Doornbosch was sinds 2020 president bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Hij introduceerde er de nieuwe munteenheid de Caribische gulden. Maar dat was niet zijn grootste uitdaging: hij moest vooral orde op zaken stellen in de financiële sector, waarover hij als alternate executive director bij het IMF al kritische rapportages over had gelezen.
Debacle rond Ennia
Het vertrouwen in de centrale bank was tot een dieptepunt gedaald, onder meer door problemen bij Ennia, de grootste verzekeraar in Caribisch Nederland. Die gingen terug tot 2006, toen de Iraans-Amerikaanse zakenman Hushang Ansary het bedrijf kocht. In de jaren erna hold hij Ennia volledig uit en in 2016 werd Ennia Caribe Leven door de CBCS onder stille curatele geplaatst. In juli 2018 werd de noodregeling van toepassing verklaard op de Ennia-vennootschappen.
Het ingrijpen van de centrale bank was volgens critici vooral too little, too late en president Emsley Tromp moest in 2017 na een kwart eeuw het veld ruimen. Later werd hij veroordeeld wegens valsheid in geschrifte.
Doornbosch moest schoon schip maken en dat lukte. Het FD schetst zijn werkwijze aan de hand van gesprekken met onder meer DNB-president Klaas Knot. In het Ennia-dossier stapte Doornbosch met succes naar de Accountantskamer: twee voormalige Baker Tilly-accountants kregen in 2022 een tijdelijke doorhaling opgelegd en vorig jaar nog was twee accountants van (destijds) PwC Dutch Caribbean hetzelfde lot beschoren.


Geef een reactie