Bijna twee jaar na een uitspraak van de Accountantskamer is een AA ook in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vrijgesproken van een beschuldiging van creatief boekhouden. De accountant zou de cijfers van een handel in planten, zaden en potgrond negatiever hebben voorgesteld dan het geval was, om zo de ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen aan het UWV voor de klaagster mogelijk te maken.
De zaak was aangespannen door de ex-vrouw van de ondernemer, die van een handel in aan wietteelt gerelateerde producten omschakelde naar reguliere handel in onder meer planten, zaden en potgrond. Dat ging echter niet geweldig en daarom wilde de man van zijn ex af, die van 1 september 1996 tot haar ontslag per 1 juni 2014 als administrateur werkzaam was voor de onderneming. De vrouw had twee kinderen met haar voormalige partner.
Het ontslag is door de kantonrechter onredelijk verklaard, maar over die kwestie wordt nog geprocedeerd. De vrouw spande ondertussen ook een zaak aan tegen de AA. Bij een aanvraag van 10 januari 2014 bij de UWV-aanvraag zat onder anderen een door de AA opgestelde balans per 30 november 2013. Uit een bij brief van 22 januari 2014 door de AA aan het UWV overgelegde kolommenbalans en een winst- en verliesrekening over de periode 1 januari tot en met 30 november 2013 blijkt een negatief resultaat van de onderneming van ruim € 155.000. De door de accountant samengestelde jaarrekening 2013, die hij op 30 september 2014 heeft afgegeven, laat over 2013 evenwel een positief resultaat zien van € 39.408.
De vrouw voerde in 2016 bij de Accountantskamer al aan dat:
- De accountant in de balans van de onderneming per 30 november 2013 handmatig de post voorraden heeft verminderd terwijl er niet geteld is, en voorts de post dubieuze debiteuren, waarvoor in de op 9 oktober 2013 opnieuw uitgebrachte jaarrekening al een te hoge voorziening was opgenomen, wederom (ten onrechte) heeft opgevoerd;
- de voorlopige cijfers van de onderneming per 30 november 2013 anders luiden dan de al op 10 januari 2014 bekende definitieve cijfers over 2013, zodat de accountant die laatste cijfers aan het UWV had moeten (laten) presenteren.
De Accountantskamer verklaarde de klacht op beide onderdelen ongegrond en het CBb oordeelt nu hetzelfde:
Voorraden aangepast?
Ten aanzien van de manier waarop de accountant in de balans per 30 november 2013 de post ‘voorraden’ heeft vastgesteld is geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Op die datum was er geen aansluiting tussen de financiële administratie en de voorraadadministratie, omdat deze aansluiting éénmaal per jaar werd gemaakt na het tellen van de voorraad. Om de tussentijdse aansluiting op de financiële administratie te kunnen maken, heeft de accountant zich mogen baseren op hetgeen omtrent de stand van de voorraad per genoemde datum en per 1 januari 2013 bleek uit de voorraadadministratie.
Bekende cijfers?
Het CBb oordeelt verder dat ook in hoger beroep niet aannemelijk is gemaakt dat de accountant ten tijde van de ontslagaanvraag in januari 2014 al de beschikking had over de definitieve cijfers van 2013, die een positief resultaat lieten zien van € 39.408. De AA heeft naar het oordeel van het College voldoende toegelicht dat een volledig beeld van het resultaat over 2013, dat gunstiger bleek te zijn dan bij aanvang van het jaar was en kon worden aangenomen, pas in de loop van 2014 werd verkregen. Van schending van de fundamentele beginsel van objectiviteit of van integriteit, zoals door appellante gesteld, is daarom geen sprake.
Uitspraak: ECLI:NL:CBB:2018:536


Geef een reactie