Negen amendementen haalden een meerderheid en sommige daarvan hebben ingrijpende budgettaire en uitvoeringsgevolgen. Vooral het amendement-Grinwis over box 3 zet de ramingen onder druk en verhoogt de urgentie rondom het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3.
Box 3: grote derving, grotere tijdsdruk
Het amendement van Kamerlid Grinwis (nr. 47) draait de eerder voorgestelde verhoging van het forfait voor overige bezittingen terug. Het forfait blijft in 2026 daardoor 6 procent in plaats van de beoogde 7,78 procent. Ook de verlaging van het heffingvrije vermogen gaat niet door; dit wordt juist volledig geïndexeerd en komt uit op € 59.357.
De dekking komt uit een versnelling van de afbouw van de Wet Hillen. De jaarlijkse afbouw wordt verhoogd naar 4,8 procentpunt, waardoor de volledige afschaffing al in 2041 wordt bereikt in plaats van 2048. Daarmee stijgt voor huishoudens zonder of met een lage eigenwoningschuld de komende jaren de belastingdruk op de eigen woning.
Financieel draait het amendement een groot tekort in de inkomstenraming: € 1,2 miljard in zowel 2026 als 2027. Bij vertraging van de Wet werkelijk rendement box 3 loopt dit zelfs op tot € 2,4 miljard. Het kabinet benadrukt daarom dat snelle parlementaire behandeling noodzakelijk is om invoering per 1 januari 2028 haalbaar te houden. De Tweede Kamer moet uiterlijk 15 maart 2026 besluiten, en ook de Eerste Kamer wordt opgeroepen de behandeling voortvarend ter hand te nemen.
Aanpassingen in accijnzen, innovatieregelingen en youngtimers
De overige aangenomen amendementen variëren in schaal en impact.
– Hogere brandstofaccijnzen dan gepland
Het eerste Grinwis-amendement (nr. 32) zorgt ervoor dat accijnsverlagingen in 2026 minder ver worden doorgezet dan het kabinet had voorgesteld. De accijnzen op benzine, diesel en LPG dalen daardoor minder sterk ten opzichte van het basispad. Een deel van de opbrengst wordt herverdeeld naar het voorkomen van bezuinigingen op het openbaar vervoer. De Belastingdienst kan dit per 1 januari 2026 uitvoeren.
– Innovatie: schijfgrens WBSO geïndexeerd
Het amendement-Van Dijk & Grinwis (nr. 73) verhoogt eenmalig de schijfgrens van de WBSO naar € 391.020. Dat levert vooral voordeel op voor mkb-ondernemingen en starters die in de eerste schijf van de regeling vallen. De structurele derving bedraagt € 5 miljoen. De maatregel kan zonder problemen per 2026 worden ingevoerd.
Energie- en milieu-investeringsaftrek beperkt
Het amendement van Stultiens (nr. 50) beperkt vanaf 2029 het aftrekbare bedrag van EIA en MIA tot de winst in het betreffende jaar. Niet-benutte aftrek kan worden doorgeschoven. De maatregel richt zich op het tegengaan van belastingconstructies maar verhoogt wel de complexiteit van de inkomensheffingen.
Youngtimerregeling strenger, EV-bijtelling langer verlaagd
Een ingrijpende wijziging betreft de bijtelling voor elektrische auto’s. De korting blijft twee jaar langer bestaan: 18 procent in 2026, 20 procent in 2027 en pas in 2028 terug naar 22 procent.
Als dekking wordt de youngtimerregeling aangescherpt: de leeftijdsgrens stijgt in twee stappen van 15 naar 25 jaar. Dit raakt vooral ondernemers die oudere auto’s van de zaak fiscaal gunstig rijden.
Lucratiefbelang: invoering multiplier uitgesteld
Het amendement-Van Eijk c.s. (nr. 109) schuift de invoering van de multiplier in de lucratiefbelangregeling twee jaar op, naar 2028. De derving van € 45 miljoen per jaar in 2026 en 2027 wordt gedekt door een lichte verhoging van de Aof-premies. De Belastingdienst acht invoering in 2028 uitvoerbaar.
Fondsen voor gemene rekening: uitvoering zwaar belast
Het amendement-Van Eijk (36813-10) breidt het overgangsrecht voor fondsen voor gemene rekening uit naar fondsen die op of na 1 januari 2025 worden opgericht. De Belastingdienst beoordeelt dit als niet uitvoerbaar per 2026 vanwege grote risico’s in handhaafbaarheid, vooral bij fondsen met veel en wisselende deelgerechtigden.
Vliegbelasting voor kleine toestellen
Vanaf 2030 komt er een apart, fors hoger tarief voor passagiers in vliegtuigen met maximaal 19 stoelen. De belasting loopt op tot € 2.100 per passagier voor verre bestemmingen. De Belastingdienst onderzoekt nog de uitvoerbaarheid, omdat gegevensstromen voor kleine toestellen beperkt en moeilijk te controleren zijn.
Budgettaire gevolgen volgen in Voorjaarsnota
De amendementen hebben uiteenlopende financiële effecten, maar vooral het box-3-amendement veroorzaakt een fors tekort in het inkomstenkader. Het kabinet verwerkt alle effecten in de Voorjaarsnota, waarin ook eventuele aanvullende dekking wordt uitgewerkt.
Lees hier de volledige brief van de minister van Financien Heinen en staatsecretaris Heijnen.



Geef een reactie