Af en toe pakt hij een pen en maakt hij een aantekening in de kantlijn. Sinds hij vier jaar geleden de onderzoeksopdracht aannam, zijn er een paar zaken in een stroomversnelling geraakt. Een ontwikkeling waarvan hij niet had verwacht dat die zo snel zou gaan, is de opkomst van de kunstmatige intelligentie. Vier jaar geleden was het nauwelijks een thema voor het beroep, en nu is het niet meer weg te denken.
Gijs herinnert zich een gesprek dat hij een tijdje geleden met een vennoot had. ‘AI, ik heb lang gedacht dat het geen impact zou hebben op ons kantoor, maar ik kan er niet omheen. AI heeft ook bij ons zijn intrede gedaan. Ik zie dat de jongere medewerkers het sneller oppakken dan de oudere, en in mijn vennotenteam zijn er die er nog steeds weinig van moeten hebben.’
‘Is dat niet van alle tijden?’ had Gijs gevraagd. ‘Vennoten die niet zoveel van nieuwigheden moeten hebben, omdat ze graag rust in de tent houden? En omdat ze het liefst zoveel mogelijk geld aan zichzelf uitkeren?’
‘Misschien wel. Vroeger had je nog een paar goeroes die de ontwikkelingen in de accountancy duidden, maar die zijn er nauwelijks meer. Niet dat ze altijd gelijk hadden, vaak zaten ze er een behoorlijk aantal jaren naast. Maar je wist in ieder geval waar je op moest letten. Nu, bij AI, zie ik zoveel meningen en opinies. De een zegt dat het uiteindelijk niets voorstelt, de ander dat we straks met veel minder mensen toe kunnen en dat AI het personeelstekort oplost.’
Gijs moet zichzelf bekennen dat ook hij niet weet wat de impact zal zijn. Maar hij is ervan overtuigd dat AI niet meer weg te denken is uit het leven van de mens, of je dat nu leuk vindt of niet. Hij spreekt wel eens iemand die fel tegen AI is, die vindt dat we ermee moeten stoppen: vanwege het klimaat, vanwege de privacy, vanwege het onpersoonlijke. Sommige van die argumenten spreken hem aan. Soms vraagt hij zich af of de hele digitalisering uiteindelijk geen monster heeft geschapen dat niet meer te temmen valt.
‘Waar blijft de menselijke stem?’ werd hem een keer toegeworpen tijdens een debat dat hij met accountants over AI voerde. ‘Wat is het accountantsberoep nog waard als we alles aan AI overlaten?’
‘Maar je kunt de tijd niet terugdraaien,’ bracht iemand uit de zaal in.
‘Dat snap ik ook wel. Maar als accountant voegen we toch waarde toe doordat we oog hebben voor het menselijke aspect. Doordat we begrijpen wat cijfers met mensen doen, en wat beslissingen met de cijfers doen,’ zei degene die het debat begonnen was.
‘In theorie wel. Maar als je ziet wat we allemaal moeten van de regelgevers en de beroepsorganisatie, dan zijn we in feite gewoon machines geworden. Als je zelf nadenkt en van de regels afwijkt, of een paraaf vergeet te zetten, dan mag je dat komen uitleggen bij de tuchtrechter,’ riep iemand uit de zaal. ‘Dus dan kunnen we het net zo goed allemaal aan AI overlaten. Die kan dat beter dan wij.’
‘Wat een onzin,’ zei een ander. ‘Door de opkomst van AI moet je juist veel meer weten en nadenken. AI hallucineert zo vaak, ik zou er niet blind op vertrouwen.’
Daarna was er een hele discussie ontstaan. Voor Gijs reden om eens na te gaan of de beroepsorganisatie zelf ook iets vindt van het gebruik van AI door accountants. Hij vindt een document, maar nadat hij het heeft gelezen, begrijpt hij dat ook voor accountants geldt dat ze veel zelf zullen moeten uitzoeken als het gaat om de inzet van AI. Voorlopig blijft de mens nog nodig, maar welke repetitieve taken er zullen overblijven, kan hij niet inschatten.
Hij bladert verder door zijn manuscript en herleest het interview met Jan Spijkers, die inmiddels is overleden. Gijs vond hem een kritische denker en een goede tegenspeler voor accountants. Wat zou hij van de AI-ontwikkelingen hebben gevonden? Waarschijnlijk zou hij hebben opgemerkt dat je ook zo’n ontwikkeling moet toetsen aan de raison d’etre van het beroep. Dat het uiteindelijk draait om het toevoegen van vertrouwen. Vanuit dat licht bezien zullen er altijd accountants nodig zijn, denkt Gijs. Een vraag die hem nog wel bezighoudt: hoe borg je dat vertrouwen? Hij verwacht dat daar nog heel wat onderzoeken, artikelen en opinies over zullen verschijnen.
Als Gijs opkijkt, ziet hij Marga en Chantal binnenkomen.
‘Wat leuk, jij ook hier,’ zegt Chantal. ‘We wilden net samen gaan lunchen, om de laatste punten voor ons gesprek door te nemen.’
‘Ik wilde net weggaan,’ zegt Gijs. ‘Wanneer is jullie gesprek ook alweer?’
‘Morgen.’
‘Spannend. Ik wens jullie veel succes.’
‘Dank je,’ zegt Marga. ‘Maar we hebben er wel vertrouwen in.’
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton.


Geef een reactie