Naheffingsaanslag
De uitspraak volgt op een cassatieberoep in een zaak waarin een belanghebbende een naheffingsaanslag van € 67,30 kreeg opgelegd, bestaande uit € 2 aan parkeerbelasting en € 65,30 aan naheffingskosten. In deze naheffingskosten was 50% van de jaarlijkse kosten voor scanauto’s, parkeerautomaten en een parkeerapp begrepen. De belanghebbende stelde dat deze kosten niet konden worden doorberekend, omdat ze niet waren gemaakt ter zake van het opleggen van de naheffingsaanslag en niet samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting.
Hoge Raad
Maar de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het oordeel van het gerechtshof. Het hof had geoordeeld dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten van de parkeerautomaten en parkeerapps dusdanig samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen dat zij behoren tot de kosten als bedoeld in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen, en daarom mogen worden doorberekend.
In het arrest preciseert de Hoge Raad de uitleg van het Besluit. De bevoegdheid om kosten in rekening te brengen is daarin neergelegd en nader uitgewerkt. Het Besluit regelt uit welke kostencomponenten de bij een naheffingsaanslag in rekening te brengen kosten ten hoogste kunnen bestaan, waaronder kosten voor zover deze samenhangen met de component ‘inning van niet-betaalde parkeerbelastingen’. Onder zulke kosten vallen ook kosten die samenhangen met het opleggen van naheffingsaanslagen.
Samenhang
Het begrip ‘samenhangen’ betekent volgens de Hoge Raad dat de desbetreffende kosten, globaal gesproken, voor meer dan 10% moeten zijn gemaakt ten behoeve van de desbetreffende kostencomponent. Alleen als de kosten geheel of nagenoeg geheel (90% of meer) andere doeleinden dienen, is er geen sprake van samenhang. Een gemeente staat het daarom vrij om kosten die voor meer dan 10% samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting, geheel of gedeeltelijk daaraan toe te rekenen en in rekening te brengen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof juridisch juist en ook voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de kosten van de parkeerautomaten en parkeerapps dusdanig samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen, dat de toerekening daarvan aan de inning van niet-betaalde parkeerbelasting is geoorloofd. Die kosten mogen volgens het hof dus geheel of gedeeltelijk in rekening worden gebracht bij het opleggen van naheffingsaanslagen. In deze oordelen van het hof ligt, aldus de Hoge Raad, besloten dat deze kosten meer dan zijdelings samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen.
Het cassatieberoep van de belanghebbende wordt dan ook verworpen. De uitspraak van het gerechtshof is daarmee definitief.


Geef een reactie