DNB legde de boete in februari op na onderzoek naar zes dossiers van het trustkantoor. In alle zes bleek de onderneming volgens de toezichthouder tekort te zijn geschoten bij het vaststellen van het integriteitsrisicoprofiel van de doelvennootschap. In vijf dossiers waren er bovendien tekortkomingen bij het vaststellen van het transactieprofiel en de herkomst van het vermogen. Het onderzoek had betrekking op de periode van februari 2023 tot oktober 2024.
Poortwachter
Volgens DNB heeft het trustkantoor daarmee zijn rol als poortwachter onvoldoende vervuld. Door onvoldoende cliëntenonderzoek te verrichten, kon de onderneming volgens de toezichthouder mogelijk onvoldoende bijdragen aan het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering. DNB rekende het kantoor aan dat het gedurende langere tijd actief was zonder de geldende wetgeving voldoende na te leven. Wel woog de toezichthouder mee dat de onderneming al vóór het onderzoek zelf een hersteltraject was begonnen. Bij het bepalen van de boete werd daarom een korting van 10 procent toegepast.
Vertrek uit Nederland
Tijdens de rechtszaak maakte het trustkantoor bekend dat het heeft besloten zijn activiteiten in Nederland te staken. Uit de uitspraak blijkt niet wanneer dat besluit precies is genomen of waarom de onderneming vertrekt. De rechter stelt wel vast dat het vertrek niet het gevolg kan zijn van de openbaarmaking van de boete: die heeft immers nog niet plaatsgevonden. Of de boete zelf of het onderzoek van DNB een rol heeft gespeeld bij het vertrek, valt uit de uitspraak niet op te maken.
Reputatieschade
Het trustkantoor bestrijdt de boete zelf inmiddels niet meer, maar stelde dat publicatie van de naam grote gevolgen kan hebben voor de internationale groep waartoe het behoort. Buitenlandse cliënten zouden om opheldering kunnen vragen en toezichthouders in andere landen zouden mogelijk onderzoeken beginnen. Ook zouden banken en andere financiële instellingen de groep aan verscherpt cliëntenonderzoek kunnen onderwerpen, de risicoclassificatie kunnen aanpassen of bestaande relaties kunnen heroverwegen.
Billen en blaren
De voorzieningenrechter vindt dat onvoldoende reden voor anonimiteit. Reputatieschade en de financiële gevolgen daarvan zijn volgens de wetgever in beginsel een voorzienbaar gevolg van het openbaar maken van een sanctie. Een kwestie van billen en blaren. Het trustkantoor heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat de schade in dit geval buitenproportioneel zal zijn. Dat ook andere onderdelen van de internationale groep schade kunnen ondervinden, maakt dat niet anders. De rechter wijst er onder meer op dat het gebruik van dezelfde handelsnaam binnen een groep een bedrijfsmatige keuze is, waaraan zowel financiële en reputatievoordelen als nadelen verbonden zijn.
Concreet belang
De rechtbank ziet bovendien een concreet belang bij het bekendmaken van de identiteit van het kantoor. Wanneer een trustkantoor tekortschiet in zijn cliëntenonderzoek, kan dat relevant zijn voor andere poortwachters die zaken doen met het kantoor of met de ondernemingen die het beheert. De rechter noemt daarbij expliciet banken, notarissen, accountants en andere trustkantoren. Voor hen kan het van belang zijn te weten welk trustkantoor zijn wettelijke verplichtingen heeft geschonden, zodat zij daarmee bij hun eigen dienstverlening rekening kunnen houden en zo nodig aanvullende maatregelen kunnen nemen.
Nog twee weken uitstel
De rechtbank verklaart het beroep van het trustkantoor ongegrond. DNB hoeft de naam bij publicatie van het boetebesluit dus niet te anonimiseren. Toch blijft de identiteit voorlopig geheim. De rechter heeft de openbaarmaking voor twee weken geschorst. Publicatie met naam en toenaam is onomkeerbaar en tegen de uitspraak staat hoger beroep open. Het trustkantoor krijgt daarom twee weken de tijd om te beslissen of het naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven stapt en daar opnieuw om een voorlopige voorziening vraagt.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie