Hij antwoordt dat op vragen van Pro-Kamerlid Stultiens. Die wilde weten of bedrijven alternatieve belastingontwijkende routes voor CV- of BV-structuren zijn gaan zoeken door de recente aanpak van belastingontwijking. Zo heft Nederland sinds 1 januari 2021 een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen aan een gelieerd lichaam dat gevestigd is in een laagbelastende jurisdictie en in misbruiksituaties. Dat heeft effect: “Er blijkt bijvoorbeeld al een aanzienlijke daling van rente-, royalty-, en dividendstromen naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 7 miljard in 2024”, laat Eerenberg weten.
Bestaande structuren verlaten
Hij heeft nog geen overzicht van de manier waarop bedrijven naar aanleiding van gewijzigde regels hun structuur hebben aangepast. “Voor nieuwe cv/bv-structuren geldt dat deze sindsdien niet of nauwelijks zijn opgezet en de bestaande structuren zijn destijds vrijwel allemaal verlaten. Het beeld uit de praktijk is dat multinationals daarbij verschillende manieren hebben gekozen. Een aantal heeft de structuur in stand gelaten, maar vanuit Amerikaans perspectief gekozen voor een transparante behandeling van de CV. Omdat de CV vanuit Nederlands perspectief ook als transparant wordt behandeld, is het fiscaal voordeel weggenomen. Andere multinationals hebben de activa van de CV, waaronder vaak intellectuele activa, overgedragen aan een entiteit. In een aantal gevallen was dat de Verenigde Staten, in een aantal gevallen Nederland of andere landen. In die gevallen is de hybride mismatch opgeheven.”
Onderzoek zal geen inzicht geven
De staatssecretaris denkt dat een onderzoek naar structuurwijzigingen geen compleet inzicht zal geven. “Bovendien is in voorkomende gevallen gekozen voor een tijdelijke oplossing voorafgaand aan de implementatie van de definitieve structuur. Daarnaast volgt uit het onderzoek uit 2016 dat het niet mogelijk was om op basis van bestaande gegevens cv/bv-structuren te identificeren.”
Internationale aanpak nodig
Stultiens wilde ook weten of in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een aftrekbeperking kan worden opgenomen voor rente en royalty’s die zijn verschuldigd aan groepsmaatschappijen die zijn gevestigd in niet-EU landen met een effectief tarief dat lager is dan 15%. Ook al heeft Nederland maatregelen getroffen, andere landen zijn daartoe niet verplicht, zo schrijft de staatssecretaris. “Met als gevolg dat belastingontwijking door internationaal opererende bedrijven nog steeds mogelijk blijft en slechts verschuift naar andere jurisdicties. Wereldwijde belastingontwijking moet daarom vooral internationaal gecoördineerd worden aangepakt om tot een effectieve oplossing te komen.”
Eerenberg denkt wel dat de ingevoerde wereldwijde minimumbelasting van 15% voldoende effectief is om belastingconcurrentie en belastingontwijking in te dammen. Hij is niet helemaal afkerig van onderzoek: “Het voorgaande laat onverlet dat het kabinet zal onderzoeken of territoriale belastingstelsels in samenhang met de bestaande maatregelen kunnen leiden tot uitkomsten die onvoldoende door het huidige instrumentarium worden bestreken.” Maar de staatssecretaris ziet geen noodzaak om nu meer maatregelen te nemen; de al getroffen maatregelen blijken effectief.


Geef een reactie