Pascal zit aan het bureau van Joost en roert voorzichtig met zijn lepeltje door de koffie. Hij durft het kopje nog niet op te pakken, want hij is bang dat hij morst.
‘De dames hebben geen poot om op te staan.’ Joost klinkt triomfantelijk. ‘Zoals verwacht kwamen ze met allerlei vage beschuldigingen die ze niet hard konden maken.’
Pascal roert nog wat harder in zijn kopje. Hij had hier helemaal niet willen zijn. Maar Joost had erop gestaan dat hij langskwam. Hij had hem gebeld met de mededeling: ‘Ik heb belangrijk nieuws, je moet langskomen.’
‘Hoe verliep het gesprek dan?’ Pascal klinkt schuchter.
‘Goed. Marga mocht als eerste iets zeggen, en daarna kwam Chantal. Ik heb ze allebei een paar vragen gesteld, en daar wisten ze geen goed antwoord op te geven. Dat had ik ook niet anders verwacht. Je kent me, ik heb altijd het laatste woord.’ Joost lacht.
‘Oké.’ Meer kan Pascal niet uitbrengen.
Geheimhoudingsverklaring
‘Maar ik had ze helemaal klem toen ik vertelde dat ik van jou al had gehoord dat ze bezig waren met een aanklacht tegen mij. Ik heb ze er toen maar fijntjes op gewezen dat ze daarmee hun geheimhoudingsverklaring hebben geschonden.’
‘Wat?’ roept Pascal. Hij wordt licht in zijn hoofd, zijn ogen nemen de omgeving nog wazig waar, hij voelt zich klam worden. Focus je op je ademhaling, zegt hij tegen zichzelf. Diep ademt hij in en uit.
‘Gaat het wel?’ vraagt Joost. ‘Je trekt helemaal wit weg. Hier, een glas water.’
‘Dank je,’ zegt Pascal, en hij neemt voorzichtig een slok uit het glas, dat hij krampachtig met twee handen vasthoudt. Als hij het weer op tafel zet, vraagt hij: ‘Heb je dat echt gezegd? Dat Marga en Chantal het over jou hebben gehad in een bijeenkomst waar ik bij was?’
‘Ja. Ik zit hier niet te fantaseren. Je hebt het me zelf verteld.’
‘Maar dat deed ik in vertrouwen, omdat ik het belangrijk vond.’
‘Daar heb je goed aan gedaan, want het kwam mij goed van pas. Dus daar wil ik je graag voor bedanken. Het is uiteindelijk toch allemaal goed afgelopen.’
Raad van Discipline
Pascals gedachten tuimelen over elkaar heen. Waar hij bang voor was, is uitgekomen. Hoe kan hij Marga en Chantal ooit nog onder ogen komen? En Gijs? Straks vertellen zij aan anderen dat hij onbetrouwbaar is, iemand die zijn geheimen niet kan bewaren. Straks staat hij voor de Raad van Discipline. Wat moet hij daar zeggen? Dat hij zich verantwoordelijk voelde om zijn client te behoeden, maar dat die client met de informatie aan de haal ging? Dat hij had verwacht dat een client die zelf accountant is behoedzaam zou omgaan met gevoelige informatie? Hij merkt dat hij nijdig wordt.
‘Als ik jou iets vertel, dan verwacht ik niet dat je dat vervolgens overal rondbazuint,’ zegt hij.
‘Dat heb ik ook niet gedaan. Ik heb het verteld in een omgeving waar iedereen een geheimhoudingsverklaring heeft getekend, en daar zal ik me aan houden. Maar het was wel informatie waarmee ik op het juiste moment schoon schip kon maken.’
Pascal blijft een tijd stil. Hij overweegt de strijd met Joost aan te gaan, hem uit te leggen dat het niet ethisch is om hem zo voor de bus te gooien. Maar Joost zou hem uitlachen. Jij met je ethiek.
‘Ik ga naar mijn volgende afspraak,’ zegt Pascal. Hij staat op, schuift zijn stoel tegen het bureau en geeft Joost een hand. ‘Ik vind zelf de weg naar buiten wel.’
Eenmaal buiten loopt Pascal naar zijn fiets, stapt op en begint hard te trappen. Wat is hij toch een idioot. Hij had nooit aan die rondetafelgesprekken moeten deelnemen. Hij had nooit advocaat moeten worden. Hij had Joost meteen moeten zeggen dat hij hem niet langer als client wilde, omdat hij onoorbaar gedrag had vertoond. Maar hij had gezwegen. Stommeling die hij is. Na een tijdje fietst hij over een weggetje tussen de weilanden. Als hij een hek ziet, stopt hij, gooit zijn fiets in de berm en gaat met zijn rug tegen het hek staan.
Waarom heeft hij zijn mond voorbijgepraat? Hij weet het antwoord wel. Joost maakt indruk op hem, hij ziet tegen hem op. Joost heeft veel bereikt, heeft invloed en macht, en diep vanbinnen zou hij dat ook wel willen. Daarom ging hij graag naar Joost toe, en spiegelde hij zich aan hem, in de hoop dat Joost hem op een dag ook op een voetstuk zou plaatsen en hem mooie opdrachten zou geven. En hij had getwijfeld aan de verhalen van Marga en Chantal. Hij had het toevallig gevonden dat er twee vrouwen aan tafel zaten met eenzelfde soort verhaal. Hadden ze het misschien op elkaar afgestemd? Nu weet hij niet meer wie hij moet geloven. Stel dat Marga en Chantal gelijk hebben. Zijn beeld van Joost is in ieder geval honderdtachtig graden gedraaid. Nooit meer wil hij iets met die man te maken hebben. Pascal loopt terug naar zijn fiets. Wolken trekken voor de zon, moeizaam draaien de trappers rond. Zijn hoofd zit vol vragen.
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton.


Geef een reactie