
Het kabinet zal per 1 januari 2024 een maatregel introduceren in de vennootschapsbelasting (Vpb) op basis waarvan fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) niet meer direct in vastgoed mogen beleggen. In de praktijk beleggen fbi’s globaal genomen ofwel in effecten (effecten-fbi’s) ofwel in vastgoed (vastgoed-fbi’s). In bepaalde situaties met buitenlandse beleggers kan het heffingsrecht over Nederlands vastgoed in handen van fbi’s niet of niet volledig geëffectueerd worden. De vastgoedmaatregel zorgt ervoor dat de winst behaald met vastgoed in alle gevallen kan worden belast met Vpb, schrijft de staatssecretaris. De vastgoedmaatregel heeft geen gevolgen voor de effecten-fbi’s.
De winst van een fbi is belast tegen een vennootschapsbelastingtarief van 0%. Het gevolg is dat de fbi die belegt in vastgoed zelf niet wordt belast voor de daaruit verkregen inkomsten. De achtergrond hiervan is dat die inkomsten worden belast bij de participanten in de fbi, doordat de fbi verplicht is om de winst ieder jaar aan de participanten uit te delen. Op die winstuitdeling wordt 15% dividendbelasting ingehouden. Als gevolg van de voorgenomen maatregel wordt de winst van vastgoed-fbi’s vanaf 1 januari 2024 belast tegen het normale Vpb-tarief. De voorgenomen maatregel beoogt de fiscale behandeling over resultaten uit vastgoed evenwichtiger te maken.

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de vastgoedmaatregel per 1 januari 2024 zullen bepaalde (niet-beursgenoteerde) vastgoed-fbi’s waarschijnlijk vóór die datum herstructureren om zelfstandige Vpb-plicht voor hun beleggingsresultaat in bepaalde gevallen te voorkomen. Daarbij kan worden gedacht aan pensioenfondsen die bij een rechtstreekse belegging in vastgoed zouden zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting op hun beleggingsresultaat. Bij die herstructureringen speelt de overdrachtsbelasting een belangrijke rol. De herstructurering kan afhankelijk van de situatie leiden tot belastbare feiten voor de overdrachtsbelasting, waarbij de bestaande vrijstellingen niet altijd van toepassing zijn. Het kabinet zal de komende tijd onderzoek doen naar de wenselijkheid en eventuele mogelijkheden van flankerende maatregelen in 2023. De budgettaire inpasbaarheid, uitvoerbaarheid en juridisch houdbaarheid zijn belangrijke randvoorwaarden daarbij.


Geef een reactie