Baker Tilly adviseerde behangondernemer Coen Klawer (en anderen) in 2006 een zogeheten ‘Cyprusroute’ voor belastingontwijking. Door het inrichten van een truststructuur op Cyprus konden de ondernemers in Nederland inkomsten- en vennootschapsbelasting ontlopen. Maar de fiscus bestempelde de constructie als illegaal en legde navorderingsaanslagen op. Klawer eiste een schadevergoeding van Baker Tilly, maar de rechter oordeelde in 2017 dat beide partijen evenveel schuld droegen. Dat oordeel werd in 2022 bevestigd door het gerechtshof in Den Bosch.
Niet terugkomen op schuld-oordeel
Hoe hoog de schadevergoeding moet zijn, staat nog ter discussie in een schadestaatprocedure bij de Rotterdamse rechter. Daarin eiste Klawer dat de rechtbank moest terug te komen van het Bossche oordeel dat hij zelf voor de helft schuld had.
Hij beroept zich op nieuwe feiten die aan het licht zijn gekomen in de in maart en april 2023 gehouden voorlopige getuigenverhoren tegen NautaDutilh, het advocatenkantoor dat volgens de rechter onrechtmatig handelde bij het opstellen van een rapport voor Baker Tilly, de manier waarop dat onderzoeksrapport tot stand is gekomen en de tuchtrechtelijke veroordelingen van de advocaat-onderzoekers die dat onderzoeksrapport hebben opgesteld. Bovendien heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat de advocaat-onderzoekers onrechtmatig hebben gehandeld jegens Klawer.
Ook voormalig Baker Tilly-bestuursvoorzitter Romke van der Veen liep overigens een tuchtrechtelijke veroordeling op wegens de kwestie.
Duidelijk gewaarschuwd
Maar die nieuwe feiten en omstandigheden zijn niet genoeg om van het oordeel van de rechtbank terug te komen. De rechter stelt vast dat Baker Tilly Klawer nadrukkelijk heeft gewaarschuwd voor de risico’s van de ‘Cyprusroute’. “De eigen schuld van [Klawer] ligt derhalve helemaal in het begin van het traject. Het latere handelen of nalaten van Baker Tilly of NautaDutilh doet daar in beginsel niet aan af, zelfs al is dat gekwalificeerd als toerekenbaar tekortschieten/onrechtmatig handelen.”
Verkeerd uitgangspunt schaderapport
Bij de rechtbank heeft Klawer een schadeberekening van ruim 8,7 miljoen euro neergelegd. De rechter overweegt dat het uitgangspunt van de schadebegroting moet zijn de situatie waarin gebruik is gemaakt van de Cyprusroute, vergeleken met de situatie dat de onderneming en Klawer vennootschaps- respectievelijk inkomstenbelasting hadden afgedragen volgens de toepasselijke Nederlandse belastingwetgeving.
Maar dat uitgangspunt is volgens de rechter niet gehanteerd in het rapport dat Klawer heeft laten opstellen: daarom is dat rapport niet bruikbaar voor de schadebegroting. “Daar komt overigens bij dat dit rapport heeft te gelden als partijrapport en dat de inhoud van dit rapport gemotiveerd door Baker Tilly is weersproken.”
Effect merkenrechten en schikking
Klawer moet dus opnieuw gaan (laten) rekenen. De rechtbank wil met name weten hoe verworven merkenrechten onder de Nederlandse belastingwetgeving zouden zijn behandeld.” Deze vergelijking dient plaats te vinden over de gehele periode waarin de ‘Cyprusroute’ voor de belastingplicht […] een rol heeft gespeeld. Uit deze vermogensvergelijking dienen dan de aan het tekortschieten/onrechtmatige handelen toe te rekenen schadeposten van onderscheidene eisers te volgen.”
De rechter wil ook weten in hoeverre een schikking met de Belastingdienst in 2016 schadebeperkend heeft gewerkt. Bovendien is de schade mogelijk minder opgelopen door het voortzetten van de onderneming in behangartikelen.


Geef een reactie