Dat blijkt uit de reacties op de internetconsultatie over de Regeling kwaliteitsindicatoren accountancysector. De regeling werkt de Audit Quality Indicators (AQI’s) uit die onderdeel zijn van de Wijzigingswet accountancysector. Oob-accountantsorganisaties moeten vanaf boekjaar 2027 aan de NBA gaan rapporteren over elf kwaliteitsindicatoren. De regeling zelf krijgt brede steun, maar bijna niemand vindt dat de voorgestelde AQI’s zonder aanpassingen moeten worden ingevoerd.
Onder de 19 openbare reacties zitten de Big Four (PwC, Deloitte, EY en KPMG), Forvis Mazars, de NBA, beleggersverenigingen Eumedion en VEB, beursvennootschapclub Veuo, corporatiekoepel Aedes en UvA-hoogleraar Jan Bouwens. Daarnaast zijn er enkele reacties van individuele personen.
Zicht op resultaten
De meest fundamentele kritiek komt van Eumedion: die steunt de AQI’s, maar vindt dat die vooral meten wat accountantskantoren doen en niet wat het resultaat is voor de daadwerkelijke controlekwaliteit. Bovendien vrezen de institutionele beleggers dat sommige indicatoren verkeerd zullen worden geïnterpreteerd. Zo zegt een hoge opdrachtgeverstevredenheid nog niets over de controlekwaliteit. Een kritische accountant kan zijn opdrachtgever juist minder tevreden maken. Daarnaast kunnen veel ontdekte fraudegevallen op het eerste gezicht negatief lijken, terwijl ze juist kunnen wijzen op een effectieve controle.
Eumedion wil daarom meer context bij de cijfers en ondersteunt de driejaarlijkse evaluatie, waarbij expliciet moet worden gekeken of gebruikers zoals institutionele beleggers daadwerkelijk iets aan de AQI’s hebben.
Individuele controles
De VEB zou graag zien dat ook informatie over individuele controles beschikbaar komt. Daarmee zou je bijvoorbeeld veel beter kunnen analyseren welke kenmerken samenhangen met goede of slechte controles. De VEB wil daarom dat bij de evaluatie nadrukkelijk wordt bekeken of rapportage op opdrachtniveau alsnog mogelijk is. De Veuo ziet dat juist weer niet zitten.
Vergelijkbaarheid
De NBA onderschrijft het principe achter de AQI’s dat meer transparantie kan bijdragen aan kwaliteitsverbetering en vertrouwen. Maar de beroepsorganisatie vraagt op verschillende onderdelen om aanpassingen om de indicatoren consistenter en praktisch uitvoerbaar te maken. De NBA richt zich onder meer op de indicatoren voor cultuur, opdrachtgeverstevredenheid en duurzaamheid. Definities en meetmethodes moeten voldoende eenduidig zijn, anders komt de vergelijkbaarheid in het geding.
Die vergelijkbaarheid is voor de grote kantoren het belangrijkste pijnpunt: de discussie gaat vooral over definities, afbakening, meetmomenten en de vraag of dezelfde indicator bij verschillende organisaties daadwerkelijk hetzelfde meet.
Verder lijkt de opdrachtgeverstevredenheid de achilleshiel in het voorstel: niet alleen Eumedion, maar ook andere respondenten zetten vraagtekens bij het verband tussen een tevreden klant en een goede accountantscontrole.
Er zijn ook vraagtekens over de diversiteit van de indicatoren: van betrokkenheid van de externe accountant en geconstateerde tekortkomingen tot verloop in controleteams, innovatieve technologie, budgetoverschrijdingen, cultuur, ESG-opleidingsuren en klanttevredenheid. Onduidelijk wordt daardoor wat het systeem nu precies wil meten.


Geef een reactie