Bij universitaire medische centra ziet EY een verband tussen winstgevendheid en accountantskosten. Als mogelijke verklaring noemt het bureau dat meer tijd nodig kan zijn om prognoses te beoordelen wanneer een ziekenhuis financieel minder goed presteert. Een andere verklaring kan een minder effectieve interne beheersing zijn. Die kan volgens EY zowel tot lagere winstgevendheid als tot hogere accountantskosten leiden.
Beperkt verband
Ook bij topklinische ziekenhuizen is een relatie tussen de EBITDA-marge en de accountantskosten zichtbaar, al noemt EY die beperkt. Het bureau geeft daarvoor dezelfde mogelijke verklaringen. Bij algemene ziekenhuizen is het verband eveneens beperkt. EY benadrukt daar dat de financiële prestaties door meerdere factoren worden bepaald en dat verbetering van de EBITDA-marge niet aan één enkele factor kan worden toegeschreven.
Revalidatiecentra
Bij revalidatiecentra ziet EY eveneens een verband tussen accountantskosten en de EBITDA-marge. In de toelichtende tekst noemt het bureau deze relatie beperkt. Ook hier kunnen volgens EY extra tijd voor het beoordelen van prognoses bij financieel minder goed presterende instellingen en een minder effectieve interne beheersing een verklaring vormen.
Kredietwaardigheid
EY plaatst in de barometer ook kanttekeningen bij de financiële positie van de zorgsector. De overall kredietwaardigheid blijft op bbb en de financiële kengetallen ogen relatief sterk, maar de verschillen tussen instellingen zijn groot. Bijna 110 van de circa 650 onderzochte zorgaanbieders hebben een enkele of dubbele b-rating en zijn volgens EY niet of minder kredietwaardig. Bijna honderd zorgaanbieders schreven over 2025 rode cijfers.
Lage investeringen
De relatief gunstige financiële positie hangt volgens EY mede samen met het lage investeringsniveau. De investeringen daalden van meer dan 6,5% van de omzet in 2015 naar 4,5% in 2025. Dat vertaalde zich in lagere schulden en kapitaallasten en een toename van de liquide middelen. Mede daardoor zijn de resultaten de afgelopen jaren volgens EY ‘ogenschijnlijk’ hoog. EY stelt dat voor een goed beeld van de financiële positie ook rekening moet worden gehouden met de toekomstige investeringsopgave.
Rendement onder druk
Er is ruimte om de investeringen te verhogen, maar die ruimte kent volgens EY duidelijke grenzen. Bij een investeringsfactor van 2,0 wordt de operationele kasstroom beperkt en daalt het rendement zonder aanvullende maatregelen tot onder de gebruikelijke niveaus in de sector. Bij hogere investeringen komen de financiële ratio’s verder onder druk te staan. Bij een investeringsfactor van 3,0 wordt het rendement zelfs meer dan 2% negatief.
Maatwerk nodig
Daarbij kunnen de gemiddelden voor de hele zorgsector een te gunstig beeld geven van afzonderlijke instellingen. Op instellingsniveau kan de investeringsbehoefte groter zijn en kunnen financiële ratio’s sterker onder druk komen te staan. EY benadrukt daarom het belang van een instellingsspecifieke analyse bij strategische investeringsbeslissingen. De onderzoekers concluderen dat de Nederlandse gezondheidszorg er minder robuust voor staat dan de huidige cijfers op het eerste gezicht suggereren.
Minder externen
Ook de inzet van extern personeel verandert. In de ouderenzorg constateert EY een significante daling van het aandeel personeel niet in loondienst. Die afname hangt volgens het rapport samen met de handhaving van de Wet DBA en met de bredere beweging om personeel zoveel mogelijk in loondienst te nemen. Het aantal fte’s nam in deze sector met ongeveer 1% toe. Van de externen die nog worden ingezet, wordt een groot deel via uitzendbureaus ingehuurd, waardoor volgens EY het fiscale risico is afgenomen.
Verschillen per sector
De afbouw van externe inhuur is ook elders zichtbaar. Bij algemene ziekenhuizen daalde de inzet van externen met bijna 1 procentpunt, mede door de handhaving van de Wet DBA. De afname was daar sterker dan bij academische en topklinische ziekenhuizen. Algemene ziekenhuizen zijn volgens EY relatief sterk afhankelijk van flexibele krachten voor basiszorg en acute opvang en worden daardoor harder geraakt door de verscherpte controles.
Afwijkend patroon
Opvallend is dat het eerder beschreven verband tussen slechtere financiële prestaties en hogere accountantskosten niet in alle zorgsectoren opgaat. In de geestelijke gezondheidszorg stijgen de accountantskosten juist naarmate een aanbieder een hogere EBITDAR-marge heeft. EY vermoedt dat dit samenhangt met extra werkzaamheden rond de controle van onder meer materiële vaste activa, leningen en huurkosten. Aanbieders met een lage marge zijn volgens het rapport vaak vooral ambulant actief en daardoor eenvoudiger te controleren.
Zelfde beeld jeugdzorg
Een vergelijkbaar afwijkend patroon ziet EY in de jeugdzorg. Ook daar nemen de accountantskosten toe bij aanbieders met een hogere EBITDAR-marge. EY wijst opnieuw op mogelijke extra controlewerkzaamheden rond materiële vaste activa, leningen en huurkosten. Aanbieders met een lage EBITDAR zijn vaker ambulante organisaties en zijn volgens het rapport eenvoudiger te controleren.
Gehandicaptenzorg
In de gehandicaptenzorg is het beeld juist weer omgekeerd. Organisaties met een hogere EBITDAR-marge hebben gemiddeld lagere accountantskosten. EY noemt als mogelijke verklaring dat accountants bij deze instellingen minder tijd kwijt zijn aan het beoordelen van financiële prognoses. Ook kan een rol spelen dat goed presterende instellingen hun organisatie beter op orde hebben en daardoor efficiënter controleerbaar zijn.
Ouderenzorg
Ook in de ouderenzorg ziet EY een relatie tussen accountantskosten en financiële prestaties. De accountantskosten kunnen volgens het bureau hoger zijn wanneer een instelling financieel minder goed presteert, bijvoorbeeld doordat meer tijd nodig is voor het beoordelen van prognoses. Een minder effectieve interne beheersing kan volgens EY eveneens leiden tot zowel lagere marges als hogere accountantskosten.
Late jaarrekeningen
EY plaatst daarnaast een voorbehoud bij een deel van de cijfers over 2025, omdat van verschillende zorginstellingen nog geen jaarrekening beschikbaar was. In de geestelijke gezondheidszorg schreef bijna 20% van de aanbieders rode cijfers, terwijl nog ongeveer vijf jaarrekeningen ontbraken. Volgens EY kan het aantal verlieslatende instellingen daardoor nog oplopen.
Onvolledige cijfers
Vooral in de jeugdzorg is voorzichtigheid bij vergelijkingen geboden. EY noemt de beschikbare informatie daar soms inconsistent of onvolledig, mede doordat DigiMV en de jaarrekeningen van jeugdhulpaanbieders andere formats hanteren. In de cijfers over 2024 werden achteraf nog late jaarrekeningen opgenomen, waarvan vijf relatief veel invloed hadden op de uitkomsten. Ook voor 2025 ontbreken nog vijf grote aanbieders.
Download hier het rapport.


Geef een reactie