De AA was bewindvoerder over het bezit van een vrouw die in 2011 overleed. Daarna is hij ook executeur geworden van de nalatenschap. In het testament van de vrouw stond dat de erfenis niet in enige huwelijksgoederengemeenschap zal vallen.
In 2014 gaat de zoon van de overleden vrouw scheiden. In het echtscheidingsconvenant wordt onder meer opgenomen dat beide partners het bezit willen verdelen zonder rekening te houden met de uitsluitingsclausule uit het testament van de (schoon)moeder. Doelstelling is dat de uitkomst wordt dat beide exen geen schuld aan elkaar zullen overhouden. Ze weten dat de vrouw daarbij mogelijk schenkbelasting zal moeten betalen. De AA wordt ingeschakeld om uitvoering te geven aan het convenant.
Rechter wijst eis af
De afwikkeling van het convenant verloopt echter niet zo soepel: de vrouw moet meerdere keren vragen of er nog schot in de zaak zit en begint uiteindelijk een procedure tegen de AA. Ze wil een verantwoording zien van de afwikkeling van de nalatenschap, inclusief bewijsstukken van de omvang van de nalatenschap. In januari 2023, een kleine negen jaar na de scheiding, komt de AA met een verantwoording over de brug. De rechter wijst de eis van de vrouw – die nog altijd geen onderliggende stukken heeft gezien – in juni 2024 af. De AA is namelijk niet langer in zijn functie als executeur.
Deel klacht te laat
Daarop wendt de vrouw zich tot de Accountantskamer. Ze klaagt dat hij zijn werk niet correct volgens het convenant heeft uitgevoerd. Op de zitting voegt ze daar nog aan toe dat de AA vanwege het uitblijven en de manier van communicatie niet-professioneel is geweest en dat hij door aanvaarding van de opdracht niet integer en niet objectief heeft gehandeld.
De Accountantskamer wijst die laatste klacht meteen af: die is te laat ingediend. De andere klacht houdt in dat de AA ten onrechte de echtscheiding niet financieel heeft afgewikkeld. De AA brengt daartegenin dat de vrouw vanaf het begin geen vertrouwen had in zijn functioneren en heeft gekozen voor een ‘ramkoers’. Volgen hem is er geen opdracht, maar mogelijk wel een inspanningsverbintenis op basis van het convenant.
Er was een opdracht
De tuchtrechter overweegt dat het echtscheidingsconvenant een meerpartijenovereenkomst is waarin de exen aan de AA (en een collega) opdracht hebben verstrekt tot tenuitvoerlegging van de gemaakte afspraken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. “Met de medeondertekening van het convenant heeft betrokkene de opdracht aanvaard. Dat slechts sprake zou zijn van een inspanningsverbintenis, kan de Accountantskamer dan ook niet volgen.” Bovendien was de AA bewindvoerder van de overleden (schoon)moeder, opvolgend executeur in haar nalatenschap én bewindvoerder van de kinderen van beide exen.
Overeenkomst is niet opgezegd
De Accountantskamer heeft geen aanwijzingen dat overeenkomst is opgezegd of anderszins geëindigd. De vrouw wilde in 2022 geen gebruik meer maken van de diensten van de collega, maar daarmee mocht de AA niet meteen aannemen dat ook zijn opdracht was geëindigd. Bovendien had hij dat dan moeten melden, wat hij niet heeft gedaan. Hij heeft in 2022 en 2023 zelfs nog aangegeven dat hij “zou gaan afwikkelen”.
De tuchtrechter is er duidelijk over: “Van een accountant die een opdracht heeft aanvaard mag worden verwacht dat hij voldoende voortvarend te werk gaat. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene ruim twaalf jaar na de verstrekking van de opdracht nog altijd niet de omvang van de tussen klaagster en de man ontbonden huwelijksgoederengemeenschap heeft vastgesteld, laat staan de verdeling daarvan heeft bewerkstelligd.”
De AA heeft niet onderbouwd waarom het (verder) uitblijven van zijn prestatie niet aan hem te verwijten is, zo concludeert de Accountantskamer. Daar komt bij dat hij vaak langdurig niet heeft gereageerd op inhoudelijke en herhaalde vragen van de vrouw. “Met dit alles heeft betrokkene in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld. Als betrokkene het op enig moment, om welke reden dan ook, niet meer mogelijk of wenselijk achtte om de overeengekomen werkzaamheden te voltooien, dan had hij daarover duidelijkheid moeten verschaffen. Ook dat heeft betrokkene echter (steeds) niet gedaan.”
De AA krijgt de maatregel van waarschuwing opgelegd.


Geef een reactie