De milieubelastingrekening bedroeg voor huishoudens € 17,0 miljard, bedrijven betaalden € 13,7 miljard. Die bedragen zijn inclusief de vermindering op energiebelasting. Milieubelastingen en -heffingen zijn verdeeld over vier soorten activiteiten: energiegebruik, bezit en gebruik van vervoersmiddelen, vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik. Ten opzichte van 2000 zijn de milieubelastingen bijna verdubbeld.
Bedrijven betalen meer energiebelasting
Het grootste deel van de milieubelastingen bestaat uit energiegerelateerde belastingen, zoals de belasting op elektriciteit en aardgas en accijnzen op motorbrandstoffen. Bedrijven betaalden € 9,8 miljard aan energiegerelateerde belastingen in 2024, huishoudens € 5,3 miljard. Zonder de vermindering op de energiebelasting van € 4,2 miljard zouden huishoudens € 9,5 miljard hebben betaald.
Verdrievoudiging bij huishoudens
De belasting op aardgas en elektriciteit, samen met de opslag duurzame energie en de vermindering op energiebelasting, bedraagt € 1,2 miljard voor huishoudens in 2024 en € 3,9 miljard voor bedrijven. Voor bedrijven is dat 3% meer dan in 2023, maar voor huishoudens betekent het een verdrievoudiging ten opzichte van de € 417 miljoen in 2023.
Aan accijns op benzine en andere brandstoffen droegen bedrijven € 3,7 miljard bij en huishoudens € 4 miljard. “Ondanks accijnskortingen op benzine en diesel die in 2022 zijn ingevoerd, stegen inkomsten van de accijnzen weer na 2022.” De kosten van emissierechten voor bedrijven stegen van € 54 miljoen in 2011, de start van de registratie van de overheidsveilingen, naar € 1,7 miljard in 2024.
Particulier betaalt driekwart vervoersgerelateerde belastingen
De vervoersgerelateerde belastingen bedroegen in 2024 € 8,9 miljard, een toename van 5% vergeleken met 2023. Dat zijn de bpm, de motorrijtuigenbelasting en de vliegbelasting. Huishoudens hoesten driekwart daarvan op: € 6,4 miljard. Daarvan is € 5,4 miljard motorrijtuigenbelasting. Bedrijven betaalden € 2,4 miljard in 2024.
Heffingen op vervuiling
Belastingen en heffingen op vervuilende activiteiten brachten € 7,0 miljard in het laatje (+8%). Bedrijven betalen € 2,0 miljard, huishoudens € 5,0 miljard. De waterverontreinigingsheffing was in 2024 13% hoger, terwijl de inkomsten uit rioolrechten en reinigingsrechten elk met 6% toenamen. Belastingen op grondstoffengebruik bestaan alleen uit leidingwater- en grondwaterbelastingen en bedroegen € 344 miljoen in 2024.



Hmmm, eerlijk gezegd: die 30 miljard valt me tegen, ik had het geschat op 50 miljard. Hoe dan ook een inkomensbron, goed voor pakweg 10% van de uitgaven, die je als overheid moet “pamperen”. Ligt daarin dan ook de reden dat de hele Overheid zich vrijwel nooit en dan nog maar zeer summier uitlaat over de noodzaak om energie te besparen in plaats van op te wekken en terug te leveren, wellicht is dat dan ook de reden om b.v. de burgers te blijven stimuleren om te verbruiken door het subsidiëren in de vorm van de Energietoeslag?