Na een paar minuten neemt Gerda het woord. ‘Het spijt me.’ Ze blijft weer even stil. ‘Ik was hier al bang voor. Ik wil jullie best geloven. Maar als Joost alles ontkent, dan blijft het woord tegen woord.’
Marga voelt tranen opkomen. ‘Het voelt zo oneerlijk. Ik had gehoopt dat Joost op zijn minst zou erkennen dat hij fout zat. Maar in plaats daarvan gooit hij mij van alles voor de voeten en maakt hij het klein. Alsof er niets is gebeurd.’ Ze kijkt naar de tafel, een zwart gat.
‘Ik ben verslagen,’ zegt Chantal na een tijdje. ‘De brutaliteit waarmee hij alles onder het tapijt veegt. Ik vind je niet eens aantrekkelijk.’ Ze zegt Joosts woorden na alsof ze ze wil laten proeven hoe vals ze klinken.
De zin blijft als een grijze deken in de kamer hangen. Dan weer het zwijgen. Marga draait het water in haar glas rond. Chantal tikt zachtjes met haar ring op tafel.
Na een minuut of tien staat Gerda op. ‘Zullen we gaan? Ik kan niets meer voor jullie betekenen. Het spijt me echt.’
Marga en Chantal staan ook op en schuiven hun stoelen aan.
‘Bedankt,’ zegt Marga, terwijl ze Gerda een hand geeft.
‘Jij kunt er niets aan doen,’ zegt Chantal.
Daarna lopen ze samen de kamer uit, naar de lift. ‘Sterkte,’ zegt Gerda als ze beneden zijn. Dan loopt ze door de lobby naar de uitgang.
Marga en Chantal kijken elkaar aan. ‘Wat gaan we doen?’ vraagt Chantal.
‘Ik denk dat het goed is dat we Gijs bellen,’ zegt Marga.
Een uur later hebben ze plaatsgenomen in een zitje. De ober heeft gevraagd wat ze willen drinken.
‘Hoe is het gegaan?’ wil Gijs weten.
‘Slecht,’ zegt Marga.
‘Heel slecht,’ vult Chantal aan.
‘Wat is er gebeurd?’ Gijs leest de verslagenheid van hun gezichten af.
‘Wij mochten eerst vertellen wat er was gebeurd. En daarna kreeg Joost het woord, en die bagatelliseerde alles. Twijfelde aan ons geheugen, kon zich niet voorstellen dat er iets was voorgevallen, want zo aantrekkelijk zijn wij nu ook weer niet. Dat soort dingen.’ Chantal zegt het op een matte, sarcastische toon.
‘Maar het ergste is,’ zegt Marga, en ze heft haar handen op, die net het blad van de ober raken die de koffie op tafel wil zetten, ‘dat we verraden zijn door Pascal. Hij heeft Joost verteld wat wij tijdens onze rondetafelgesprekken hebben besproken.’
Gijs kijkt geschrokken op. ‘Wat zeg je?’
‘Vlak voordat we weggingen, zei Joost dat hij alles al wist. Dankzij Pascal. En dat hij dat een overtreding vindt van de geheimhoudingsovereenkomst die we hebben getekend,’ zegt Marga boos.
‘Maar hij gaat er geen werk van maken, als wij onze mond maar houden. Alleen, als er ooit toch iets naar buiten komt, dan weet hij ons te vinden.’ De woorden komen smalend uit Chantals mond.
Gijs is verbouwereerd. Wat heeft hij fout gedaan? Hij heeft geprobeerd een veilige haven te scheppen, een plek om dingen bespreekbaar te maken en misstanden boven tafel te krijgen, en nu blijkt een van de deelnemers uit de school te klappen. Wat is er nog meer gedeeld, en door wie? Hoe groot is de schade? Dit heeft hij nooit gewild.
‘Dat vind ik heel erg voor jullie,’ zegt Gijs. ‘Het spijt me.’
Chantal wuift met haar hand. ‘Daar kun jij niets aan doen. We hebben dit samen gedaan. Jij kon toch niet weten dat Pascal een verrader zou blijken?’
‘De vraag is nu: hoe gaan we verder?’ zegt ze.
‘Hoe bedoel je dat precies?’ wil Gijs weten.
‘Hoe gaan we verder met Pascal, en hoe gaan we verder met Joost?’
‘Dat zijn lastige vragen. Waar ik zo ook geen antwoord op heb,’ zegt Gijs, en hij haalt zijn hand door zijn haar.
‘Dat zijn het ook,’ zegt Marga. ‘Maar mijn vertrouwen in mensen is helemaal verschrompeld.’
‘Bij mij ook. En ik merk dat ik mijn vechtlust kwijt ben. Ik wil op dit moment helemaal niets meer. Joost blijft een viezerik, maar hij kan rustig doorgaan, en hij heeft ons belachelijk gemaakt. Tenminste, zo voelt het voor mij,’ zegt Chantal.
Gijs wil van alles zeggen ter bemoediging, maar hij besluit te zwijgen. Zijn woorden komen nu toch niet aan, dat weet hij uit ervaring. Ze zullen een ander moment moeten zoeken om door te praten over wat er nog wel mogelijk is.
‘Ik moet zo weer naar kantoor,’ zegt Marga. ‘Ik heb vanochtend vrij gevraagd, en er ligt nog genoeg werk op me te wachten.’
‘Ik ga naar huis. Komende zaterdag demonstreren we weer op de snelweg, en daar moet ik nog een paar dingen voor regelen. Wie weet kan ik daar mijn woede over Joost en Pascal in kwijt.’ Chantal zegt het bijna opgelucht, alsof ze eindelijk ergens heen kan met wat er in haar zit.
‘Ik betaal de rekening wel,’ zegt Gijs. ‘Laten we contact houden over het vervolg.’
Als Gijs in de bus naar huis zit, denkt hij na over wat er is gebeurd. Had hij Pascal kunnen ontmaskeren? Kunnen mensen wegkomen met dingen die ze verkeerd hebben gedaan, als ze maar brutaal genoeg zijn? Natuurlijk kent hij de voorbeelden waarin dat gebeurt. Maar kan dat ook in de accountantspraktijk, met haar hoge ethische standaarden en haar beroepseed, waar ze zelf zo prat op gaan? Spreken accountants elkaar hierop aan? Wat doet de beroepsorganisatie eigenlijk? Het duizelt hem. Ten diepste is hij teleurgesteld in Joost en in Pascal, maar ook in het systeem dat erachter zit en dat misstanden niet weet te voorkomen, ondanks alle goede intenties.
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton.
Geef een reactie