Dohmen, registeraccountant en tevens AA, werkt als opsporingsambtenaar bij de FIOD. Hij was binnen het Openbaar Ministerie ook coördinator tuchtrecht en stelde in die functie onder meer concept-tuchtklachten op.
Eerste klacht
De uitspraak van 10 augustus is niet de eerste tuchtzaak tegen Dohmen. De eerste klacht van de advocaat die ook de huidige zaken aanspande, dateert uit 2019. Die werd in 2021 gedeeltelijk gegrond verklaard en leidde tot een berisping. Dohmen ging daartegen in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). In hetzelfde jaar kreeg hij in een andere, verwante tuchtzaak eveneens een berisping.
Tweede klacht
In maart 2023 volgde een tweede klacht van de advocaat. Ook die werd gedeeltelijk gegrond verklaard. De Accountantskamer legde Dohmen in december 2023 een tijdelijke doorhaling van zes maanden op. Ook daartegen loopt nog hoger beroep.
Derde en vierde klacht
De nu behandelde zaken zijn de derde en vierde klacht. De advocaat stelde onder meer dat Dohmen de Accountantskamer tijdens de tweede zaak onjuist en onvolledig had voorgelicht over de digitale stukken waarover hij kon beschikken. Ook zou hij nog materiaal onder zich hebben gehad dat onder het verschoningsrecht viel.
Twee miljoen bestanden
De oorsprong van het conflict ligt in een FIOD-onderzoek naar een vermogensbeheerder. De opsporingsdienst kreeg in 2015 via een hostingbedrijf ongeveer twee miljoen digitale bestanden in handen, waaronder correspondentie waarbij de advocaat betrokken was. Vervolgens ontstond discussie over het verschoningsrecht en over de vraag hoeveel van het materiaal Dohmen zelf kon bekijken. In de tweede tuchtprocedure verklaarde Dohmen in 2023 dat hij geen toegang had gehad tot het digitale beslag. Hij zou vooral over uitgeprinte documenten in een zogenoemd ‘zichtmapje’ hebben beschikt.
Leesrechten
Later bleek uit het FIOD-journaal dat Dohmen sinds januari 2016 ‘leesrechten niveau 4’ had, met als reden de voorbereiding van een tuchtzaak. Volgens de advocaat toonde dat aan dat Dohmen een onjuist beeld had gegeven van zijn toegang tot digitale informatie. De Accountantskamer volgt die redenering grotendeels niet. De leesrechten betroffen Summ-IT, waarin onder meer processen-verbaal en onderzoeksjournaals stonden. De circa twee miljoen beslagstukken stonden in andere systemen en moesten via NUIX worden doorzocht. Niet aannemelijk is geworden dat Dohmen toegang had tot NUIX of zelf in de miljoenen bestanden kon zoeken.
Summ-IT verzwegen
Toch waren zijn eerdere verklaringen volgens de Accountantskamer onvolledig. Dohmen had immers wél toegang tot Summ-IT en aan processen-verbaal daarin konden stukken uit het digitale beslag zijn toegevoegd. Dat had hij moeten vertellen. Tijdens de behandeling in 2023 meldde Dohmen wel dat hij toegang had tot een kast met ordners, maar niet dat hij Summ-IT kon raadplegen. Ook corrigeerde hij zijn advocaat niet toen die verklaarde dat Dohmen niet bij de digitale bestanden kon.
Fundamentele beginsel
Volgens de Accountantskamer heeft Dohmen daarmee het fundamentele beginsel van professionaliteit geschonden. Hij had moeten voorkomen dat bij de tuchtrechter een misverstand ontstond over zijn toegang tot digitale stukken en heeft door dat niet te doen “het accountantsberoep in diskrediet gebracht”.
Verschoningsrecht
De vierde klacht wordt volledig afgewezen. De advocaat verweet Dohmen dat hij eind 2024 nog verschoningsgerechtigd materiaal bezat en de vernietiging daarvan onvoldoende kon aantonen. In een overeenkomst over de vernietiging van dergelijke informatie was echter een uitzondering gemaakt voor materiaal dat Dohmen nodig had voor zijn verweer in de tuchtzaken. Ook hoefde Dohmen zelf geen proces-verbaal van vernietiging op te stellen. Hij had de verantwoordelijke FIOD-medewerker gemeld dat hij fysieke stukken had vernietigd en digitale bestanden had verwijderd. Dat vindt de Accountantskamer voldoende.
Opnieuw berispt
Van de derde klacht blijft alleen het verwijt overeind dat Dohmen zijn toegang tot Summ-IT niet heeft gemeld. De overige onderdelen en de gehele vierde klacht zijn ongegrond. Daarvoor krijgt hij een berisping. De Accountantskamer houdt er bij de maatregel rekening mee dat Dohmen zich al sinds 2019 over hetzelfde feitencomplex tuchtrechtelijk moet verantwoorden en dat de procedures grote impact op hem hebben. Daar staat tegenover dat hij in de eerdere zaak juist en volledig had moeten verklaren over de stukken waartoe hij toegang had.
NB: Uitspraken van de Accountantskamer worden geanonimiseerd. Dohmen is in eerdere openbare berichtgeving over deze zaak bij naam genoemd; daarom wordt zijn naam ook hier vermeld.
Lees ook: FIOD-accountant zou tuchtrechter verkeerd hebben voorgelicht.


Geef een reactie