De RJ heeft Uiting 2015-2b ‘ontwerp-richtlijn A3.3. Foutherstel’ uitgebracht. In deze Uiting wil de Raad, in navolging van RJ-Uiting 2016-2, de verwerkingswijze aanpassen van materiële fouten die niet fundamenteel zijn, zodanig dat deze fouten voortaan retrospectief worden hersteld.
In navolging van RJ-Uiting 2015-2 stelt de RJ in RJ-Uiting 2015-2b een wijziging voor in de bundel Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk-bundel). De wijziging komt in het huidige hoofdstuk A3 ‘Stelselwijzigingen, schattingswijzigingen en foutenherstel’. De Raad wil de verwerkingswijze aanpassen van materiële fouten die niet fundamenteel zijn, zodanig dat deze fouten voortaan retrospectief worden hersteld. De Raad is van mening dat retrospectief foutherstel een beter inzicht geeft in het resultaat en het vermogen van het boekjaar.
Fundamentele fout
Artikel 2:362 lid 6 BW tweede volzin bepaalt dat indien na vaststelling van de jaarrekening blijkt dat deze in ernstige mate tekortschiet in het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW bedoelde inzicht, het bestuur daaromtrent onverwijld bericht aan de leden of aandeelhouders. Het bestuur legt een mededeling daaromtrent neer ten kantore van het handelsregister. De RJ benadrukt dat niet iedere materiële fout resulteert in een jaarrekening die in ernstige mate tekortschiet in de zin van artikel 2:362 lid 6 BW tweede volzin. Het begrip fundamentele fout wordt niet langer gebruikt in de RJk-bundel, daar dit onnodige verwarring schept omdat de wet het begrip fundamentele fout niet kent.
Procedure toepassing
Reacties en commentaren kunnen tot en met 15 mei bij de Raad worden ingediend. Na verwerking van de ontvangen commentaren zal de RJ de nieuwe paragraaf A3.3 opnemen in de in september 2015 uit te geven RJk-bundel editie 2015. Deze nieuwe paragraaf zal van toepassing zijn voor jaarrekeningen over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016. Eerdere toepassing zal worden aanbevolen.



Geef een reactie