De Belastingdienst heeft een zogeheten collectieve beslissing genomen op verzoeken om ambtshalve vermindering in het kader van de regeling massaalbezwaar-plus voor de heffing over 2017 tot en met 2020.
Oordeel Hoge Raad
De beslissing is een direct gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van eind juni. Die oordeelde toen dat Belastingplichtigen die geen of te laat bezwaar maakten geen recht op compensatie hebben. De uitspraak betekent dat alleen belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar maakten tegen de forfaitaire box 3-heffing aanspraak kunnen maken op rechtsherstel dat volgde op het zogenoemde Kerstarrest van december 2021.
Daarin oordeelde de Hoge Raad dat het sinds 2017 geldende box 3-stelsel in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, voor zover belasting werd geheven over een fictief rendement dat hoger lag dan het daadwerkelijk behaalde rendement. Belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt, kregen daarop compensatie. Voor mensen van wie de aanslag al onherroepelijk vaststond, oordeelde de Hoge Raad in 2022 echter dat het Kerstarrest moest worden beschouwd als ‘nieuwe jurisprudentie’. Daardoor hoefde de Belastingdienst deze definitieve aanslagen niet ambtshalve te verminderen.
Geen discriminatie
Uiteindelijk werd toch een massaalbezwaarplusprocedure gestart met vier proefzaken, maar die zijn door alle rechters afgewezen. Volgens het hoogste rechtscollege verkeren belastingplichtigen die geen bezwaar maakten niet in dezelfde juridische positie als degenen die dat wel deden. Daarom is volgens de Hoge Raad geen sprake van ongelijke behandeling of discriminatie.


Geef een reactie