Door de vergrijzing zal economische groei de komende decennia vooral moeten komen van productiviteitsgroei, zo stelt DNB na een analyse. ” Gezonde bedrijfsdynamiek en concurrentie dragen daaraan bij. De bedrijfsdynamiek in Nederland is laag en wordt gedomineerd door kleine bedrijven die nauwelijks groeien. Ook blijft relatief veel kapitaal en arbeid vastzitten bij minder productieve bedrijven.”
De overheid kan dat verminderen door goede voorwaarden te scheppen voor concurrentie en vernieuwing, aldus de toezichthouder. “Ongerichte steun, evenals een deel van de fiscale regelingen, werkt verstorend op deze marktprocessen.”
DNB maakt zich zorgen over de dalende productiviteit in ons land. Dat komt mede doordat er maar weinig nieuwe bedrijven bijkomen en weinig bedrijven worden opgeheven. “Kapitaal en arbeid verschuiven minder snel naar de meest productieve bedrijven. Het zogeheten proces van creatieve destructie vertraagt: minder efficiënte bedrijven blijven bestaan, terwijl beter presterende concurrenten of nieuwe toetreders hen onvoldoende verdringen. Hierdoor blijven schaarse productiefactoren vastzitten in activiteiten waarin zij minder opleveren dan mogelijk is.”
Kleintjes domineren
Het Nederlandse bedrijvenlandschap wordt sterk gedomineerd door zeer kleine bedrijven die lang blijven bestaan, maar nauwelijks doorgroeien. “Hierdoor kent Nederland een grote groep kleine, laagproductieve bedrijven. Dit patroon is al langere tijd zichtbaar en hangt samen met onder meer de sterke focus op diensten, fiscale voordelen voor kleine bedrijven en de inrichting van de arbeidsmarkt, zoals de ontslagbescherming.”
Grotere bedrijven laten in de jaren na hun oprichting wél sterke groei zien. Nederland hoort volgens DNB zelfs bij de koplopers als het gaat om doorgroei van startende bedrijven met werknemers. “Dit wijst erop dat het Nederlandse ondernemingsklimaat doorgroei niet in de weg staat, maar dat het probleem vooral zit bij het grote aandeel startende bedrijven zonder personeel en een beperkte groeiambitie.”
Overigens zorgt de lage dynamiek niet voor een sterke marktmacht van gevestigde bedrijven, analyseert DNB. Positief is dat marktaandeel van minder productieve bedrijven verschuift naar grotere bedrijven die profiteren van schaalvoordelen. “Het is wel van belang om te voorkomen dat deze ontwikkeling doorschiet en leidt tot het ontstaan van te dominante marktposities, die op termijn de concurrentiedruk en innovatie kunnen ondermijnen.”
Fiscale voordelen kleine bedrijven verstorend
DNB oppert het verder integreren van de Europese interne markt en de ontwikkeling van een Europese kapitaalmarktunie om bedrijven meer schaal- en groeikansen te bieden en de concurrentie te bevorderen. “Tegelijkertijd is er terughoudendheid geboden bij vergaand overheidsingrijpen. Bestaande innovatie- en ondernemersregelingen kunnen de bedrijfsdynamiek bevorderen, maar: “Veel overheidsmaatregelen leiden echter juist tot een minder efficiënte inzet van productiefactoren en beperken daarmee de productiviteitsgroei. Denk hierbij aan fiscale voordelen voor zelfstandigen zonder personeel of voor kleine bedrijven die keuzes op de arbeidsmarkt verstoren en doorgroei ontmoedigen.”
In de praktijk geven de fiscale regelingen vooral generieke prikkels tot zelfstandig ondernemerschap. “Daarbij wordt consistent geconcludeerd dat deze regelingen vaker fungeren als inkomensondersteuning dan als aanjager van doorgroei, investeringen of innovatie van bedrijven. Omdat de regelingen tegelijkertijd keuzes op de arbeidsmarkt verstoren, is terughoudendheid geboden. De keuze voor zelfstandigheid wordt niet uitsluitend gedreven door efficiëntie en persoonlijke voorkeuren, maar ook door fiscale prikkels. In dat licht is de ingezette afbouw van de zelfstandigenaftrek een verstandige stap.”
Coronasteun werkt negatief uit
Ongerichte steunmaatregelen hebben doorgaans eveneens een negatief effect op de dynamiek. “Zeker bij langdurige verstrekking bestaat het risico dat laagproductieve bedrijven in stand worden gehouden. De coronasteun illustreert dit spanningsveld: hoewel steun in die crisissituatie te rechtvaardigen was, is de misallocatie van arbeid en kapitaal sterk toegenomen. Bovendien is deze nog niet terug op het niveau van vóór de pandemie.”


Geef een reactie