De waterstand op de Rijn en de IJssel is lager dan normaal voor deze tijd van het jaar. Rijkswaterstaat verwacht dat dit beeld ook de komende 48 uur aanhoudt. Op 30 juli meldde de dienst dat de Rijn bij het meetpunt Lobith nog nooit zo laag heeft gestaan. Sinds 16 juli is in Nederland officieel sprake van een feitelijk watertekort.
Minder lading per schip
Door de beperkte vaardiepte kunnen binnenvaartschepen minder zwaar worden beladen. Om dezelfde hoeveelheid goederen te vervoeren, zijn daardoor soms meer schepen of extra vaarbewegingen nodig. De beschikbare capaciteit komt daarmee verder onder druk te staan.
Voor verladers kan dat leiden tot hogere transportkosten, langere doorlooptijden en meer onzekerheid in de logistieke planning. Wanneer vervoer over water onvoldoende capaciteit biedt, kan een deel van de lading naar de weg of het spoor verschuiven. Ook daar is de beschikbare capaciteit echter niet onbeperkt.
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart beschrijft dat laagwater de beladingsgraad van schepen aanzienlijk kan verminderen. Bij een zeer lage waterstand zijn voor dezelfde hoeveelheid vracht meerdere schepen of reizen nodig. Tijdens eerdere perioden van laagwater gingen de vrachttarieven omhoog en kregen industriële bedrijven te maken met productiebeperkingen. De omvang van de economische gevolgen verschilt wel per laagwaterperiode en hangt ook samen met andere omstandigheden, zoals de vraag naar vervoer en de industriële productie.
Druk op Europese industrie
De Rijn behoort tot de drukst bevaren binnenvaartroutes ter wereld en speelt een belangrijke rol bij het vervoer van grondstoffen, brandstoffen, containers en industriële producten. Bij de Duits-Nederlandse grens wordt jaarlijks ongeveer 200 miljoen ton aan goederen over de rivier vervoerd.
Volgens door BNR geraadpleegde deskundigen kunnen de kosten van vertragingen, extra schepen en alternatieve vervoersroutes de positie van Europese fabrikanten verder onder druk zetten. Dat is vooralsnog een waarschuwing en geen vastgestelde economische schade. Hoe groot de gevolgen worden, hangt vooral af van de duur van het laagwater, de beschikbaarheid van schepen en de mogelijkheden om andere vervoersmiddelen in te zetten.
Twentekanaal gestremd
De gevolgen zijn ook in Nederland zichtbaar. Het sluiscomplex bij Eefde is sinds 25 juli gestremd voor de scheepvaart. De sluizen geven vanaf de IJssel toegang tot de Twentekanalen. Door de stremming zijn de kanalen vanuit de IJssel niet bereikbaar.
Rijkswaterstaat meldde dat de maatregel nodig is om onherstelbare schade aan waterkeringen, bodem en natuur te voorkomen. De stremming raakt volgens de dienst ook de Twentse industrie. De maatregel geldt tot nader order.
Bedrijven bereiden zich voor
Ondernemersorganisatie evofenedex adviseert bedrijven die afhankelijk zijn van de binnenvaart om hun voorraadpositie, planning en alternatieve vervoersmogelijkheden opnieuw te beoordelen. Ook vroegtijdige afstemming met vervoerders en andere logistieke partners kan helpen om vertragingen op te vangen.
De gevolgen van laagwater kunnen daarmee mogelijk worden beperkt, maar niet altijd volledig worden voorkomen. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart wijst erop dat geen enkele maatregel op zichzelf voldoende is. Aanpassingen aan schepen, infrastructuur, opslag en logistieke processen zijn volgens de organisatie nodig om het vervoer over de Rijn beter bestand te maken tegen toekomstige perioden van laagwater.


Geef een reactie