Werkgevers met meer dan honderd werknemers moeten straks periodiek rapporteren over loonverschillen binnen hun organisatie. Werknemers kunnen die gegevens vervolgens ook raadplegen via een website van het ministerie van SZW. Het kabinet wil daarmee loonongelijkheid zichtbaarder maken en werknemers beter in staat stellen verschillen bespreekbaar te maken.
Daarnaast verplicht het wetsvoorstel werkgevers om te werken met objectieve systemen voor functiewaardering en functie-indeling. Ook mogen werkgevers sollicitanten niet langer vragen naar hun laatstverdiende salaris tijdens gesprekken over arbeidsvoorwaarden.
Rapportageplicht vanaf 2028
De wet vloeit voort uit een Europese richtlijn over loontransparantie en gelijke beloning van mannen en vrouwen. Als beide Kamers instemmen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking.
De eerste rapportages volgen dan in 2028. Werkgevers met minstens 150 werknemers moeten uiterlijk op 7 juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in kalenderjaar 2027. Organisaties met tussen de 100 en 150 werknemers volgen later: zij moeten in 2031 rapporteren over het jaar 2030.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek verdienden vrouwen in het bedrijfsleven in 2024 gemiddeld 14,5 procent minder per uur dan mannen. Bij de overheid lag dat verschil op 4,5 procent. Wanneer rekening wordt gehouden met factoren als functieniveau, sector en opleidingsniveau blijft volgens het CBS nog altijd een onverklaard loonverschil bestaan van 6,1 procent in het bedrijfsleven en 1,7 procent bij de overheid.
Werkgevers vrezen administratieve lasten
Werkgeversorganisaties reageren kritisch op onderdelen van het voorstel. Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) vreest dat de wet voor spanningen op de werkvloer kan zorgen. Volgens de werkgeversvereniging kan het lastig worden wanneer werknemers vragen stellen over salarisverschillen tussen collega’s.
De vereniging wijst erop dat verschillen soms verklaarbaar zijn, maar dat werkgevers in de praktijk moeilijk kunnen uitleggen waarom de ene werknemer meer verdient dan de andere. Volgens AWVN kan dat leiden tot “hele vervelende verhoudingen” binnen organisaties. Ook VNO-NCW en MKB-Nederland waarschuwen voor extra administratieve lasten.
Het ministerie van SZW zegt juist te proberen die lasten zoveel mogelijk te beperken. Daarbij wordt gekeken naar aansluiting op gegevens die al beschikbaar zijn in salarisadministraties en belastingaangiften. Samen met werkgeversorganisaties en vakbonden werkt het ministerie aan hulpmiddelen en voorlichting voor werkgevers.
Vakbonden spreken van belangrijke stap
Vakbond FNV noemt het wetsvoorstel een belangrijke stap in de aanpak van loonongelijkheid. Volgens de bond is meer transparantie noodzakelijk omdat werknemers nu vaak niet kunnen aantonen dat sprake is van ongelijke beloning.
FNV-projectleider vrouwenbeleid Ilze Smit stelt dat loontransparantie werknemers helpt om ongelijke beloning bespreekbaar te maken en werkgevers dwingt verschillen beter te onderbouwen.
In de toelichting op het wetsvoorstel erkent het kabinet overigens dat in sommige gevallen indirect inzicht kan ontstaan in het salaris van individuele werknemers. Dat punt vormt ook een van de gevoeligste onderdelen van de nieuwe regels.


Geef een reactie