Vetter was directeur bij Ardys, het family office van Rudolf Booker, oprichter van betaalbedrijf Payvision en in het bezit van een vermogen van naar schatting € 400 miljoen.
Opzegtermijn
Volgens Booker heeft Vetter fouten gemaakt waardoor Ardys tientallen miljoenen is kwijtgeraakt. Hij zou ook misbruik van vertrouwen hebben gemaakt. Eind 2024 stapt Vetter na vier jaar op; hij meent dat hij nog twee maandsalarissen tegoed heeft vanwege de opzegtermijn. Het gaat om een niet misselijk bedrag, want Vetter streek € 30.000 in de maand op. Maar Booker vindt dat hij die twee maanden op zijn buik kan schrijven omdat hij heeft geblunderd. De miljonair ontdekte zelf fouten, zegt hij, onder meer in een jaarrekening.
De kwestie komt voor de rechter, waar Booker zelf € 30.000 terugeist van Vetter, onder meer wegens excessieve vergoedingen.
Terugtredingsverklaring
De rechter stelt vast dat in de managementovereenkomst staat dat opzegging kan met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Vetter heeft op 11 december 2024 opgezegd, zodat de managementovereenkomst eindigde op 31 maart 2025. Tot die datum is de management fee verschuldigd.
Maar Ardys komt met een terugtredingsverklaring op de proppen, waarin Vetter afstand heeft gedaan van alle rechten en vorderingen per het moment van effectief worden van zijn aftreden op 26 januari 2025. De rechter leest dat echter niet in de letterlijke tekst. Bovendien had Ardys dat ook niet kunnen aannemen, omdat Vetter in zijn opzeggingsbrief expliciet heeft gewezen op de opzegtermijn van drie maanden. “Het ligt niet in de rede dat [Vetter] twee dagen later, met ondertekening van de terugtredingsverklaring, direct afstand zou doen van de resterende management fee over de opzegtermijn, met name nu dat enkel in [zijn] nadeel zou zijn.”
Bepaling toepassen niet redelijk
Het beroep van Ardys op een bepaling waarin staat dat er geen honorarium is verschuldigd als de manager niet in staat is de opdracht uit te voeren, vindt de rechter niet redelijk. Vetter was wel in staat was om de opdracht uit te voeren tot het einde van de opzegtermijn, maar dat is mede op aansturen van Booker eerder als bestuurder van Ardys uitgeschreven. “Een opzegtermijn heeft in de regel als doel een overeenkomst niet direct bij opzegging te laten eindigen en alle verplichtingen uit de overeenkomst gedurende die opzegtermijn te laten doorlopen. Het zou het doel van een opzegtermijn ondermijnen als de opdrachtnemer geen vergoeding meer krijgt wanneer hij – in het kader van zijn aanstaande vertrek – in overleg met of op aansturen van de opdrachtgever gedurende de opzegtermijn zijn werkzaamheden overdraagt of neerlegt.”
Ardys moet daarom gewoon de resterende € 60.000 aan Vetter betalen. De rechter ziet geen aanwijzingen voor buitensporige beloningen of onrechtmatig gedrag aan de kant van Vetter, dus de tegenvordering wordt afgewezen.


Geef een reactie