In 2022 werd de AA veroordeeld tot een schadevergoeding van € 15.000 aan een investeerder die geld stak in een bedrijf waar de AA een geval van ponzifraude vermoedde, maar dat vermoeden niet deelde. Ondanks de schadevergoeding had de investeerder wel voor het grootste deel eigen schuld, oordeelde de Rotterdamse rechtbank.
Twee faillissementen
De zaak draait om bouwbedrijf InMotion, dat gebruikmaakt van robottechnieken. In 2012 noteert de directie bij het jaarverslag over 2009: “Het bestuur vindt de toekomst van de onderneming onzeker, maar acht de continuïteit van de onderneming niet onmogelijk door de investeringen vanuit de familiesfeer van de directie, welke voorlopig niet direct opeisbaar worden gesteld.” Drie jaar later gaat InMotion alsnog failliet.
De AA adviseerde ook GoedLicht, een bedrijf dat metalen constructiewerken en daglichtconstructies maakte. In 2014 uit hij “gerede twijfel over continuïteit” op basis van de jaarrekening 2011/2012 vanwege een negatief bedrijfsresultaat, een negatief eigen vermogen en een negatief werkkapitaal. Het bestuur is monter, want de moedermaatschappij zal haar vorderingen niet opeisen, is de overtuiging. Toch is ook voor GoedLicht een faillissement het eindstation in 2015.
InMotion, GoedLicht en het moederbedrijf waren eigendom van een man en een vrouw. Later nam hun zoon de aandelen over. InMotion waren drie investeerders betrokken, die tonnen verloren aan obligaties die naar later bleek waardeloos waren.
De AA vermoedde frauduleus handelen, onder meer omdat schulden werden betaald met het aantrekken van schimmige obligatieleningen. De accountant dacht aan een piramidespel en gaf in 2014, na het uitblijven van nadere informatie, de samenstelopdracht terug.
Tuchtklachten
De InMotion-investeerders dienen later een klacht in tegen de AA, die van de Accountantskamer een berisping krijgt, onder meer omdat hij geen Wwft-melding heeft gedaan. In hoger beroep bevestigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven die uitspraak. Bij een tuchtklacht over het werk voor Goedlicht loopt de AA opnieuw tegen een berisping aan.
Miljoeneneis bij de rechtbank
Alles goed en wel, maar een tuchtklacht kan nooit tot een schadevergoeding leiden. Daarvoor moeten de investeerders bij de civiele rechter zijn. Daar eisen ze € 1,3 miljoen omdat de AA de jaarrekeningen van InMotion te laat of helemaal niet heeft opgesteld en de samenstelopdrachten te laat heeft teruggegeven.
De rechtbank is mild voor de AA: die hoefde niet te weten dat de investeerders de jaarrekeningen zo belangrijk vonden. Bovendien heeft hij zijn eerder bij de tuchtrechter gemelde fraudevermoeden bij de rechtbank weer ontkend. Maar hij is wel nalatig geweest, vond de rechter. Hij was betrokken bij gesprekken over de verkoop van aandelen in Goedlicht en heeft daarvoor een geconsolideerde conceptbalans opgesteld. Een van de investeerders had ook oren naar de aandelen: de AA wist dus dat de balans én het oordeel van de AA voor deze investeerder belangrijk was, vond de rechter. Niet is aangetoond dat toen de zwakke financiële situatie van Goedlicht is besproken; ook de conceptbalans is toen niet op tafel gekomen. Dat betekent nalatigheid van de AA, die aansprakelijk werd geoordeeld voor een totale investering van € 45.000. De investeerder moet wel twee derde van de schade zelf dragen omdat hij de jaarrekening 2011/2012 van Goedlicht had kunnen lezen, waar een hoge schuldenpositie uit bleek.
Zorgplicht
De investeerder, plus twee mede-investeerders die helemaal achter het net visten, is niet tevreden en tekent beroep aan tegen de uitspraak. De drie betogen dat de rechter de lat voor het voldoen aan de zorgplicht door een accountant wel erg laag heeft gelegd. Hoe zit het met de standaarden NV COS 240 (de verantwoordelijkheid van de accountant in verband met fraude) en NV COS 250 (het in aanmerking nemen van wet- en regelgeving bij een controle van financiële overzichten), zo willen zij weten van het hof.
Niet bedacht zijn op gedrag derden
Dat verwerpt het beroep op de standaarden. “Indien de accountant bij het uitvoeren van samenstellingsopdrachten, een vermoeden krijgt dat er sprake is van fraude bij zijn cliënt, zal hij wellicht, al dan niet op basis van beroepsregels, bepaalde maatregelen moeten nemen. Zonder nadere toelichting valt echter niet in te zien waarom zo’n vermoeden van fraude bij de accountant die een samenstellingsopdracht heeft tot gevolg heeft dat hij er op bedacht moet zijn dat derden hun gedrag zullen afstemmen op de resultaten van zijn werkzaamheden of tot gevolg heeft dat zijn niet-wettelijke taken, wettelijke taken worden of als zodanig moeten worden aangemerkt.”
Geen causaal verband
Bovendien is een vermoeden van fraude of de wetenschap dat de jaarrekeningen niet tijdig werden gedeponeerd niet genoeg om onrechtmatig handelen jegens derden aan te nemen. Het hof vindt dat de investeerders ook niet aannemelijk hebben gemaakt dat er een causaal verband is tussen het handelen en de schade. Het eerder teruggeven van de samenstelopdracht of een melding doen bij de AFM had evenmin de schade voorkomen – uiteindelijk is na onderzoek door de curator en de AFM geen Ponzi-fraude vastgesteld. “Daar komt bij dat de jaarrekening 2009 van InMotion met de waarschuwing op 15 oktober 2012 is gepubliceerd en deze voor eenieder toegankelijke rapportage hen er kennelijk niet van heeft weerhouden de investeringen in InMotion voort te zetten.”
Eerder al ‘blind’ geïnvesteerd
De aanwezigheid van de AA bij de GoedLicht-overnamegesprekken heeft bovendien niet gezorgd voor de zo rampzalig verlopen investeringen, vindt het hof. Zo hadden ze al eerder grote investeringen in InMotion gedaan en daarbij speelde de betrokkenheid van de AA geen enkele rol. Wel was in de jaarrekeningen toen al gemeld dat het bedrijf in zwaar weer zat. “De inhoud van die, kenbare, jaarrekeningen met duidelijke waarschuwingen heeft hen er kennelijk niet van weerhouden in of na april 2014 nog investeringen in Goedlicht te doen.” En tot slot hebben ze geld in GoedLicht gestoken zonder dat ze de beloofde concept-jaarcijfers hadden gezien. “Tegen die achtergrond valt niet zonder meer in te zien dat zij zonder de aanwezigheid van [de AA] bij de gesprekken, de investeringsbeslissingen niet hadden genomen.”
De conclusie is dat de AA geen blaam treft en dat de investeerders hun verloren geld niet op hem kunnen verhalen. De eerder toegekende schadevergoeding van € 15.000 gaat dus alsnog niet door. De investeerders moeten als verliezende partij in totaal meer dan € 40.000 aan proceskosten ophoesten.


Geef een reactie