De klacht hield verband met de afwikkeling van een echtscheiding, waarbij de accountant optrad als financieel adviseur van beide echtgenoten. De klaagster verweet de accountant dat hij herhaaldelijk geen documenten had verstrekt, een onjuiste aangifte inkomstenbelasting had ingediend, betrokken was bij een ondeugdelijk waarderingsrapport van een onderneming en haar ex-echtgenoot zou hebben geadviseerd haar handtekening te vervalsen bij de aankoop van een auto.
Onvoldoende onderbouwing
Volgens Sandra Schreuder, voorzitter van de Accountantskamer, is het aan de klager om de feiten en omstandigheden die tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden niet alleen te stellen, maar ook aannemelijk te maken. De Accountantskamer had de klaagster daarom gevraagd haar verwijten nader te onderbouwen, onder meer met correspondentie, belastingdocumenten en een toelichting op de vermeende onjuistheden in het waarderingsrapport.
Zoekplaatje
Hoewel de klaagster een groot aantal documenten indiende, had zij deze niet genummerd en verwees zij niet naar de relevante passages. Ook legde zij geen opname of transcriptie over van een gesprek waarin haar ex-echtgenoot volgens haar belastende verklaringen over de accountant had afgelegd. De Accountantskamer benadrukt dat het niet haar taak is om zelf in de overgelegde stukken op zoek te gaan naar mogelijke onderbouwing van de klacht.
Geen tuchtrechtelijk verwijt
Omdat de klaagster haar beschuldigingen onvoldoende had onderbouwd, zag Schreuder geen aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen. De klacht werd daarom zonder zitting kennelijk ongegrond verklaard. Het vaker kennelijk ongegrond verklaren is een trend die ook in 2025 al zichtbaar was. Tegen de uitspraak kan de klaagster binnen zes weken verzet instellen.
Zie hier uitspraak 26/1463 Wtra AK.


Geef een reactie