De AA is accountant van een zorgvilla voor kleinschalige ouderenzorg. Begin 2024 heeft hij met de eigenaresse een gesprek over de wettelijke verplichting om een raad van toezicht in te stellen. De AA verwijst haar door naar zijn eigen accountantskantoor, waar onder anderen zijn vrouw werkt. Die heeft voor de zorgvilla een toezichthouderstructuur en een reglement voor de raad van toezicht opgesteld. Ze wordt zelf voorzitter van de RvT.
Continuïteit in het geding
De AA stelt voor de zorgvilla de conceptjaarrekening op over 2024 en die ziet er niet florissant uit. Hij gaat er in mei 2025 over in gesprek met de eigenaresse. Ze heeft als vennoot in 2024 bijna € 100.000 te veel opgenomen ten opzichte van het resultaat van de villa en bij de Belastingdienst staan nog forse schulden open. Die zijn zodanig dat de fiscus beslag legt op de bankrekening. De continuïteit van de onderneming staat op het spel.
Dezelfde dag tekenen beiden een transparantietoestemming die inhoudt dat de AA toestemming krijgt om informatie over de financiële verantwoording van de zorgvilla te delen met de RvT. Dat gebeurt een dag later, waarbij de AA nogmaals wijst op een dreigend faillissement. Vervolgens schakelt de zorgvilla een tweede adviseur in.
Klacht
De AA krijgt een tuchtklacht aan de broek. De zorgvilla verwijt hem onder meer dat hij onvoldoende maatregelen heeft getroffen tegen belangenverstrengeling, dat de toezichthouderstructuur ondeugdelijk is en dat hij richting de raad van toezicht een onjuist en onvolledig financieel beeld heeft geschetst.
De Accountantskamer pakt als eerste de klacht bij de kop dat de AA de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt, doordat hij de zorgvilla heeft doorverwezen naar zijn eigen accountantskantoor en zijn echtgenote de toezichthouderstructuur heeft laten opzetten, waarbij ze zelf voorzitter van de RvT werd. Dat is een stapeling van belangen die een bedreiging vormden voor zijn onafhankelijkheid en objectiviteit, aldus de klacht.
Bedreiging onvoldoende weggenomen
De Accountantskamer overweegt dat de AA geen assurance heeft gegeven en daarom niet onafhankelijk hoefde te zijn. Maar hij moest wel objectief zijn en de constructie met zijn echtgenote vormde daarvoor een bedreiging. Daarom is afgesproken dat de echtgenote niet betrokken zou zijn bij de financiële aangelegenheden van de zorgvilla, maar die afspraak is niet opgenomen in het reglement van de RvT of op een andere manier vastgelegd. “Integendeel, in het profiel van de voorzitter van de RvT is beschreven dat de voorzitter fungeert als gesprekspartner van de accountant. Bovendien zijn de genoemde maatregelen in de praktijk niet volledig uitgevoerd en ook niet in het dossier van betrokkene vastgelegd.” Zo was de vrouw van de AA aanwezig bij de bespreking van de conceptjaarrekening en dat is in strijd met de gestelde afspraak dat zij geen bemoeienis zou hebben met de financiële aangelegenheden.
De AA heeft over de bedreiging van de objectiviteit overleg gehad met twee accountants, maar dat was in het ene geval pas na de benoeming van zijn vrouw tot voorzitter en in het andere geval heeft het gesprek niet geleid tot het daadwerkelijk vastleggen van de afgesproken randvoorwaarden. Kortom: de AA heeft de bedreiging voor zijn objectiviteit onvoldoende weggenomen.
De klacht dat het RvT-reglement ondeugdelijk is, kan de AA niet worden verweten. Hij is niet betrokken geweest bij de totstandkoming en de inhoud van het reglement en de toezichthouderstructuur.
Bespreken faillissement aannemelijk
Verder vindt de tuchtrechter niet dat de AA een onvolledig en onjuist financieel beeld heeft geschetst aan de RvT en niet tijdig, niet volledig en niet transparant heeft gecommuniceerd over financiële risico’s. De zorgvilla-eigenares is er onder meer verbolgen over dat een dreigend faillissement pas in het gesprek met de RvT is genoemd. De AA pareert dat door te stellen dat hij met haar wél zijn zorgen over de continuïteit heeft besproken.
De Accountantskamer vindt dat aannemelijk nu er een verklaring is ondertekend waarmee de AA informatie mocht delen met de RvT. Bovendien is er gesproken over de belastingschulden. “Het is aannemelijk dat betrokkene, gegeven de ernst van de situatie, ook met [de eigenaresse] over een mogelijk faillissement van [de zorgvilla] heeft gesproken, althans dat dit in de op 20 mei 2025 door betrokkene gebruikte bewoordingen lag besloten. En het is onaannemelijk dat betrokkene in de bespreking met de RvT op 21 mei 2025 opeens een nóg slechter financieel beeld heeft geschetst.”
Voldoende meegewerkt
De zorgvilla klaagt verder dat de AA niet reageerde op correspondentie en niet meewerkte aan de overdracht van het dossier aan de opvolgend adviseur. Maar ook die klachten treffen geen doel, want de Accountantskamer vindt het verweer overtuigend dat de opvolgend adviseur een uitnodiging voor een overdrachtsgesprek heeft afgeslagen. Er is steeds inhoudelijk gereageerd en vanwege openstaande facturen mocht de AA aan de overdracht van het dossier de voorwaarde verbinden dat er eerst werd betaald.
Een klacht over onjuiste verwerking van arbeidsbeloning in jaarrekening en belastingaangifte haalt het ook niet. De AA stelt met succes dat de zorgvilla op aanraden van anderen ervoor heeft gekozen de arbeidsbeloning ten laste van de winst te laten komen, ook al heeft dat gevolgen heeft voor de mkb-winstvrijstelling.
Gebruik meervoudsvorm in naam toegestaan
Tot slot vindt de tuchtrechter niet dat de AA het heeft doen voorkomen alsof meerdere accountants aan het kantoor verbonden zijn terwijl hij feitelijk de enige accountant is. Maar een mogelijk misleidende naam van het kantoor is op zichzelf niet genoeg om te oordelen dat het fundamentele beginsel integriteit is geschonden. “Er bestaat ook nu geen wet- of regelgeving die aan het gebruik van de meervoudsvorm ‘accountants’ in een kantoornaam voorwaarden verbindt.”
De AA krijgt een berisping vanwege het schenden van de objectiviteit. Hij heeft onvoldoende gedaan om belangenverstrengeling tegen te gaan toen zijn vrouw voorzitter werd van de RvT.


Geef een reactie