de waarde is verminderd. Zelfs als een onderneming het AI-IP niet kan activeren als balans-actief, moet de openbaarmaking niet ontbreken.
Poortwachtersfunctie
Ik besef dat het bovenstaande makkelijker is gezegd dan gedaan. Er zijn meetbaarheidsproblemen.
Het is vaak lastig om betrouwbaar de “kosten” of de “waarde” van een intern AI-systeem te schatten. De regelgeving is nog niet uitgekristalliseerd, met alle risico’s van dien voor toekomstige juridische onduidelijkheid. Daarnaast zie ik een zeker conservatisme in de accountingcultuur. Controllers en CFO’s zijn huiverig voor het opnemen van immateriële activa, vanwege risico’s van restatements, kritiek van auditors of taxateurs. Maar dit is geen reden om niet op het onderwerp in te gaan. Wie het negeert, loopt het risico om waarde te laten liggen of discrepanties tussen marktwaardering en boekhouding te creëren. Op 26 november gaan bestuurders en logistieke managers bij een webinar dat ik organiseer, in dialoog over de kansen en valkuilen van AI in hun wereld. Ik nodig accountancyspecialisten van harte uit om hier ook hun stem te laten horen. Dit kan zeer waardevol zijn. Zij hebben een unieke kans: als kritische poortwachter (controle, waardering, audit) en als strategisch adviseur die cliënten helpt het potentieel van hun AI-activa te verzilveren, risico’s te vermijden en transparantie te creëren. Wie wil dat niet?
Johan van Hemert is directeur Nederland bij REMIRA.


Geef een reactie