Volgens de rechter kreeg de aandeelhouder nooit echt de kans over de voorwaarden te onderhandelen, omdat de accountant zijn vragen niet op tijd beantwoordde. Daardoor verloor hij de kans op een betere overeenkomst en uiteindelijk op een betere positie binnen het bedrijf.
Twaalf dagen
Een familiebedrijf werd omgezet van een vennootschap onder firma naar een bv-structuur. In 2019 wilden de aandeelhouders de eigendomsverhoudingen opnieuw regelen. Het accountantskantoor stelde daarvoor een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst op. De bestuurder van een van de aandeelhouders kreeg de conceptovereenkomst echter pas op 11 december onder ogen, terwijl de afspraak bij de notaris al op 23 december gepland stond. Hij maakte direct duidelijk dat hij de overeenkomst niet begreep en stuurde dezelfde dag een uitgebreide e-mail aan de accountant. “Dit is erg complex en ze vragen dit op heel korte termijn (23 december) te ondertekenen.”
Jip en Janneketaal
De bestuurder vroeg de accountant om de gevolgen van tien verschillende scenario’s uit te leggen, waaronder overlijden, arbeidsongeschiktheid, een echtscheiding, een conflict tussen aandeelhouders en een verkoop van het bedrijf. Dat wilde hij graag in ‘Jip-en-Janneke-taal’, zodat hij de gevolgen ook met zijn vrouw kon bespreken. De bestuurder vroeg bovendien om per scenario aan te geven wat de financiële gevolgen zouden zijn, zowel zakelijk als privé, en uiterlijk twee dagen later antwoord te krijgen.
Geen antwoord
De accountant stelde voor om eerst een gesprek te voeren. Dat vond op 19 december plaats, vier dagen voor de ondertekening bij de notaris. Volgens de rechtbank kreeg de bestuurder tijdens dat gesprek echter geen antwoord op zijn vragen. In plaats daarvan stelde de accountant een conceptmail op die hij naar de andere aandeelhouders kon sturen.Daarin stond onder meer dat de bestuurder zich zorgen maakte over zijn rechtspositie, bijvoorbeeld als hij zou overlijden.
Zijn erfgenamen zouden dan met aandelen achterblijven die moeilijk verkoopbaar waren en waar nauwelijks inkomen uit voortkwam. Ook wilde hij praten over het aflossen van achtergestelde leningen en de zeggenschap binnen het bedrijf. Uiteindelijk werd die mail nooit verstuurd. En dus zette de bestuurder op 23 december zijn handtekening onder de overeenkomst zonder uitsluitsel te hebben gekregen. Pas op 7 februari 2020, ruim zes weken later, gaf de accountant alsnog inhoudelijk antwoord op zijn vragen.
‘Heel bijzonder stuk’
Volgens de rechtbank had de accountant kunnen voorzien dat de overeenkomst grote gevolgen had voor de positie van de aandeelhouder. De rechter verwijt het kantoor niet alleen dat de vragen onbeantwoord bleven, maar ook dat het de aandeelhouder niet adviseerde om een onafhankelijke adviseur in te schakelen. Opvallend is dat de accountant later zelf erkende dat de overeenkomst uitzonderlijk was. Tijdens een gesprek in oktober 2020 zei een medewerker dat de aandeelhoudersovereenkomst “inderdaad een heel bijzonder stuk is waarin alles 3-dubbel is dichtgetimmerd.” In een later gesprek werd de overeenkomst zelfs omschreven als een “wurgcontract” voor de aandeelhouder. Volgens de rechtbank onderstreept dat hoe verstrekkend de gevolgen van de overeenkomst waren.
Grote tijdsdruk
De rechtbank is ook kritisch over de manier waarop het proces verliep. De accountant wist al sinds 2018 dat de aandelenoverdracht vóór 1 januari 2020 moest plaatsvinden vanwege fiscale voordelen. Toch werden de conceptstukken pas in december rondgestuurd. Daardoor ontstond volgens de rechtbank grote tijdsdruk rond de ondertekening. Bovendien wist de accountant dat de andere aandeelhouder druk uitoefende om de overeenkomst nog voor het einde van het jaar te laten tekenen. Toen de bestuurder aangaf eerst antwoorden op zijn vragen te willen, kreeg hij te horen dat de hele transactie anders zou worden afgeblazen. Ook daarvan was de accountant op de hoogte.
Gemiste kans
De rechtbank kan niet vaststellen dat de aandeelhouder zonder de fouten van de accountant zeker een betere overeenkomst had gekregen. Wel vindt de rechter aannemelijk dat hij, als hij vooraf goed was geïnformeerd, opnieuw met de andere aandeelhouders zou zijn gaan onderhandelen. Dat is volgens de rechtbank geen theoretische mogelijkheid. Nadat de problemen eenmaal duidelijk waren geworden, bleek de andere aandeelhouder namelijk alsnog bereid concessies te doen.
Zo werd later een extra vergoeding van 100.000 euro toegekend en kwam er alsnog een dividenduitkering. Dat laat volgens de rechtbank zien dat onderhandelen wel degelijk zin had kunnen hebben. De rechtbank schat de kans dat de bestuurder destijds een beter onderhandelingsresultaat had bereikt op 50 procent. Die verloren mogelijkheid vormt de schade waarvoor de accountant aansprakelijk is.
Zorgplicht
De uitspraak is bijzonder omdat de accountant de overeenkomst niet opstelde in opdracht van de benadeelde aandeelhouder, maar van een andere partij. Toch oordeelt de rechtbank dat ook tegenover deze aandeelhouder een zorgplicht bestond. De accountant wist immers dat hij op zijn advies vertrouwde, geen eigen adviseur had en grote persoonlijke en financiële belangen op het spel stonden. Onder die omstandigheden mocht de accountant zijn belangen niet negeren.
Vergoeding
De rechtbank oordeelt daarom dat het accountantskantoor onrechtmatig heeft gehandeld. Maar de aandeelhouder krijgt niet de volledige schade vergoed. De rechtbank oordeelt dat hij door de fouten van de accountant een reële kans heeft gemist op een betere aandeelhoudersovereenkomst, maar rekent hem ook aan dat hij zelf niet actiever heeft gehandeld. Per saldo moet het accountantskantoor ruim € 191.000 aan schadevergoeding betalen, naast rente, buitengerechtelijke kosten en ruim € 14.600 aan proceskosten.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie