Groene start-ups hebben het zwaar
De val van SeaO2 staat niet op zichzelf. Ook de Eindhovense start-up Carbyon, die CO2 uit de lucht filtert, moet binnenkort weer geld ophalen en merkt dat dit knap lastig wordt. “Investeerders willen momenteel vooral geld stoppen in defensie en AI. Klimaat is veel minder populair geworden,” aldus oprichter Hans de Neve tegen RTL Z.[1]
Cijfers van de Dutch Startup Association onderschrijven dat beeld. Waar klimaatstart-ups in eerdere investeringsranglijsten regelmatig een prominente rol hadden, komt het woord ‘klimaat’ in het meest recente overzicht alleen nog voor als onderdeel van ‘vestigingsklimaat’. Voorzitter Lucien Burm bevestigt dat investeringen in klimaattechnologie zijn afgenomen.
Ook op de aandelenbeurs is het beeld somber. Windmolenfundatiebouwer Sif is sinds zijn beursnotering 70 procent in waarde gedaald, bioplasticmaker Avantium bijna 90 procent, en de waarde van elektrische-bussenbouwer Ebusco is nagenoeg verdampt. Niet alles is kommer en kwel — batterijmateriaalproducent LeydenJar haalde afgelopen jaar nog 21 miljoen euro op — maar de trend is duidelijk: kapitaal dat eerder naar klimaattechnologie stroomde, zoekt nu kennelijk andere bestemmingen.
Gevolgen voor start-up ondernemers
Ondernemen is risico nemen. Ondernemers moeten de vrijheid hebben om kansen om te zetten in successen, en die vrijheid brengt ook de kans op een mislukking mee. In gerechtelijke procedures over bestuurdersaansprakelijkheid wijzen rechters dan ook regelmatig op de vrijheid die bestuurders van vennootschappen hebben om dit soort risico’s te nemen — ook als de onderneming het uiteindelijk niet redt. Bij start-ups is dat risico structureel: zij zijn voor hun voortbestaan vaak afhankelijk van de bereidheid van investeerders om kapitaal te verschaffen.
Dat maakt het veranderende investeringsklimaat voor ondernemers van start-ups en scale-ups meer dan een nieuwsfeit. Start-ups kennen van nature een onzeker bestaan: aanloopverliezen en financieringsproblemen zijn eerder regel dan uitzondering. Veel start-up ondernemingen leven van investeringsronde naar investeringsronde. De kosten lopen veelal voor de baten uit — en dat is niet per definitie een probleem, mits er voldoende perspectief bestaat dat de verplichting in de toekomst kan worden nagekomen.
Dat uitgangspunt is ook terug te zien in de rechtspraak. Een bestuurder is persoonlijk aansprakelijk als hij namens de onderneming een verplichting aangaat ’terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de onderneming die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden’ (Beklamel-norm, HR 6 oktober 1989). Die norm geldt onverkort voor start-ups — er bestaat geen aparte, ruimere maatstaf. Wel valt op dat deze norm in de praktijk soms gunstiger uitvalt voor start-up-bestuurders dan voor bestuurders van gevestigde ondernemingen.
De aansprakelijkheidsnorm draait in de kern om een kennisdisbalans tussen de namens de vennootschap handelende bestuurder en de wederpartij waarmee wordt gecontracteerd: de wederpartij vertrouwt erop dat hij met een gegoede partij contracteert, terwijl de bestuurder weet of behoort te weten dat de onderneming niet zal kunnen nakomen. De gedachte achter de norm is dat een bestuurder niet ten koste van een potentiële crediteur misbruik mag maken van zijn informatievoorsprong over de financiële (on)gezondheid van de onderneming.[2] In de jurisprudentie rondom deze norm specifiek bij start-ups blijkt dat het risicovolle karakter van de start-up soms met zich brengt dat minder snel van een kennisdisbalans sprake is: rechters merken aanloopverliezen en het ontbreken van omzet eerder aan als inherent aan het bestaan van een start-up, waardoor een wederpartij die weet dat hij met een start-up contracteert, wordt geacht daarmee ook een zeker risico op niet-nakoming te hebben aanvaard. Dat neemt niet weg dat de bestuurder van de onderneming zelf een redelijke inschatting van de toekomst moet kunnen maken — en die inschatting staat nu onder druk.
Waar investeerders twee jaar geleden nog gewillig instapten in klimaattechnologie, kiezen zij nu vaker voor defensie en AI. Een beroep op een redelijk toekomstperspectief is alleen houdbaar zolang dat perspectief ook daadwerkelijk bestaat. Dat is voor een bestuurder van een start-up niet altijd eenvoudig scherp te zien: ondernemers zijn van nature geneigd om de kansen van hun eigen onderneming rooskleurig in te schatten — die overtuiging is vaak juist de drijfveer om door te zetten waar anderen zouden stoppen. Maar diezelfde overtuiging maakt het moeilijker om tijdig te onderkennen dat een eerder reëel toekomstperspectief inmiddels is verdampt. Een bestuurder die vandaag nieuwe verplichtingen aangaat op basis van verwachtingen die pasten bij het investeringsklimaat van twee jaar geleden, moet zich realiseren dat diezelfde verwachtingen inmiddels achterhaald kunnen zijn. Ondernemen met een onderkapitaliseerde start-up blijft mogelijk — maar de vraag of daarvoor nog voldoende perspectief bestaat, moet steeds opnieuw tegen de actuele marktomstandigheden worden afgezet, en niet tegen het eigen optimisme. Wie dat nalaat en toch verplichtingen aangaat, loopt een reëel risico op persoonlijke aansprakelijkheid zodra het misgaat.
Veranderende perspectieven
Voor ondernemers van start-ups kent de Nederlandse jurisprudentie veel ruimte en vrijheid om te mogen ondernemen en verplichtingen aan te gaan, zover uit een gedegen inschatting voldoende perspectief volgt. Dit perspectief kan echter in de loop der tijd veranderen, zo blijkt uit de nieuwsberichten. Voor ondernemers van start-ups geldt daarom niet alleen de vraag of er ooit perspectief was, maar of dat perspectief vandaag nog standhoudt en of dat ook aantoonbaar is. Wie dat niet kan onderbouwen, doet er goed aan die verplichting nog even aan te houden.
Florentijn Verhagen is advocaat bij act legal en gespecialiseerd in Insolventierecht & Herstructurering.
[1] Reijnen, ‘Groene start-ups financieel in de knel: ‘Investeerders willen defensie en AI”, RTL Z, 6 juli 2026. (link: https://www.rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5623846/groene-start-ups-geldnood-geld-stroomt-vooral-naar-defensie-en-ai)
[2] Vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3746, rov. 5.


Geef een reactie