Ook heeft het kantoor niet onderbouwd dat onverwijld is gehandeld. De werkgever moet onder meer een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding betalen.
De werknemer trad eind 2024 voor 24 uur per week in dienst bij FACT Accountants & Adviseurs. In de zomer van 2025 liet FACT hem weten tevreden te zijn over zijn functioneren en voornemens te zijn het tijdelijke contract per 1 juli 2026 om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Daarna ontstond echter een conflict over gedeclareerde reiskosten, het brandstofverbruik van zijn auto, de registratie van uren en zijn functioneren. Nadat de werknemer een advocaat had ingeschakeld om betaling van gedeclareerde reiskosten af te dwingen, volgden een schorsing en uiteindelijk een ontslag op staande voet. De werknemer berustte in het ontslag, maar maakte bij de kantonrechter aanspraak op verschillende wettelijke vergoedingen.
Juridisch kader ontslag op staande voet
In de wet staat dat beide partijen bevoegd zijn om de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden op te zeggen, onder een onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Voor een werkgever worden als dringende reden aangemerkt zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, dat in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Van belang zijn bijvoorbeeld de aard en de ernst van wat er is gebeurd, de aard van de dienstbetrekking, de duur ervan, de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem zouden hebben. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden en de onverwijldheid liggen bij de werkgever.
Dringende reden onvoldoende duidelijk
Volgens de rechtbank is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. De werkgever heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke dringende reden precies aan het ontslag ten grondslag is gelegd. Alleen daarom al is het ontslag niet rechtsgeldig.
Voor zover FACT wilde verwijzen naar de e-mail waarin eerder de schorsing werd gemotiveerd, gaat dat volgens de kantonrechter evenmin op. De daarin genoemde verwijten – waaronder het zonder overleg declareren van kosten, het verstrekken van onjuiste informatie over autokosten, het verkeerd schrijven van uren, het starten van een juridische procedure tegen de werkgever en onvoldoende functioneren – kwalificeren volgens de rechtbank niet zonder meer als een dringende reden die het “arbeidsrechtelijk zwaarste middel” van een ontslag op staande voet rechtvaardigt.
Ook het verwijt dat de werknemer tijdens zijn schorsing “niet tot inzicht” zou zijn gekomen, acht de kantonrechter onvoldoende. FACT heeft niet duidelijk gemaakt wat zij concreet van de werknemer verwachtte en waarom het uitblijven daarvan een ontslag op staande voet kon rechtvaardigen. Bovendien is onvoldoende toegelicht dat het ontslag onverwijld is gegeven, mede gelet op de periode waarin de werknemer al was geschorst.
Wel vergoedingen, maar geen billijke vergoeding
Omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, kent de kantonrechter hem een transitievergoeding van € 689,70 toe. Ook moet het accountantskantoor wegens de onregelmatige opzegging een gefixeerde schadevergoeding van € 1.976,08 betalen. De rechtbank berekent die vergoeding tot het moment waarop de werknemer ruim een maand later elders in dienst trad.
Een billijke vergoeding blijft echter uit. De kantonrechter stelt die op nihil. Daarbij weegt mee dat de werknemer al vóór het ontslag in vergevorderde gesprekken was met een andere werkgever en kort daarna een nieuwe baan vond, tegen een iets hoger salaris. Daardoor waren de gevolgen van het ontslag volgens de rechtbank beperkt en zou het dienstverband naar verwachting ook zonder het ontslag niet lang meer hebben geduurd. Daarnaast ontvangt de werknemer al een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding.
Verder rekent de kantonrechter de werknemer aan dat hij in zijn verzoekschrift niet heeft vermeld dat hij ten tijde van indiening al bijna een maand elders werkte, terwijl hij tegelijkertijd stelde dat hij anders nog achttien maanden bij FACT in dienst zou zijn gebleven. Ook heeft hij volgens de rechtbank zelf een aandeel in het ontstane arbeidsconflict.
Reiskosten afgewezen, inhoudingen deels onterecht
De gevorderde reiskosten krijgt de werknemer niet. Vaststaat dat hij aanvankelijk met zijn studenten-OV naar het werk reisde en dus geen reiskosten maakte. Volgens de rechtbank heeft hij onvoldoende onderbouwd dat later zou zijn afgesproken dat hij zijn autokilometers mocht declareren. De onderhandelingen uit 2025 leidden juist tot de afspraak dat hij pas vanaf 1 juli 2026 onder de autoregeling zou vallen.
Andere inhoudingen houden daarentegen geen stand. Zo had de werkgever € 700 op het loon ingehouden omdat de werknemer zijn werklaptop niet had ingeleverd. Hoewel hij de laptop wel degelijk moet teruggeven, heeft FACT volgens de kantonrechter niet toegelicht op welke juridische grondslag dit bedrag op het loon mocht worden ingehouden. Ook een inhouding van € 229,78 wegens vermeend onjuist gebruik van uurcodes was onterecht. Zelfs als de werknemer onjuiste uurcodes heeft gebruikt, volgt daaruit volgens de rechtbank niet dat de werkgever eigenmachtig loon mocht inhouden.
Per saldo wordt FACT veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de ten onrechte ingehouden loonbedragen, naast de proceskosten. De gevraagde billijke vergoeding, reiskosten en enkele andere loonvorderingen worden afgewezen.


Geef een reactie