Zaak nr: 25/2485 Wtra AK
In december 2024 geeft de klager zijn medevennoot aan dat hij de samenwerking wil beëindigen. Om alles op een rijtje te krijgen, vraagt deze medevennoot de accountant om de managementfees van de twee vennoten op een rijtje te zetten. Een uurtje werk, zegt de accountant hierover. Ze ziet vervolgens dat de andere vennoot de laatste jaren meer aan managementvergoedingen heeft gekregen. Terwijl ze met deze vennoot – de klager in de tuchtzaak – begin 2025 de jaarrekening 2023 doorneemt, brengt ze het plots ter sprake. Zijn reactie verwerkt ze vervolgens in een brief aan de medevennoot. ,,Hij voelde zich aangevallen”, schrijft de accountant hierin.
‘Partijdig’
,,Ze was in januari al actief betrokken bij de informatie-uitwisseling met de medevennoot”, zegt de klager vrijdag. Ze was toen al partijdig, zegt hij. Toch blijft ze nog tot en met de zomer aan als accountant. ,,Ze heeft vertrouwelijke informatie gedeeld in de wetenschap dat dit conflict speelde”, zegt hij over de informatie die ze deelde uit het gesprek met hem. Hij meent dat de accountant zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Tevens pleegde ze geen hoor en wederhoor. Volgens hem zijn er afspraken gemaakt over het uiteenlopen van de management-fees van beide vennoten.
Ook meent de klager dat de accountant standpunten innam en het helemaal niet louter bij de feiten hield. Ze schrijft onder meer over een vergoeding dat die ’te veel’ was. Ze had moeten weten dat het verzoek van de medevennoot ‘om een paar cijfers op een rijtje te zetten’ een partijdig verzoek was, stelt hij.
Verweer
De accountant stelt dat het verzoek de vergoedingen op een rijtje te zetten afkomstig was namens de hele vennootschap. Met de medevennoot die het haar vroeg, had ze altijd contact over de cijfers. En de accountant vond het helemaal niet raar om wat cijfers in een tabel te zetten. ,,Vervolgens heb ik niets meer en niets minder gedaan dan de managementfees en performancefees onder te elkaar te zetten uit de boekhouding. Ik heb geen andere informatie gebruikt, maar ook niet gekregen. Ik heb zaken op een rijtje gezet en daarop ben ik aangevallen.”
Standpunt
,,In uw brief van 2 juli neemt u toch standpunten in”, zegt de voorzitter van de Accountantskamer. ‘Mijns inziens kan hier geen discussie over zijn’, citeert hij. ,,En u wist dat de klager er anders over dacht”, zegt de voorzitter. ,,Oké een stukje standpunt dan”, krabbelt de accountant terug. Ze heeft nooit enige bedreiging van haar onafhankelijkheid gezien. Ze kreeg een brief terug waarin staat dat de klagende vennoot de indruk krijgt ,,dat u optreedt als partij-adviseur”, citeert een lid van de Accountantskamer. ,,Dan wordt u persoonlijk ter discussie gesteld. En u verdedigt zich dan in een volgende brief.” Waarom bleef ze toen toch nog aan als accountant? ,,Ik dacht: ik heb niks verkeerds gedaan”, reageert de accountant.
Een bedreiging voor haar onafhankelijkheid heeft de beklaagde nooit gezien. De accountant zegt dat het een aflopende zaak was. Bij een bedrijf dat niet in zo’n situatie zat, had ze anders gehandeld. ,,Ik voelde me persoonlijk aangevallen, niet alleen als accountant.”
De Accountantskamer doet binnen 12 weken uitspraak.


Geef een reactie